<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2013:6264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T00:14:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">KS 21-005932-13_tussenarrest 26-8-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:6264">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:6264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-26T14:17:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2013:6264 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 26-08-2013 / KS 21-005932-13_tussenarrest 26-8-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2013:6264:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Grensrechterzaak</para>
        <para>Het hof heeft beslist op onderzoekswensen beoordeeld op grond van verdedigingsbelang, noodzaakcriterium, onderzoeksbelang en eerlijk proces.</para>
        <para>Het verzoek om medeverdachten als getuigen te mogen horen is toegewezen. Voor de overige getuigen is niet van noodzaak gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er is verzocht om deskundigenonderzoek, te weten: </para>
        <para>- beïnvloeding van getuigen door het tonen van foto’s; </para>
        <para>- het weergeven van foto’s in 3D-opmaak;</para>
        <para>- het gelasten van een reconstructie of schouw;</para>
        <para>- het verrichten van onderzoek naar de vraag of genetisch onderzoek mogelijk is en het uitvoeren van dat onderzoek naar de zeldzame ziekte SMA;</para>
        <para>- een forensisch psycholoog en statisticus onderzoek laten verrichten naar de kans op overlijden in min of meer vergelijkbare gevallen;</para>
        <para>- een psycholoog laten rapporteren over de detentiegeschiktheid van een verdachte.</para>
        <para>Het laten uitvoeren van (nader) deskundigenonderzoek is op grond van strafvordering en jurisprudentie, in de gegeven omstandigheden niet noodzakelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>De verzoeken om beëindiging van de voorlopige hechtenis zijn niet gehonoreerd.</para>
      <para />
      <para>Inzake de vorderingen van de benadeelde partijen gelast het hof een schriftelijke ronde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2013:6264:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-005932-13 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	26 augustus 2013 </para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Tussenarrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad van </para>
    <para>17 juni 2013 in de strafzaak tegen:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte], </title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1996],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres],</para>
      <para>thans gedetineerd in [verblijfplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 13 augustus 2013, welk onderzoek is aangewezen voor het houden van een regiezitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van </para>
    </parablock>
    <para>- hetgeen door de raadsvrouw, mr. H. Plantenga, ter terechtzitting naar voren is gebracht,</para>
    <para>- het standpunt van de advocaat-generaal, mr. L.P. den Hollander, en van</para>
    <para>- hetgeen ter terechtzitting door mr. Y. Moszkowicz, namens de benadeelde partijen, is meegedeeld.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De door de verdediging ingediende verzoeken </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is op 17 juni 2013 veroordeeld door de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad. Tegen dit vonnis is namens verdachte hoger beroep ingesteld op 17 juni 2013. Door de verdediging is op 1 juli 2013 een appelschriftuur ingediend met daarin de navolgende onderzoekswensen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het horen van de getuige</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>
        [getuige4].</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De verdediging verzoekt om</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Nader genetisch onderzoek in het kader van de zeldzame vaatziekte SMA bij slachtoffer [slachtoffer] door prof. Milroy danwel een andere deskundige en die Milroy of die andere deskundige over de bevindingen ter zitting te horen;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>een reconstructie naar wat zich precies op het veld heeft afgespeeld aan de hand van de foto's;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>nader deskundigenonderzoek: de foto’s driedimensionaal te visualiseren en de op de foto zichtbare personen van een naam voorzien.   </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ter zitting heeft de raadsvrouw haar schriftuur als volgt aangevuld</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Het verrichten van onderzoek door een forensisch patholoog om de vraag te beantwoorden of voorzienbaar is geweest of het uitgeoefende geweld tot de dood heeft kunnen leiden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tijdens de zitting heeft de raadsvrouw volhard bij voornoemde onderzoekswensen en deze nader toegelicht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter zitting heeft de raadsvrouw te kennen gegeven aanvullende onderzoekswensen te hebben, met dien verstande dat zij verzoekt tot het horen van getuige [getuige3] en, mochten de auditieve registraties van de verhoren die zij reeds op cd-rom heeft ontvangen incompleet zijn, het ontbrekende deel te willen ontvangen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft eveneens verzocht, voor zover in de zaken van medeverdachten andere getuigen zullen worden gehoord, in de gelegenheid te worden gesteld deze verhoren bij te wonen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts heeft de raadsvrouw primair een verzoek tot opheffing gedaan op grond van artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en subsidiair een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte gedaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de advocaat-generaal </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting van het hof betoogd dat de onderzoekswensen van de verdediging dienen te worden afgewezen (hierboven genoemd onder 1 tot en met 3), met uitzondering van het ter terechtzitting gedane verzoek tot het horen van [getuige3] en dat de verzoeken tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis dienen te worden afgewezen. </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen verstrekking van een kopie van auditieve registraties en daaraan zijn medewerking te verlenen wanneer de raadsvrouw haar verzoek concreet heeft gemaakt. Voor het geval de door de raadsvrouw bedoelde verhoren audiovisuele registraties zouden betreffen, is uitluisteren/kijken op een nader af te spreken moment op een politiebureau mogelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Maatstaf bij de beoordeling van de verzoeken: criterium verdedigingsbelang of noodzakelijkheidscriterium</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De door het hof gehanteerde maatstaf bij de beoordeling van de verzoeken tot het horen van (niet verschenen) getuigen of deskundigen in hoger beroep laat zich als volgt weergeven.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Bij tijdig (bij appelschriftuur) ingediende verzoeken (in de zin van artikel 410 lid 3 jo. lid 1 van het Wetboek van Strafvordering) gaat het criterium van het 'verdedigingsbelang' op, doordat artikel 264 van het Wetboek van Strafvordering uitdrukkelijk van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Oproeping van getuigen of deskundigen kan in een dergelijk geval - door van toepassing verklaring van artikel 288 van het Wetboek van Strafvordering (zie artikel 418 lid 1 van Wetboek van Strafvordering) - worden geweigerd indien:</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.</nr>
        <para>onaannemelijk is dat de getuige/deskundige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen;</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.</nr>
        <para>het - kort gezegd - gegronde vermoeden bestaat van het gevaar van schade aan de gezondheid/veiligheid van de getuige/deskundige;</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.</nr>
        <para>redelijkerwijs valt aan te nemen dat het openbaar ministerie niet in zijn vervolging of de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad.  </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Bij niet bij appelschriftuur ingediende verzoeken vormt het 'noodzakelijkheidscriterium<emphasis role="bold">'</emphasis> (in de zin van artikel 315 van het Wetboek van Strafvordering) het beoordelingskader waarbinnen verzoeken dienen te worden beoordeeld (artikel 418 lid 3 jo. artikel 414 van het Wetboek van Strafvordering).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>In het geval de appelschriftuur met verzoeken later wordt ingediend dan de in artikel 410 van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn, maar wel binnen 14 dagen nadat het uitgewerkte vonnis door de verdediging is ontvangen, is het 'noodzakelijkheidscriterium' van toepassing. Maar - afhankelijk van de omstandigheden van het geval - kan aan het 'noodzakelijkheidscriterium' een zodanige invulling worden gegeven dat er geen wezenlijk verschil is met het resultaat dat bij de toepassing van het criterium van het verdedigingsbelang zou worden bereikt (HR 19 juni 2007, LJN AZ1702, NJ 2007, 626).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Het 'noodzakelijkheidscriterium' fungeert eveneens als maatstaf indien de berechting in eerste aanleg op tegenspraak heeft plaatsgevonden en de getuige/de deskundige om <emphasis role="italic">wiens verhoor</emphasis> wordt verzocht ten overstaan van een rechter (rechter-commissaris of een rechter ter zitting) is gehoord (artikel 418 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>Voor wat betreft gevraagd (nader) deskundigenonderzoek toetst het hof of het belang van de verdediging - voorzover daarvan sprake is - tegen de achtergrond van een eerlijke procesvoering en het belang van het onderzoek, (nader) deskundigenonderzoek noodzakelijk doen zijn. Bij die afweging dienen bij ieder gevraagd deskundigenonderzoek de relevante specifieke omstandigheden te worden betrokken (HR 19 juni 2007, NJ 2008, 169).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van de verzoeken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat de appelschriftuur tijdig is ingediend waardoor de verzoeken in beginsel dienen te worden beoordeeld aan de hand van het criterium van het verdedigingsbelang. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Getuigen</emphasis>
