<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2013:6272</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T18:38:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-005930-13_tussenarrest 26-8-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903">Wetboek van Strafvordering</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=315">Wetboek van Strafvordering 315</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=410">Wetboek van Strafvordering 410</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>EeR 2013, afl. 5/6, p. 229</rdf:li>
          <rdf:li>NbSr 2013/294 met annotatie van mr. C. van Oort</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:6272">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:6272</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-26T14:34:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2013:6272 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 26-08-2013 / 21-005930-13_tussenarrest 26-8-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2013:6272:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Grensrechterzaak</para>
        <para>Het hof heeft beslist op onderzoekswensen beoordeeld op grond van verdedigingsbelang, noodzaakcriterium, onderzoeksbelang en eerlijk proces.</para>
        <para>Het verzoek om medeverdachten als getuigen te mogen horen is toegewezen. Voor de overige getuigen is niet van noodzaak gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er is verzocht om deskundigenonderzoek, te weten: </para>
        <para>- beïnvloeding van getuigen door het tonen van foto’s; </para>
        <para>- het weergeven van foto’s in 3D-opmaak;</para>
        <para>- het gelasten van een reconstructie of schouw;</para>
        <para>- het verrichten van onderzoek naar de vraag of genetisch onderzoek mogelijk is en het uitvoeren van dat onderzoek naar de zeldzame ziekte SMA;</para>
        <para>- een forensisch psycholoog en statisticus onderzoek laten verrichten naar de kans op overlijden in min of meer vergelijkbare gevallen;</para>
        <para>- een psycholoog laten rapporteren over de detentiegeschiktheid van een verdachte.</para>
        <para>Het laten uitvoeren van (nader) deskundigenonderzoek is op grond van strafvordering en jurisprudentie, in de gegeven omstandigheden niet noodzakelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>De verzoeken om beëindiging van de voorlopige hechtenis zijn niet gehonoreerd.</para>
      <para />
      <para>Inzake de vorderingen van de benadeelde partijen gelast het hof een schriftelijke ronde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2013:6272:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-005930-13 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	26 augustus 2013 </para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Tussenarrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 17 juni 2013 in de strafzaak tegen:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte], </title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1962,</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres],</para>
      <para>thans verblijvende in [verblijfplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 13 augustus 2013, welk onderzoek is aangewezen voor het houden van een regiezitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van </para>
    </parablock>
    <para>- hetgeen door de raadsman, mr. S.F.J. Smeets, ter terechtzitting naar voren is gebracht,</para>
    <para>- het standpunt van de advocaat-generaal, mr. L.P. den Hollander, en van</para>
    <para>- hetgeen ter terechtzitting door mr. Y. Moszkowicz, namens de benadeelde partijen, is meegedeeld.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De door de verdediging ingediende verzoeken </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is op 17 juni 2013 veroordeeld door de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad. Tegen dit vonnis is namens verdachte hoger beroep ingesteld op 17 juni 2013. Door de verdediging is op 2 juli 2013 een appelschriftuur ingediend met daarin de navolgende onderzoekswensen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het horen van de getuigen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>
        [getuige3];</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>
        [medeverdachte7];</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>
        [medeverdachte3];</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>
        [medeverdachte1];</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>
        [medeverdachte2] en</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>
        [medeverdachte4]. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Nadere onderzoekswensen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.</nr>
