<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2013:5947</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T17:48:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.061.379-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656">Burgerlijk Wetboek Boek 1</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=88">Burgerlijk Wetboek Boek 1 88</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=89">Burgerlijk Wetboek Boek 1 89</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005291">Burgerlijk Wetboek Boek 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005291&amp;artikel=52">Burgerlijk Wetboek Boek 3 52</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JPF 2013/124</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:5947">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:5947</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-21T10:56:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2013:5947 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 13-08-2013 / 200.061.379-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2013:5947:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>art. 1:88 en 1:89 lid 1 BW en 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW</para>
        <para>Tegenbewijs tegen voorshands bewezen geachte stelling dat de echtgenote meer dan drie jaar voordat zij een beroep deed op vernietiging op de hoogte was van het bestaan van de door haar echtgenoot gesloten effectenleaseovereenkomst, niet geleverd. </para>
        <para>(tussenarrest van 4 december 2012 en eindarrest van 13 augustus 2013)</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2013:5947:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.061.379/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Leeuwarden 258849 / CV EXPL 08-6814)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de eerste kamer van 13 augustus 2013 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Varde Investments (Ireland) Limited</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Dublin, Ierland,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">Varde</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. P.C.M. Ouwens, kantoorhoudend te Spijkenisse,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde in conventie en geïntimeerde in reconventie,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[geïntimeerde]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. J.B. Maliepaard, kantoorhoudend te Bleiswijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 4 december 2012 hier over. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op 4 december 2012 heeft een getuigenverhoor plaatsgehad aan de zijde van [geïntimeerde]. Varde heeft afgezien van contra-enquête. Partijen hebben vervolgens ieder een memorie na enquête genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald. Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (<emphasis role="italic">Staatsblad</emphasis> 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In voornoemd tussenarrest is [geïntimeerde] toegelaten tot het tegenbewijs van de voorshands bewezen stelling dat [X] meer dan drie jaar voor 14 oktober 2005 op de hoogte was van het bestaan van de effectenleaseovereenkomst</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft zichzelf als getuige doen horen. </para>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft voor zover van belang het volgende verklaard:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) wij hadden het aanvankelijk niet zo breed. In de loop van de jaren is dat veranderd en op een gegeven moment hadden wij het wel breed. Dat zal zo sinds de jaren '70 zijn geweest. Sinds 1993 was ik directeur van een schadeverzekeringsmaatschappij (Avero). Mijn echtgenote werkte in de zorg. Aanvankelijk als teamleidster voor thuiszorg, later heette dat zorgmanager. Zij had een "allergie voor financiële dingen". </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Over geldzaken werd bij ons thuis nauwelijks gesproken. Dat kwam omdat mijn vrouw daar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zenuwachtig van werd en dat overleg alleen maar leidde tot ruzie tussen ons. Waar het op</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">neer kwam, was dat ik alle financiële zaken afhandelde, de belastingaangifte verzorgde en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ook dat de post door mij werd geopend. Daaronder niet begrepen de aan mijn echtgenote</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geadresseerde post.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb destijds in 2000 de Legio Lease overeenkomst waarom het hier gaat, gesloten in een “moment van verstandsverbijstering”, althans dat concludeer ik achteraf. Mijn gedachten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">waren dat wij die Hfl. 500,00 per maand wel konden missen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Die maandbedragen werden betaald vanaf een op naam van mij en mijn echtgenote staande</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en/of rekening. Via die ene rekening verliep ons hele betalingsverkeer. Het enige wat mijn</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vrouw met die rekening deed, was het hanteren van de betaalpas. En zoals u weet gaat dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">alleen om uitgaven.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U vraagt mij heel expliciet of ik met mijn vrouw nooit gesproken heb over de Legio Lease</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">overeenkomst. In de periode tot maart 2003 heb ik met haar niet “gerept” over die</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">overeenkomst.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik had in het verleden (de jaren 80) wel eens een pakket aandelen DSM, tweede tranche,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gekocht. Dat ging om een klein pakketje. Over dat aandelenpakket heb ik wel gesproken met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mijn echtgenote, maar zij werd daar erg zenuwachtig van en bleef bij mij informeren hoe het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ermee stond. Ik heb mede daarom die aandelen uiteindelijk verkocht.