      </para>
      <para>De door de raadsvrouw opgegeven getuige zoals genoemd onder 1 en de daarnaast ter terechtzitting opgegeven getuige [getuige3], zijn eerder in haar aanwezigheid gehoord door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad. Nu de berechting in eerste aanleg op tegenspraak heeft plaatsgevonden, fungeert het noodzakelijkheidscriterium als maatstaf bij de beoordeling van het horen van de getuigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof <emphasis role="bold">wijst af </emphasis>het verzoek tot het horen van de getuige genoemd onder 1, nu de noodzaak daartoe niet is gebleken. Immers, voornoemde getuige is reeds in aanwezigheid van de raadsvrouw door de rechter-commissaris gehoord en de raadsvrouw heeft daarbij alle gelegenheid gehad de getuigen te bevragen<emphasis role="bold"> en </emphasis>van deze gelegenheid ook gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet wel de noodzaak tot het horen van getuige <emphasis role="bold">[getuige3], </emphasis>een inmiddels onherroepelijke veroordeelde medeverdachte en <emphasis role="bold">wijst </emphasis>dit verzoek derhalve <emphasis role="bold">toe</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in een aantal zaken van de medeverdachten van verdachte verzochte getuigen, te weten steeds alle medeverdachten van de betreffende verdachte, toegewezen, voor zover hieronder opgesomd. Vanuit proces-economisch oogpunt zal de raadsvrouw van verdachte in verband met verknochtheid van de zaken in de gelegenheid worden gesteld de getuigenverhoren bij te wonen. Het betreft de navolgende getuigen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*. <emphasis role="bold">[medeverdachte1]</emphasis>, geboren op [1995], thans gedetineerd in [verblijfplaats];</para>
      <para>*. <emphasis role="bold">[medeverdachte4]</emphasis>, geboren op [1996], thans gedetineerd in het [verblijfplaats];</para>
      <para>*. <emphasis role="bold">[medeverdachte2]</emphasis>, geboren op [1996], thans gedetineerd in [verblijfplaats];</para>
      <para>*. <emphasis role="bold">[medeverdachte5]</emphasis>, geboren in 1962, thans gedetineerd in [verblijfplaats].</para>
      <para>Het hof is voornemens om wat betreft het horen van bovengenoemde getuigen één van de raadsheren die ter zitting over de zaak oordeelt, aan te wijzen als gedelegeerd raadsheer-commissaris. Nu krachtens het gestelde in artikel 316 lid 2 jo. 415 van het Wetboek van Strafvordering een dergelijke aanwijzing alleen kan indien de advocaat-generaal en de verdachte daarmee instemmen, verzoekt het hof de advocaat-generaal en de verdediging binnen één week na de datum van dit arrest schriftelijk aan de griffier te laten weten of dit voornemen van het hof op instemming kan rekenen of dat er bezwaren hiertegen bestaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Nader onderzoek</emphasis>
      </para>
      <para>Voor wat betreft de verzoeken van de verdediging opgesomd onder 2 tot en met 5, toetst het hof - zoals hierboven reeds omschreven - of het belang van de verdediging  tegen de achtergrond van een eerlijke procesvoering en het belang van het onderzoek, (nader) deskundigenonderzoek noodzakelijk doen zijn. Bij die afweging dienen bij ieder gevraagd deskundigenonderzoek de relevante specifieke omstandigheden te worden betrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal dan ook bij onderstaande verzoeken steeds opnieuw de specifieke omstandigheden in ogenschouw nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het verzoek tot nader genetisch onderzoek</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof <emphasis role="bold">wijst af </emphasis>het verzoek tot dit nadere genetisch onderzoek. </para>
      <para>Het hof stelt allereerst vast dat in eerste aanleg - in het vooronderzoek en tijdens de behandeling van de strafzaak - in verschillende fasen deskundigenonderzoek, waaronder contra-expertise op verzoek van de verdediging, heeft plaatsgevonden onder meer gericht op de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer]. Het hof heeft in aanmerking genomen dat de zaak door de voorzitter van de kamer is besproken met het openbaar ministerie en de raadslieden in de zaken van alle medeverdachten, waarna op een regiezitting is voortgegaan met de behandeling van de zaak en de onderzoeksvragen. Dat heeft er ook toe geleid dat ook de rechter-commissaris verschillende onderzoekshandelingen heeft verricht waaronder de benoeming van verschillende deskundigen.</para>