      <para>De verdediging verzoekt bij schriftuur om het horen van de deskundigen prof. Milroy, patholoog anatoom, en dr. Veinot, cardiovasculair patholoog, met dien verstande dat zij zullen rapporteren over de waarschijnlijkheid dat SMA de doodsoorzaak van [slachtoffer] is geweest, subsidiair of genetisch onderzoek wenselijk en/of mogelijk is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tijdens de zitting heeft de raadsman volhard bij voornoemde onderzoekswensen en deze nader toegelicht in die zin dat prof. Milroy opnieuw dient te worden gehoord en dr. Veinot nader rapporteert over wat hij heeft waargenomen, teneinde uit te sluiten dat [slachtoffer] is overleden als gevolg van een spontane dissectie. Voorts heeft de raadsman ter terechtzitting primair een verzoek tot opheffing op grond van artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en subsidiair een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte gedaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de advocaat-generaal </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting van het hof betoogd dat de onderzoekswensen van de verdediging niet noodzakelijk zijn en dienen te worden afgewezen, met uitzondering van het verzoek tot het horen van [getuige3] (hierboven onder 1) en dat de verzoeken tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis dienen te worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Maatstaf bij de beoordeling van de verzoeken: criterium verdedigingsbelang of noodzakelijkheidscriterium</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De door het hof gehanteerde maatstaf bij de beoordeling van de verzoeken tot het horen van (niet verschenen) getuigen of deskundigen in hoger beroep laat zich als volgt weergeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Bij tijdig (bij appelschriftuur) ingediende verzoeken (in de zin van artikel 410 lid 3 jo. lid 1 van het Wetboek van Strafvordering) gaat het criterium van het 'verdedigingsbelang' op, doordat artikel 264 van het Wetboek van Strafvordering uitdrukkelijk van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Oproeping van getuigen of deskundigen kan in een dergelijk geval - door van toepassing verklaring van  artikel 288 van het Wetboek van Strafvordering (zie artikel 418 lid 1 van Wetboek van Strafvordering) - worden geweigerd indien:</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.</nr>
        <para>onaannemelijk is dat de getuige/deskundige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen;</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.</nr>
        <para>het - kort gezegd - gegronde vermoeden bestaat van het gevaar van schade aan de gezondheid/veiligheid van de getuige/deskundige;</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.</nr>
        <para>redelijkerwijs valt aan te nemen dat het openbaar ministerie niet in zijn vervolging of de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad.  </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Bij niet bij appelschriftuur ingediende verzoeken vormt het 'noodzakelijkheidscriterium<emphasis role="bold">'</emphasis> (in de zin van artikel 315 van het Wetboek van Strafvordering) het beoordelingskader waarbinnen verzoeken dienen te worden beoordeeld (artikel 418 lid 3 jo. artikel 414 van het Wetboek van Strafvordering).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>In het geval de appelschriftuur met verzoeken later wordt ingediend dan in de artikel 410 van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn, maar wel binnen 14 dagen nadat het uitgewerkte vonnis door de verdediging is ontvangen, is het 'noodzakelijkheidscriterium' van toepassing. Maar - afhankelijk van de omstandigheden van het geval - kan aan het 'noodzakelijkheidscriterium' een zodanige invulling worden gegeven dat er geen wezenlijk verschil is met het resultaat dat bij de toepassing van het criterium van het verdedigingsbelang zou worden bereikt (HR 19 juni 2007, LJN AZ1702, NJ 2007, 626).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Het 'noodzakelijkheidscriterium' fungeert eveneens als maatstaf indien de berechting in eerste aanleg op tegenspraak heeft plaatsgevonden en de getuige/de deskundige om <emphasis role="italic">wiens verhoor</emphasis> wordt verzocht ten overstaan van een rechter (rechter-commissaris of een rechter ter zitting) is gehoord (artikel 418 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>Voor wat betreft gevraagd (nader) deskundigenonderzoek toetst het hof of het belang van de verdediging - voorzover daarvan sprake is - tegen de achtergrond van een eerlijke procesvoering en het belang van het onderzoek, (nader) deskundigenonderzoek noodzakelijk doen zijn. Bij die afweging dienen bij ieder gevraagd deskundigenonderzoek de relevante specifieke omstandigheden te worden betrokken (HR 19 juni 2007, NJ 2008, 169).