<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2013:6853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T18:01:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">TBS P13/0221</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:6853">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:6853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-18T10:52:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2013:6853 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 08-08-2013 / TBS P13/0221</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2013:6853:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Officier van Justitie geen belang bij het instellen van hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2013:6853:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P13/0221 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 8 augustus 2013</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [naam terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
    <para>verblijvende in [kliniek] te [plaats].</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is blijkens de appelakte ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 8 mei 2013  Deze beslissing houdt in dat de verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde niet (voorwaardelijk) wordt beëindigd.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <para>- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;</para>
  <para>- de beslissing waarvan beroep;</para>
  <para>- de akte van beroep van het openbaar ministerie van 21 mei 2013;</para>
  <para>- de schriftuur hoger beroep van het openbaar ministerie van 30 mei 2013, ingekomen bij het gerechtshof op 4 juni 2013.</para>
  <para>- het aanvullend verlengingsadvies van de kliniek van 16 juli 2013 met als bijlagen de wettelijke aantekeningen van 2 mei 2012 tot en met 23 april 2013</para>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 8 augustus 2013 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr A.T.G. van Wandelen, advocaat te Utrecht, en de </para>
    <para>advocaat-generaal mr E.J. Julsing-Nijenhuis.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt het volgende vast. </para>
      <para>Aan de beslissing van 8 mei 2013 is voorafgegaan een beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 31 januari 2013. Deze beslissing houdt in dat de bij onherroepelijk geworden uitspraak van de rechtbank Utrecht van 16 juni 2008 aan de terbeschikkinggestelde opgelegde maatregel van TBS met verpleging in termijn gemaximeerd is, en dat deze termijn wordt verlengd met 1 jaar. </para>
      <para>Uit de akte rechtsmiddel  van 21 mei 2013 blijkt niet dat het rechtsmiddel tevens tegen de beslissing van 31 januari 2013 is aangewend. Uit de naar aanleiding van de beslissing van 31 januari 2013 door de officier van justitie ter zitting van 24 april 2013 ingenomen proceshouding, zoals weergegeven in het van die zitting opgemaakte proces-verbaal, kan echter worden afgeleid dat de officier van justitie bedoeld heeft het hoger beroep mede betrekking te doen hebben op de beslissing van 31 januari 2013. </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter zitting verklaard dat het beroep ook als zodanig moet worden opgevat.</para>
      <para>Het hof zal - gelet op het vorenstaande -  het beroep als gericht tegen zowel de beslissing van 31 januari 2013 als tegen die van 8 mei 2013 aanmerken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft ter zitting aangevoerd dat de officier van justitie bij het ingestelde beroep geen belang heeft, nu deze zich in zijn schriftuur op het standpunt heeft gesteld dat het gerechtshof in hoger beroep de beslissing van de rechtbank van 31 januari 2013 voor zover strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling  met een termijn van 1 jaar . dient te bevestigen. Dit betekent dat het beroep van de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank Midden- Nederland heeft op 31 januari 2013 met betrekking tot de duur van de verlenging van de maatregel beslist in afwijking van de vordering van de officier van justitie.</para>
      <para>Nu de officier van justitie zich blijkens zijn schriftuur kan verenigen met de door de rechtbank uitgesproken -tot een jaar beperkte- verlenging, komt het hof tot het oordeel dat de officier van justitie geen belang heeft bij het instellen van het hoger beroep tegen deze beslissing, en overigens ook niet voor zover het beroep is ingesteld tegen de beslissing van 8 mei 2013, waarbij overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie is beslist om de verpleging van overheidswege niet (voorwaardelijk) te beëindigen. De omstandigheid dat de officier van justitie met het instellen van het hoger beroep kennelijk beoogt door het hof de juistheid te laten beoordelen van het oordeel van de rechtbank dat de aan de terbeschikkinggestelde opgelegde maatregel gemaximeerd is, maakt dit niet anders. </para>
      <para>Het hof zal het openbaar ministerie dan ook niet-ontvankelijk verklaren in het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,</para>
      <para>mr J.W. Rijkers en mr P.H.A.J. Cremers als raadsheren, </para>
      <para>en drs. T. van Iersel en drs. R. Vecht-van den Bergh als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van D.P. Post als griffier,</para>
      <para>en op 8 augustus 2013 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr P.H.A.J. Cremers en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>