<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2013:BY8097</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T16:17:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY8097</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.015.931/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PJ 2013/42 met annotatie van E. Lutjens</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:BY8097">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:BY8097</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:22:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2013:BY8097 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 08-01-2013 / 200.015.931/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2013:BY8097:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pensioenfonds kan bij dwangbevel geen buitengerechtelijke incassokosten vorderen, doch slechts aanmaningskosten, overeenkomstig toepassing artikel 2 Kostenwet Invordering Rijksbelastingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2013:BY8097:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</para>
    <para />
    <para>vestiging Leeuwarden</para>
    <para />
    <para>afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.015.931/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Groningen 322938 \ CV EXPL 07-4009)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken van 8 januari 2013</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiser,</para>
      <para>hierna te noemen: [appellant],</para>
      <para>advocaat: mr. G.B. de Jong, kantoorhoudende te Hoogezand,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Stichting Bedrijfstakpensioenbedrijf voor het Horecabedrijf,</para>
      <para>gevestigd te Zoetermeer,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna te noemen: de stichting,</para>
      <para>advocaat: mr. R.R.F. van der Mark, kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>De inhoud van het tussenarrest van 28 februari 2012 wordt hier overgenomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verdere procesverloop</para>
      <para>Ter uitvoering van voormeld tussenarrest heeft de stichting een akte genomen, waarbij producties zijn overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>[appellant] is in de gelegenheid gesteld een antwoord-akte te nemen, doch heeft daarvan geen gebruik gemaakt.</para>
    <para />
    <para>Daarna heeft de stichting de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.</para>
    <para />
    <para>Het hof merkt op dat de thans in het procesdossier opgenomen memorie van antwoord klaarblijkelijk niet volledig is, aangezien deze na pagina 7 abrupt ophoudt.</para>
    <para />
    <para>Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, vestiging Leeuwarden.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>De verdere beoordeling</para>
      <para>Buitengerechtelijke incassokosten</para>
      <para>1	In het tussenarrest heeft het hof overwogen niet overtuigd te zijn van de juistheid van de verschuldigdheid van de door de stichting opgevoerde buitengerechtelijke kosten, aangezien ingevolge art. 21 lid 1 wet Bpf, naast de onbetaalde premie, rente en boete, slechts aanmaningskosten kunnen worden gevorderd.</para>
      <para>Het hof heeft overwogen dat het niet voor de hand ligt om het begrip “aanmaningskosten” zodanig ruim op te vatten dat de door de stichting gevorderde deurwaarders- en buitengerechtelijke kosten hieronder vallen. Het hof overwoog dat het hem eerder passend voorkomt om ter zake van de aanmaningskosten aansluiting te zoeken bij art. 2 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, op grond van welke bepaling voor het verzenden van een aanmaning (voor een bedrag van € 454,- of meer) € 15,- is verschuldigd.</para>
      <para>Het hof gaf aan voornemens te zijn om bij gebreke van tot een andersluidend oordeel aanleiding gevende argumenten van de stichting, de gevorderde deurwaarders- en buitengerechtelijke kosten te beperken tot laatstgemeld bedrag. De stichting werd in de gelegenheid gesteld hierop bij akte te reageren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2	In reactie hierop heeft de stichting kopieën van een zestal door haar tussen december 2002 en augustus 2003 aan [appellant] gezonden aanmaningen in het geding gebracht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3	Nu de stichting de hierboven (kort) weergegeven redenering van het hof niet heeft bestreden en ook [appellant] daartegen niets heeft ingebracht, stelt het hof overeenkomstig zijn in het tussenarrest aangegeven voornemen de aan [appellant] in rekening te brengen deurwaarders- en buitengerechtelijke kosten vast op € 15,- per aanmaning. Samen met de reeds in het tussenarrest als vaststaand feit opgenomen aanmaning van 27 juni 2006 is </para>
      <para>[appellant] mitsdien zeven maal € 15,- oftewel € 105,- verschuldigd. </para>
      <para>Dat betekent dat de tegen de toewijzing van de door de stichting gevorderde buitengerechtelijke incassokosten (ad totaal € 2.413,47) gerichte grief 4 gedeeltelijk slaagt. In zoverre dient het dwangbevel te worden vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Produkties 3 en 4</para>
      <para>4	Ter uitvoering van het tussenarrest heeft de stichting alsnog de in haar memorie van antwoord aangeduide produkties 3 en 4, houdende annotaties van een tweetal uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens overgelegd. </para>
      <para>Het hof stelt vast dat deze stukken, waarop [appellant] (hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld) niet meer heeft gereageerd, niet afdoen aan hetgeen reeds in het tussenarrest is overwogen en niet tot een nader oordeel leiden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Slotsom</para>
      <para>5	De slotsom is, dat de grieven 1 tot en met 3 falen, terwijl grief 4 gedeeltelijk slaagt.</para>
      <para>Het bestreden vonnis zal gedeeltelijk worden vernietigd zoals hierna in het dictum vermeld.</para>
      <para>[appellant] zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: 1 punt, tarief II). Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de akte aan de zijde van de stichting nodig was omdat zij haar vordering niet op de juiste wijze had onderbouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing</para>
      <para>Het gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>vernietigt het bestreden vonnis van 9 juli 2008, voor zover de vordering van [appellant] daarbij volledig werd afgewezen;</para>
    <para> </para>
    <para>en in zoverre opnieuw rechtdoende:</para>
    <para />
    <para>verklaart het verzet tegen tenuitvoerlegging van het dwangbevel gegrond, doch uitsluitend voorzover in dat dwangbevel meer dan € 105,- aan deurwaarders- en buitengerechtelijke kosten zijn vermeld;</para>
    <para />
    <para>vernietigt het dwangbevel in zoverre,</para>
    <para />
    <para>verklaart het verzet tegen het dwangbevel voor het overige ongegrond;</para>
    <para />
    <para>bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;</para>
    <para />
    <para>veroordeelt [appellant] c.s. in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de stichting begroot op € 254,- aan verschotten en op € 894,- voor geliquideerd salaris van de advocaat;</para>
    <para> </para>
    <para>verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mrs. M.E.L. Fikkers, voorzitter, J.H. Kuiper en A.M. Koene en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag </para>
      <para>8 januari 2013 in bijzijn van de griffier.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>