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van de verzoeken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat de door de raadsman ingediende appelschriftuur niet binnen de in artikel 410 van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn is ingediend. Het noodzakelijkheidscriterium fungeert derhalve als maatstaf bij de beoordeling van het horen van de getuigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof <emphasis role="bold">wijst</emphasis> het verzoek <emphasis role="bold">af </emphasis>tot het horen van de getuige zoals hierboven genoemd onder 2, medeverdachte [medeverdachte7], nu de noodzaak daartoe niet is gebleken, ook niet door hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Hiertoe overweegt het hof dat [medeverdachte7] op 26 april 2013 door de rechter-commissaris te Lelystad is gehoord, welk verhoor heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van de raadsman. Tijdens dat verhoor heeft de verdediging alle gelegenheid gehad de getuigen te bevragen en van deze gelegenheid ook gebruik gemaakt. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de getuige ten tijde van dat verhoor een inhoudelijke verklaring heeft afgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet wel de noodzaak tot het horen van de getuigen genoemd onder 1 en 3 tot en met 6 en <emphasis role="bold">wijst</emphasis> het verzoek derhalve<emphasis role="bold"> toe.</emphasis></para>
      <para>Het hof is voornemens om wat betreft het horen van bovengenoemde getuigen één van de raadsheren die ter zitting over de zaak oordeelt, aan te wijzen als gedelegeerd raadsheer-commissaris. Nu krachtens het gestelde in artikel 316 lid 2 jo. 415 van het Wetboek van Strafvordering een dergelijke aanwijzing alleen kan indien de advocaat-generaal en de verdachte daarmee instemmen, verzoekt het hof de advocaat-generaal en de verdediging binnen één week na de datum van dit arrest schriftelijk aan de griffier te laten weten of dit voornemen van het hof op instemming kan rekenen of dat er bezwaren hiertegen bestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in een aantal van de zaken van de medeverdachten van verdachte, verzochte getuigen, te weten steeds alle medeverdachten van de betreffende verdachte, toegewezen. Vanuit proces-economisch oogpunt zal de raadsman van verdachte in verband met verknochtheid van de zaken in de gelegenheid worden gesteld – hoewel de raadsman zulks niet heeft verzocht -  ook het getuigenverhoor van Yassine Dardak bij te wonen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Nader onderzoek.</emphasis>
      </para>
      <para>Voor wat betreft de verzoeken van de verdediging opgesomd onder 7, toetst het hof – zoals hierboven reeds omschreven - of het belang van de verdediging  tegen de achtergrond van een eerlijke procesvoering en het belang van het onderzoek, (nader) deskundigenonderzoek noodzakelijk doen zijn. Bij die afweging dienen bij ieder gevraagd deskundigenonderzoek de relevante specifieke omstandigheden te worden betrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal dan ook bij onderstaande verzoeken steeds opnieuw de specifieke omstandigheden in ogenschouw nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoek om het horen van de deskundigen prof. Milroy, patholoog anatoom, en dr. Veinot, cardiovasculair patholoog, met dien verstande dat zij zullen rapporteren over de waarschijnlijkheid dat SMA de mogelijke doodsoorzaak van [slachtoffer] is geweest, subsidiair of genetisch onderzoek wenselijk en/of mogelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof <emphasis role="bold">wijst </emphasis>het verzoek <emphasis role="bold">af. </emphasis>Het hof stelt allereerst vast dat in eerste aanleg - in het vooronderzoek en tijdens de behandeling van de strafzaak - in verschillende fasen deskundigenonderzoek, waaronder contra-expertise op verzoek van de verdediging, heeft plaatsgevonden onder meer gericht op de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer]. Het hof heeft in aanmerking genomen dat de zaak door de voorzitter van de kamer is besproken met het openbaar ministerie en de raadslieden in de zaken van alle medeverdachten, waarna op een regiezitting is voortgegaan met de behandeling van de zaak en de onderzoeksvragen. Dat heeft er ook toe geleid dat ook de rechter-commissaris verschillende onderzoekshandelingen heeft verricht waaronder de benoeming van verschillende deskundigen.</para>
      <para>Met betrekking tot de vraag naar de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer] hebben dr. B. Kubat en dr. A. Maes, beiden arts en patholoog als deskundige onderzoek verricht.  Zij hebben verslag gedaan van hun onderzoek in een rapportage en die van conclusies voorzien. Op verzoek van de verdediging zijn bij wijze van contra expertise prof. Jacobs, docent gerechtelijke geneeskunde (en via laatstgenoemde prof. E. Beuls, emeritus hoogleraar en hoofd afdeling neurochirurgie Universiteit Maastricht) en prof. C.M. Milroy, forensisch patholoog, benoemd als deskundigen door de rechter-commissaris. Ook zij hebben hun bevindingen in een rapportage neergelegd. Prof. Milroy heeft zich - aldus zijn rapportage - intercollegiaal laten bijstaan door dr. Veinot. Het hof heeft kennis kunnen nemen van voormelde rapportages en hun conclusies. Het hof heeft tevens gelezen het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank van 29 mei 2013. Op laatstgenoemde zitting zijn voornoemde deskundigen, met uitzondering van prof. Jacobs, in elkaars aanwezigheid gehoord, hebben vragen beantwoord en hebben op elkaars standpunten gereageerd. Het hof stelt vast dat ter zitting inhoudelijk is gedebatteerd over bevindingen, ingenomen standpunten en conclusies met betrekking tot de doodsoorzaak waarbij ook de betekenis van een eventuele aandoening SMA aan de orde is geweest. </para>