      <para>Met betrekking tot de vraag naar de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer] hebben dr. B. Kubat en dr. A. Maes, beiden arts en patholoog, als deskundige onderzoek verricht.  Zij hebben beiden verslag gedaan van hun onderzoek in een rapportage en die van conclusies voorzien. Op verzoek van de verdediging zijn bij wijze van contra expertise prof. Jacobs, docent gerechtelijke geneeskunde (en via laatstgenoemde prof. E. Beuls, emeritus hoogleraar en hoofd afdeling neurochirurgie Universiteit Maastricht) en prof. C.M. Milroy, forensisch patholoog, benoemd als deskundigen door de rechter-commissaris. Ook zij hebben hun bevindingen in een rapportage neergelegd. Prof. Milroy heeft zich - aldus zijn rapportage - intercollegiaal laten bijstaan door dr. Veinot. Het hof heeft kennis kunnen nemen van voormelde rapportages en hun conclusies. Het hof heeft tevens gelezen het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank van 29 mei 2013. Op laatstgenoemde zitting zijn voornoemde deskundigen, met uitzondering van prof. Jacobs, in elkaars aanwezigheid gehoord, hebben vragen beantwoord en hebben op elkaars standpunten gereageerd. Het hof stelt vast dat ter zitting inhoudelijk is gedebatteerd over bevindingen, ingenomen standpunten en conclusies met betrekking tot de doodsoorzaak waarbij ook de betekenis van een eventuele aandoening SMA aan de orde is geweest. </para>
      <para>Het hof vindt in het licht van de resultaten van voornoemde deskundigenonderzoeken en het debat daarover ter zitting - waarbij de aandoening SMA en mogelijke consequenties daarvan specifiek aan de orde is geweest - aan het verzoek tot nader (aanvullend) genetisch onderzoek naar de vraag of kan worden vastgesteld of [slachtoffer] leed aan SMA, onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat een dergelijk onderzoek moet worden verricht. Het hof is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden het belang van het onderzoek in deze strafzaak niet noopt tot het oordeel dat nader onderzoek noodzakelijk is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat het verzoek betreft prof. Milroy ter zitting als getuige te horen:</para>
      <para>Prof. Milroy is ter zitting van de rechtbank in aanwezigheid van de raadsvrouw gehoord waarbij gelegenheid tot ondervraging heeft bestaan. Nu de berechting in eerste aanleg op tegenspraak heeft plaatsgevonden, fungeert het noodzakelijkheidscriterium als maatstaf bij de beoordeling van het horen van deze deskundige. </para>
      <para>Het hof <emphasis role="bold">wijst</emphasis> dit verzoek <emphasis role="bold">af </emphasis>nu de noodzaak daartoe niet is gebleken, ook niet door hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wat het verzoek betreft om een reconstructie</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof <emphasis role="bold">wijst </emphasis>het verzoek om de gevraagde reconstructie <emphasis role="bold">af</emphasis>. De raadsvrouw heeft verzocht om een reconstructie naar wat zich precies heeft afgespeeld aan de hand van de beschikbare foto’s. Niet nader is aangeduid op welk(e) feitelijk(e) aspect(en) een te houden reconstructie zich zou moeten richten. Het hof is van oordeel dat het verzoek in het licht van de inhoud van het strafdossier onvoldoende concreet is onderbouwd. Het hof is evenmin ambtshalve van de noodzaak van een schouw danwel reconstructie gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wat het verzoek betreft ten aanzien van driedimensionale visualisatie van foto's</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof vindt in het gestelde van de raadsvrouw onvoldoende aanleiding te oordelen dat noodzaak bestaat tot het verrichten van het verzochte onderzoek. Het hof overweegt hiertoe dat bij de inhoudelijke behandeling van de zaak ter zitting gelegenheid zal bestaan de foto’s te bekijken en de waarneming van het hof van commentaar te voorzien. Het gegeven dat foto’s uit hun aard een momentopname van slechts enkele momenten van het gehele voorval op het voetbalveld beslaan, maakt ook dat er onvoldoende aanknopingspunten bestaan om de noodzaak van het gevraagde onderzoek aan te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wat het verzoek betreft ten aanzien van onderzoek door een forensisch patholoog</emphasis>
      </para>
      <para>Het beantwoorden van de vraag of, rekening houdende met de mate waarin geweld is uitgeoefend, de dood van het slachtoffer als gevolg van dat geweld voorzienbaar is geweest, is bij uitstek een vraag welke door de rechter dient te worden beantwoord. Aanknopingspunten die noodzaken om met betrekking tot deze vraag te worden voorgelicht door een forensisch patholoog, acht het hof niet aanwezig. Het verzoek wordt, bij gebrek aan noodzaak, dan ook afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wat het voorwaardelijke verzoek betreft om verstrekking van een kopie van de auditieve verhoren</emphasis>