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor mijn aandelenovereenkomst met Legio Lease heb ik niet eerder aandelenovereenkomsten gesloten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mijn vrouw en ik hadden een koophuis in eigendom sinds de jaren '70. Daarna hebben wij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nog twee keer een ander huis gekocht. Het uitzoeken van dat huis deden wij natuurlijk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gezamenlijk, maar het regelen van de hypothecaire geldlening was mijn zaak. Dat liep via</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het bedrijf waar ik werkte. In de periode rond 2000 hebben wij geen huis gekocht. De</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hypothecaire geldlening die wij hadden gesloten, kende geen rentevaste periode maar een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">variabele rente.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) mijn pensioen goed geregeld was via mijn werkgever en dat mijn vrouw genoegen nam met mijn mededeling dat de zaken op dit punt goed geregeld waren.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb mijn echtgenote omtrent maart 2003 verteld over de Legio Lease overeenkomst. De</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aanleiding daarvoor was dat ik een brief ontving van Dexia met het zgn. Dexia-aanbod. Ik</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">besloot op dat moment mijn vrouw te informeren over het bestaan van de overeenkomst en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de restschuld. Ik was daar wel wat verlegen mee, omdat ik het maar een domme zet van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mijzelf vond van destijds.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor het slagen van het tegenbewijs tegen het oordeel van de rechter dat de partij op wie de bewijslast rust haar stellingen, behoudens tegenbewijs, afdoende heeft bewezen, is voldoende dat dit bewijs door het tegenbewijs wordt ontzenuwd (Hoge Raad 2 mei 2003, <emphasis role="italic">LJN</emphasis>: AF3807). Het hof is van oordeel dat [geïntimeerde] hierin niet is geslaagd. [geïntimeerde] heeft uitsluitend zichzelf doen horen. Voor zijn verklaring geldt weliswaar niet de beperking van de bewijskracht van de partijgetuigenverklaring op grond van artikel 164 lid 2 Rv, nu de verklaring betrekking heeft op feiten waarvoor Varde het bewijsrisico draagt, maar dit laat onverlet dat [geïntimeerde] partij is in deze procedure en belang heeft bij de uitkomst van de bewijsopdracht. Dit vormt voor het hof reden om zijn getuigenverklaring met de nodige omzichtigheid te beoordelen. Te meer nu er geen nadere, meer onpartijdige getuigenverklaringen of stukken voorhanden zijn die de verklaring van [geïntimeerde] op cruciale punten bevestigen. </para>
        <para>Zo acht het hof in het licht van het te leveren tegenbewijs niet overtuigend dat een vrouw die in het dagelijks leven professioneel werkzaam is als zorgmanager en daaruit een inkomen verwerft, nimmer een blik werpt op de rekeningafschriften van, zoals door [geïntimeerde] is verklaard, de enige rekening waarlangs het gehele betalingsverkeer van het echtpaar verliep.</para>
        <para>Daarnaast zijn er verschillen aan te wijzen tussen de overgelegde stukken en de verklaring van [geïntimeerde]. Zo heeft [geïntimeerde] expliciet verklaard dat hij [X] omtrent maart 2003 na ontvangst van het Dexia aanbod voor het eerst heeft geïnformeerd over de effectenleaseovereenkomst. In de overgelegde stukken bevindt zich echter een brief van </para>
        <para>14 oktober 2005 van [X] aan Dexia waarin zij schrijft "mij is onlangs gebleken dat door mijn echtgenoot bovengenoemd contract is afgesloten" een verschil van meer dan twee jaren. Het hof komt tot het oordeel dat de enkele verklaring van [geïntimeerde], zoals hiervoor onder 2.1. weergegeven, onvoldoende is om het voorshands geleverde bewijs te ontzenuwen</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>Uit hetgeen hiervoor onder r.o. 2.3. is overwogen volgt dat [geïntimeerde] niet in het tegenbewijs is geslaagd. Daarmee staat vast dat [X] meer dan drie jaar voor </para>
        <para>14 oktober 2005 op de hoogte was van de effectenleaseovereenkomst. Dit houdt in dat de bevoegdheid tot vernietiging van de overeenkomst door [X] reeds was verjaard op het moment van inroepen van de vernietiging. [X]  kon de overeenkomst niet meer rechtsgeldig vernietigen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Gelet op het vorenoverwogene behoeft hetgeen verder is aangevoerd geen bespreking meer, nu [geïntimeerde] zijn verweer met betrekking tot de hoogte van de vordering na specificatie door Varde niet heeft gehandhaafd noch de juistheid van de specificatie heeft betwist.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De grieven slagen, zodat het bestreden vonnis zal worden vernietigd. De vorderingen van Varde zullen worden toegewezen. </para>
        <para>Het hof zal [geïntimeerde] als de (overwegend) in het ongelijk te stellen partij in de kosten van beide instanties veroordelen. </para>
        <para>De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van Varde zullen worden vastgesteld op € 508,71 aan verschotten en € 750,- (2,5 punten/tarief II: € 300,-) voor salaris gemachtigde overeenkomstig het liquidatietarief.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Varde zullen worden vastgesteld op € 350,93 aan verschotten en € 2.682,- (3 punten/tarief II: € 894,-) voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief, te vermeerderen met het nasalaris zoals nader in het dictum bepaald.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis van de kantonrechter te Leeuwarden van 5 januari 2010 voor zover in conventie gewezen en doet in zoverre opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerde] om aan Varde te betalen het bedrag van € 18.983,17 vermeerderd met de wettelijke rente over € 15.557,53 vanaf 10 januari 2008 tot de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan Varde van al hetgeen Varde ter uitvoering van het bestreden vonnis aan [geïntimeerde] heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na dagtekening van dit arrest tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van Varde wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op € 750,- voor salaris gemachtigde en op € 508,71 voor verschotten,</para>
      <para>en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 2.682,- voor salaris advocaat, op € 350,93 voor verschotten en op € 131,- voor nasalaris van de advocaat;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. M.M.A. Wind, mr. G. van Rijssen en mr. I. Tubben en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 13 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>