      <para>Het hof vindt in het licht van de resultaten van voornoemde deskundigenonderzoeken en het debat daarover ter zitting - waarbij de aandoening SMA en mogelijke consequenties daarvan specifiek aan de orde is geweest - aan het verzoek tot nader (aanvullend) genetisch onderzoek door dr. Veinot en het opnieuw horen van prof. Milroy, onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat een dergelijk onderzoek moet worden verricht. Het hof is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden het belang van het onderzoek in deze strafzaak niet noopt tot het oordeel dat het nader verzochte deskundigenverhoor en evenmin aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof merkt op dat de voorwaardelijke standpunten van de advocaat-generaal, gelet op bovenstaande, hier geen bespreking behoeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof <emphasis role="bold">wijst af</emphasis> het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis, nu de verdenkingen, bezwaren en gronden voor de voorlopige hechtenis nog onverkort aanwezig zijn. Daarnaast ligt er een veroordelend vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof <emphasis role="bold">wijst </emphasis>eveneens <emphasis role="bold">af</emphasis> het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis, nu de belangen van strafvordering om de voorlopige hechtenis te laten voortduren zwaarder wegen dan de belangen van verdachte om uit voorlopige hechtenis te worden geschorst, ook al is er in casu sprake van een minderjarige verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Schriftelijke ronde standpunten vorderingen schadevergoeding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof gaat niet in op de door mr. Y. Moszkowicz gedane opmerking ter zitting over te gaan tot het horen van de door hem ingeschakelde deskundige. Het hof is van oordeel dat een dergelijk verhoor in de onderhavige zaak een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.</para>
      <para>Het hof vindt in de stukken evenwel aanleiding de raadsman van verdachte in de gelegenheid te stellen zich binnen drie weken na heden schriftelijk uit te laten over de door mr. Y. Moszkowicz namens de benadeelde partijen ingediende vorderingen tot schadevergoeding. De raadsman wordt door het hof uitgenodigd bij gelegenheid van deze schriftelijke ronde tevens vragen te stellen - voorzover die bestaan - over de gevraagde schadevergoedingen en hun onderbouwing. Na ontvangst van de reactie van de raadsman van verdachte, zal mr. Y. Moszkowicz in de gelegenheid worden gesteld binnen drie weken na ontvangst van het schriftelijk standpunt daarop schriftelijk te reageren. De advocaat-generaal en de verdediging krijgen vervolgens de gelegenheid tijdens de behandeling van de zaak ter terechtzitting in repliek en dupliek op de ingenomen standpunten te reageren. </para>
      <para>Het hof beoogt op deze wijze zoveel mogelijk te komen tot een inhoudelijke beoordeling van het ingediende vorderingen van de benadeelde partijen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Voortgang van de behandeling van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de bovenstaande overwegingen volgt dat - ervan uitgaande dat de advocaat-generaal en de in dit onderzoek betrokken raadslieden instemmen met een gedelegeerd raadsheerschap - voordat kan worden overgegaan tot een inhoudelijk behandeling ter terechtzitting een (gedelegeerd) raadsheer-commissaris een aantal medeverdachten als getuigen in de strafzaak van verdachte zal horen. Met het oog op een voortvarende voortgang zal het hof in overleg met de advocaat-generaal en de raadsman voornoemde getuigenverhoren plannen in de periode van eind oktober tot en met medio november 2013 (weken 42 tot en met 45). Insteek is dat aansluitend op de getuigenverhoren het hof zal aanvangen met de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting. Daarvoor zal een zoveel mogelijk aaneengesloten aantal dagen worden gereserveerd. De agenda’s van de raadslieden van de medeverdachten zullen bij de planning tevens worden betrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof c.q. de voorzitter is voornemens de behandeling van de zaak conform het uitgangspunt van artikel 495b van het Wetboek van Strafvordering achter gesloten deuren te behandelen voor zover het de behandeling van de feiten en de persoonlijke omstandigheden betreft. Dit laat onverlet dat de nabestaanden op grond van artikel 495b van het Wetboek van Strafvordering