      </para>
      <para>Met betrekking tot dit verzoek van de raadsvrouw om eventuele ontbrekende delen van de verhoren van de cd-rom te ontvangen, overweegt het hof dat, nu er tijdens de terechtzitting overeenstemming met de advocaat-generaal is bereikt over het verkrijgen van de eventuele incomplete auditieve registraties, het hof het verzoek aldus zal verstaan dat ervan mag worden uitgegaan dat dit verder wordt afgehandeld tussen de verdediging en de advocaat-generaal en er voor het hof geen verzoek meer ligt waarop moet worden beslist. Het hof verzoekt met het oog op de voortgang in de zaak de verdediging binnen <emphasis role="bold underline">twee weken na heden</emphasis><emphasis role="bold"> aan de advocaat-generaal schriftelijk kenbaar te maken of en zo ja welke registraties van verhoren missen. </emphasis></para>
      <para>Het hof acht zulks redelijk nu de raadsvrouw sinds ongeveer drie maanden de beschikking heeft over de door haar genoemde af te luisteren gegevensdrager.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof <emphasis role="bold">wijst af</emphasis> het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis, nu de verdenkingen, bezwaren en gronden voor de voorlopige hechtenis nog onverkort aanwezig zijn. Daarnaast ligt er een veroordelend vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof <emphasis role="bold">wijst </emphasis>eveneens <emphasis role="bold">af</emphasis> het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis, nu de belangen van strafvordering om de voorlopige hechtenis te laten voortduren zwaarder wegen dan de belangen van verdachte om uit voorlopige hechtenis te worden geschorst, ook al is er in casu sprake van een minderjarige verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof merkt op dat de voorwaardelijke standpunten van de advocaat-generaal, gelet op bovenstaande, hier geen bespreking behoeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Schriftelijke ronde standpunten vorderingen schadevergoeding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof gaat niet in op de door mr. Y. Moszkowicz gedane opmerking ter zitting over te gaan tot het horen van de door hem ingeschakelde deskundige. Het hof is van oordeel dat een dergelijk verhoor in de onderhavige zaak een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.</para>
      <para>Het hof vindt in de stukken evenwel aanleiding de raadsvrouw van verdachte in de gelegenheid te stellen zich binnen drie weken na heden schriftelijk uit te laten over de door mr. Y. Moszkowicz namens de benadeelde partijen ingediende vorderingen tot schadevergoeding. De raadsvrouw wordt door het hof uitgenodigd bij gelegenheid van deze schriftelijke ronde tevens vragen te stellen - voorzover die bestaan - over de gevraagde schadevergoedingen en hun onderbouwing. Na ontvangst van de reactie van de raadsvrouw van verdachte, zal mr. Y. Moszkowicz in de gelegenheid worden gesteld binnen drie weken na ontvangst van het schriftelijk standpunt daarop schriftelijk te reageren. De advocaat-generaal en de verdediging krijgen vervolgens de gelegenheid tijdens de behandeling van de zaak ter terechtzitting in repliek en dupliek op de ingenomen standpunten te reageren. </para>
      <para>Het hof beoogt op deze wijze zoveel mogelijk te komen tot een inhoudelijke beoordeling van het ingediende vorderingen van de benadeelde partijen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Voortgang van de behandeling van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof geeft er de voorkeur aan om voorafgaand aan de behandeling van de strafzaken ter zitting de getuigen te laten horen door een gedelegeerd raadsheer-commissaris. Met het oog op een voortvarende voortgang zal het hof in overleg met de advocaat-generaal en de raadsman voornoemde getuigenverhoren plannen in de periode van eind oktober tot en met medio november 2013 (weken 42 tot en met 45). Insteek is dat aansluitend op de getuigenverhoren het hof zal aanvangen met de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting. Daarvoor zal een zoveel mogelijk aaneengesloten aantal dagen worden gereserveerd. De agenda’s van de raadslieden van de medeverdachten worden bij de planning tevens betrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is voornemens de behandeling van de zaak conform het uitgangspunt van artikel 495b van het Wetboek van Strafvordering achter gesloten deuren te behandelen, zowel het de behandeling van de feiten als de bespreking van de persoonlijke omstandigheden betreft. Dit laat onverlet dat de nabestaanden op grond van artikel 495b van het Wetboek van Strafvordering bijzondere toegang zal worden verleend zoals tot heden ook is toegestaan. Bij gelegenheid van de (in alle zaken gelijktijdige) behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen en het (in alle zaken gelijktijdige) requisitoir van de