<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6568</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T02:23:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ6568</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.123.629/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6568">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6568</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:02:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6568 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 05-04-2013 / 200.123.629/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6568:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing wrakingsverzoek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6568:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Parketnummer:	21-004322-12</para>
      <para>WRAKING:		nr. 200.123.629/01</para>
      <para>Uitspraak d.d.:	5 april 2013</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</para>
      <para>Locatie Arnhem </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Wrakingskamer</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>gewezen op het verzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, gedaan door</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoekster]</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats, 1969],</para>
      <para>wonende te [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De procedure</para>
    <para>	</para>
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van de strafkamer van 1 maart 2013 is namens verzoekster om wraking verzocht van mrs B.J.J. Melssen, H. Abbink en M.C.J. Groothuizen. De raadsheren Melssen en Abbink hebben blijkens een schriftelijk bericht respectievelijk e-mail niet in de wraking berust en hebben te kennen gegeven niet te willen worden gehoord. </para>
      <para>Mr Groothuizen heeft zich niet uitgelaten omtrent het wrakingverzoek en wordt geacht daarin niet te hebben berust. Hij is niet ter zitting van de wrakingskamer verschenen, waaruit wordt afgeleid dat hij geen gebruik wenst te maken van de gelegenheid om te worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De wrakingskamer heeft ter zitting van 22 maart 2013 gehoord de raadsman van verzoekster en de advocaat-generaal, die heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.</para>
    <para />
    <para>Ontvankelijkheid</para>
    <para />
    <para>De wrakingskamer acht het verzoek tijdig gedaan en ook overigens ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>De gronden van het verzoek tot wraking</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter onderbouwing van het wrakingsverzoek is het volgende aangevoerd. Ter terechtzitting van 1 maart 2013 werd verzoekster bijgestaan door een tolk in de Franse taal. Tijdens die zitting voerde de raadsman aan dat verzoekster de Franse taal onvoldoende machtig is om goed te kunnen volgen wat er op deze zitting werd besproken. Vervolgens deed hij een aanhoudingsverzoek teneinde een tolk op te roepen in een taal die verzoekster wel begrijpt. </para>
      <para>De strafkamer heeft dit verzoek gemotiveerd afgewezen omdat zij - kort gezegd - de stelling van verzoekster dat zij de Franse taal onvoldoende begrijpt en zij niet kon volgen wat er op de terechtzitting werd besproken, niet aannemelijk acht. Uit deze beslissing is bij verzoekster de indruk ontstaan dat het hof vooringenomen is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De beoordeling van het verzoek tot wraking</para>
    <para />
    <para>Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn. Dit lijdt slechts uitzondering indien zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer begrijpt de beslissing van de strafkamer aldus dat zij geen geloof heeft gehecht aan de stelling van verzoekster dat zij de Franse taal onvoldoende begrijpt en dat ze niet goed kon volgen wat er op de terechtzitting werd besproken. </para>
      <para>Dat is een processuele beslissing. De wrakingskamer kan en mag de inhoudelijke juistheid van deze beslissing niet toetsen. De wrakingskamer beantwoordt uitsluitend de vraag of uit deze beslissing, waaronder begrepen de motivering, zwaarwegende aanwijzingen als hiervoor omschreven kunnen worden afgeleid.</para>
      <para>Uit (de motivering van) deze beslissing van de strafkamer valt naar het oordeel van de wrakingskamer geen vooringenomenheid af te leiden omtrent schuld of onschuld van verdachte of enig ander op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting te beslissen punt. De beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering staat nog open. De door verzoekster gevoelde vrees voor vooringenomenheid is evenmin objectief gerechtvaardigd.</para>
      <para>Het wrakingsverzoek moet daarom worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>Het hof (wrakingskamer): </para>
    <para />
    <para>Wijst het verzoek tot wraking van mrs B.J.J. Melssen, H. Abbink en M.C.J. Groothuizen af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr R. van den Heuvel, voorzitter,</para>
      <para>mrs G. Mintjes en R. Prakke-Nieuwenhuizen, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr W.B. Kok, griffier,</para>
      <para>en op 5 april 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>