bijzondere toegang zal worden verleend zoals tot heden ook is toegestaan. Bij gelegenheid van de (gezamenlijke) behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen en het (gezamenlijk) requisitoir zal ook de pers bijzondere toegang worden verleend op de wijze zoals is toegestaan tijdens de regiezitting. Voorts zal te zijner tijd in overleg worden getreden met de raadsman in hoeverre toestemming wordt verleend de pers toe te laten bij het (gezamenlijk) pleidooi zoals te doen gebruikelijk en overeenkomstig de geldende persrichtlijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof c.q. de voorzitter heeft in het kader van het bovenstaande de belangen van de minderjarige, waaronder diens persoonlijke levenssfeer, gewogen tegen de belangen van openbaarheid in deze zaak. In deze belangenafweging heeft het hof ook het belang van waarheidsvinding betrokken, voor welk belang sommige raadslieden ook uitdrukkelijk de aandacht van het hof hebben gevraagd.</para>
      <para>Het bovenstaande betekent tevens dat de raadslieden van medeverdachten – nu de zitting van medeverdachten achter gesloten deuren zal worden behandeld – niet de gelegenheid wordt geboden de zitting bij te wonen in de zaken van de medeverdachten, voor zover het de bespreking van de feiten en de persoonlijke omstandigheden betreft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">wijst af </emphasis>het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>wijst af de verzoeken zoals hierboven genoemd onder 2 en  7;</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>wijst toe het horen van de navolgende getuigen:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [getuige3]
        </emphasis>, geboren op [1997], wonende te [woonplaats],[adres];</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [medeverdachte3]
        </emphasis>, geboren op [1996], thans verblijvende in[verblijfplaats];</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [medeverdachte1]
        </emphasis>, geboren op [1995] te [geboorteplaats], thans verblijvende in[verblijfplaats];</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [medeverdachte2]
        </emphasis>, geboren op [1996], thans verblijvende in [verblijfplaats];</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [medeverdachte4]
        </emphasis>, geboren op [1996], thans verblijvende in[verblijfplaats];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">stelt </emphasis>de raadsman <emphasis role="bold">in de gelegenheid</emphasis> de getuigenverhoren door de (gedelegeerd) raadsheer-commissaris in de zaken van medeverdachten bij te wonen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">bepaalt</emphasis> dat de verklaringen van de nog te horen getuigen, toegewezen in de zaak van een medeverdachte, ook aan het dossier van verdachte worden toegevoegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">bepaalt </emphasis>dat de raadsman in de gelegenheid wordt gesteld binnen drie weken na de datum waarop dit tussenarrest is gewezen een schriftelijke reactie bij mr. Y. Moszkowicz en bij de griffie van het hof in te dienen op de ingediende vorderingen tot schadevergoeding dan wel in dit kader nadere vragen te formuleren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">stelt </emphasis>mr. Y. Moszkowicz in de gelegenheid na ontvangst van voornoemde schriftelijke reactie respectievelijk nadere vraagstelling, binnen drie weken na ontvangst van dit stuk een schriftelijke reactie bij de raadsman en griffie van het hof in te dienen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">bepaalt</emphasis> dat de raadsman, de advocaat-generaal en de gemachtigde van de benadeelde partijen binnen een week na heden schriftelijk bij de griffie hun beschikbaarheid indienen voor wat betreft de weken 42 tot en met 45;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">bepaalt </emphasis>dat de raadsman binnen een week na heden schriftelijk aan de griffie meedeelt of zij conform art. 316 jo. 415 Wetboek van Strafvordering kan instemmen met een getuigenverhoor door een <emphasis role="bold">gedelegeerd </emphasis>raadsheer-commissaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">schorst </emphasis>het onderzoek ter terechtzitting voor <emphasis role="bold">onbepaalde tijd</emphasis>, maximaal drie maanden en gelet op de klemmende reden dat de getuigenverhoren naar verwachting niet binnen een maand zullen zijn voltooid, zal het onderzoek langer dan een maand, maar niet langer dan drie maanden worden geschorst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beveelt </emphasis>de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte, aan de benadeelde partijen en diens vertegenwoordiger.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. H.J. Deuring, voorzitter,</para>
      <para>mr. L.T. Wemes en mr. J. Dolfing, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.R. Span, griffier,</para>
      <para>en op 26 augustus 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>