advocaat-generaal zal ook de pers bijzondere toegang worden verleend op de wijze zoals is dit toegestaan tijdens de regiezitting. Voorts zal te zijner tijd in overleg worden getreden met de betrokken raadslieden in hoeverre toestemming wordt verleend de pers toe te laten bij het (gezamenlijk) pleidooi zoals te doen gebruikelijk en overeenkomstig de geldende persrichtlijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in het kader van het bovenstaande de belangen van de minderjarige, waaronder diens persoonlijke levenssfeer, gewogen tegen de belangen van openbaarheid in deze zaak. In deze belangenafweging heeft het hof ook het belang van waarheidsvinding betrokken, voor welk belang sommige raadslieden ook uitdrukkelijk de aandacht van het hof hebben gevraagd.</para>
      <para>Het bovenstaande betekent tevens dat de raadslieden van medeverdachten - nu de zitting van medeverdachten achter gesloten deuren zal worden behandeld - niet de gelegenheid wordt geboden de zitting bij te wonen in de zaken van de medeverdachten, voorzover het de bespreking van de feiten en de persoonlijke omstandigheden betreft.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">wijst af </emphasis>het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>wijst af de verzoeken zoals hierboven genoemd onder 1 en 2, 3, 4 en 5;</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">wijst toe </emphasis>het verzoek zoals hierboven genoemd voor wat betreft de getuige [getuige3], geboren op [1997], wonende te [woonplaats], [adres];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">stelt </emphasis>de raadsvrouw <emphasis role="bold">in de gelegenheid</emphasis> de getuigenverhoren van onderstaande medeverdachten door de (gedelegeerd) raadsheer-commissaris in de zaken van medeverdachten bij te wonen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [medeverdachte4]
        </emphasis>, geboren op [1996], thans gedetineerd in het [verblijfplaats];</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [medeverdachte2]
        </emphasis>, geboren op [1996], thans gedetineerd in [verblijfplaats];</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [medeverdachte1]
        </emphasis>, geboren op [1995] te Amsterdam, thans verblijvende in [verblijfplaats];</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [medeverdachte5]
        </emphasis>, geboren in 1962, thans verblijvende in [verblijfplaats];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">bepaalt </emphasis>dat de verhoren van getuigen, toegewezen in de zaak van een medeverdachte, worden toegevoegd aan het dossier van verdachte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">bepaal</emphasis>t dat de raadsvrouw in de gelegenheid wordt gesteld binnen drie weken na de datum waarop dit tussenarrest is gewezen een schriftelijke reactie bij mr. Y. Moszkowicz en bij de griffie van het hof in te dienen op de ingediende vorderingen tot schadevergoeding dan wel in dit kader nadere vragen te formuleren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">stelt </emphasis>mr. Y. Moszkowicz in de gelegenheid na ontvangst van voornoemde schriftelijke reactie respectievelijk nadere vraagstelling, binnen drie weken na ontvangst van dit stuk een schriftelijke reactie bij de raadsvrouw en griffie van het hof in te dienen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">bepaalt</emphasis> dat de raadsvrouw, de advocaat-generaal en de gemachtigde van de benadeelde partijen binnen een week na heden schriftelijk bij de griffie hun beschikbaarheid indienen voor wat betreft de weken 42 tot en met 45;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">bepaalt </emphasis>dat de raadsvrouw binnen een week na heden schriftelijk aan de griffie schriftelijk meedeelt of zij conform art. 316 jo. 415 Wetboek van Strafvordering kan instemmen met een getuigenverhoor door een <emphasis role="bold">gedelegeerd </emphasis>raadsheer-commissaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">schorst</emphasis> het onderzoek ter terechtzitting voor <emphasis role="bold">onbepaalde tijd</emphasis>, maximaal drie maanden, gelet op de klemmende reden dat de getuigenverhoren naar verwachting niet binnen een maand zullen zijn voltooid, zal het onderzoek langer dan een maand, maar niet langer dan drie maanden worden geschorst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beveelt</emphasis> de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsvrouw van verdachte, aan de benadeelde partijen en diens vertegenwoordiger;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beveelt</emphasis> de oproeping van de ouder(s) van verdachte, de nabestaanden aan wie bijzondere toegang is verleend, Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. H.J. Deuring, voorzitter,</para>
      <para>mr. L.T. Wemes en mr. J. Dolfing, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.R. Span, griffier,</para>
      <para>en op 26 augustus 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>