<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2013:9963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T02:24:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">TBS P13/0320</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:9963">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:9963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-01-06T15:46:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2013:9963 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-12-2013 / TBS P13/0320</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2013:9963:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2013:9963:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P13/0320 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 19 december 2013</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [naam terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
    <para>verblijvende in [kliniek],</para>
    <para>verder te noemen de terbeschikkinggestelde.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland van 7 juni 2013, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de nadere stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <para>- het proces-verbaal van het onderzoek in openbare raadkamer van het hof van 16 september 2013;</para>
  <para>- de tussenbeslissing van het hof van 30 september 2013;</para>
  <para>- het advies  van de Reclassering Nederland toezichtunit ’s-Hertogenbosch Zuid van 25 november 2013;</para>
  <para>- de door de raadsman bij brief van 4 december 2013 toegezonden beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 4 december 2013, houdende een voorlopige machtiging tot verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis.</para>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 5 december 2013 gehoord mr. N.A. Heidanus, advocaat te Groningen, raadsman van de terbeschikkinggestelde, de deskundige [naam], reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, Toezichtunit ’s-Hertogenbosch Zuid, en de advocaat-generaal mr. E.J. Julsing-Nijenhuis. De terbeschikkinggestelde is met kennisgeving niet verschenen.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het advies van de reclassering </emphasis>
      </para>
      <para>Geadviseerd wordt de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling voort te zetten tot de volgende verlengingszitting. De terbeschikkinggestelde heeft een terugval in psychotisch gedrag gehad en is nog niet geheel gestabiliseerd. Het is voor de continuïteit van een eventuele civielrechtelijke opname beter als een BOPZ-machtiging niet wordt afgegeven naar aanleiding van een psychotisch incident, maar op basis van een stabiel toestandsbeeld van de terbeschikkinggestelde. Het stabiliseringsproces kan het beste worden ondersteund in de huidige klinische omgeving. De terbeschikkinggestelde dient in het kader van opgelegde voorwaarden voorlopig te verblijven in de Woenselse Poort. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de raadsman van de terbeschikkinggestelde</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft verzocht de vordering tot verlenging af te wijzen. De grenzen van de proportionaliteit en subsidiariteit zijn inmiddels overschreden. Het traject met  IFZ is nodeloos complicerend en vertragend geweest. De afgegeven voorlopige machtiging in het kader van de Wet BOPZ biedt een voldoende beveiligend kader voor het verlenen van  zorg aan de terbeschikkinggestelde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft geadviseerd de beslissing van de rechtbank te bevestigen. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien bij de eerstvolgende verlengingszitting blijkt dat de situatie van de terbeschikkinggestelde stabiel is, kan worden beoordeeld of de behandeling van de  terbeschikkinggestelde  in een civielrechtelijk kader kan worden voortgezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat de veiligheid van anderen  dan wel de algemene veiligheid van personen niet langer de verlenging van de terbeschikkingstelling vereist en dat derhalve de vordering van het openbaar ministerie dient te worden afgewezen.</para>
      <para>Het hof constateert op grond van de stukken en hetgeen bij het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen dat de terbeschikkinggestelde een chronisch psychiatrische patiënt is die  blijvend op zorg en begeleiding is aangewezen. Het recidiverisico is naar het oordeel van het hof echter thans tot een zodanig niveau teruggebracht dat dit voldoende kan worden  beheerst door plaatsing van de terbeschikkinggestelde in een GGZ-instelling  in het kader van de Wet BOPZ, waarvoor de rechtbank Oost-Brabant inmiddels een voorlopige machtiging heeft afgegeven. Het hof heeft hierbij, gelet op het huidige tweede lid van artikel 509t Wetboek van Strafvordering, acht geslagen op het feit dat bij beslissing van dit hof van 7 februari 2011 de verpleging van overheidswege reeds voorwaardelijk is beëindigd.</para>
      <para>Het hof gaat ervan uit, mede gelet op het advies van psychiater Van Panhuis (“ eventuele plaatsing elders van de terbeschikkinggestelde binnen het kader van een BOPZ-maatregel, welke maatregel dan zeker wel een aantal keren verlengd zal moeten worden”), dat de thans verleende BOPZ-machtiging geen incidenteel karakter zal dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de rechtbank Gelderland van 7 juni 2013 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af de vordering van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,</para>
      <para>mr J.W. Rijkers en mr. J.P. Balkema als raadsheren, </para>
      <para>en drs. E. Harmsen en dr. W.J. Canton als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van D.P. Post als griffier,</para>
      <para>en op 19 december 2013 in het openbaar uitgesproken.</para>
      <para>Mr J.P. Balkema en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>