<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2013:5489</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:46:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">3581-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>M en R 2014/88 met annotatie van B. Arentz</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:5489">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:5489</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-31T13:42:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2013:5489 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-07-2013 / 3581-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2013:5489:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Belediging van een ambtenaar in functie. </para>
        <para>Verdachte vond hem een mierenneuker en een eikel.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2013:5489:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <para>Parketnummer:	21-003581-12 </para>
  <para>Uitspraak d.d.:	23 juli 2013 </para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Verkort arrest van de meervoudige kamer</title>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Arnhem van 22 augustus 2012 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 05-900231-11, in de strafzaak tegen</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 9 juli 2013.</para>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). </para>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, </para>
      <para>mr A.H.J.G. van Voorthuizen, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 24 februari 2012 in de gemeente [gemeente] opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "ik vind u een mierenneuker" en/of "eikel", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Omvang van het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis bevat niet een uitgewerkte bewezenverklaring. De raadsman heeft gesteld dat zijn cliënt door de politierechter is vrijgesproken van de uitlating “eikel.”</para>
      <para>Het hof gaat uit van de juistheid van deze stelling, maar is van oordeel dat er geen sprake is van een onherroepelijke deelvrijspraak, gelet op de inrichting van de tenlastelegging, die naar het oordeel van het hof één uit verschillende onderdelen bestaande belediging inhoudt en niet twee cumulatief tenlastegelegde beledigingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] blijkt dat verdachte tegen [verbalisant 1] heeft gezegd dat hij hem een eikel en een mierenneuker vond. Gelet op de context waarin die woorden door verdachte zijn gezegd, is het hof van oordeel dat er sprake is van belediging van voornoemde verbalisant gedurende en/of ter zake zijn rechtmatige bediening. Die context bestond hierin dat een groep jongeren op een verboden plaats alcohol aan het nuttigen was, luidkeels schreeuwde en kennelijk niet van zins was aan redelijke verzoeken tot legitimatie te voldoen. De door verdachte geuite bewoordingen leidden tot gelach vanuit de groep, waardoor de verbalisant zich in zijn hemd gezet voelde.</para>
      <para>Deze situatie verschilt in zoverre van die in HR 8 mei 2012, LJN BV9188, dat toen (op 25 februari 2010) alleen “mierenneuker” werd gezegd en nu de combinatie van “mierenneuker” en “eikel”. Bovendien is de juridische context gewijzigd nu verdachte, door verbalisant [verbalisant 1] toe te voegen dat hij hem een mierenneuker vond, die [verbalisant 1] tevens heeft beschuldigd van het plegen van een misdrijf als bedoeld in het op 1 juli 2010 in werking getreden artikel 254 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 24 februari 2012 in de gemeente [gemeente] opzettelijk beledigend <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">) </emphasis>ambtena<emphasis role="strike-through">(</emphasis>a<emphasis role="strike-through">)</emphasis>r<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis>, te weten [verbalisant 1], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn<emphasis role="strike-through">/haar/hun </emphasis>bediening, in diens<emphasis role="strike-through">/dier </emphasis>tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "ik vind u een mierenneuker" en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> "eikel"<emphasis role="strike-through">, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>het bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van een politieman in de uitoefening van zijn functie.</para>
      <para>Het hof is van oordeel dat politiemensen hun werk moeten kunnen doen, zonder dat zij worden beledigd of belachelijk worden gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het veroordelend vonnis van de rechtbank Arnhem van 25 april 2012 was nog niet eens gewezen ten tijde van het feit waarover het hof in de onderhavige zaak dient te beslissen. Daarom dient het openbaar ministerie niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering tot tenuitvoerlegging van de bij dat vonnis voorwaardelijk opgelegde strafgedeelte van 12 maanden (!).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 50,00 (vijftig euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">1 (één) dag hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 05-900231-11.</para>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr R. van den Heuvel, voorzitter,</para>
      <para>mr R.H. Koning en mr P.H.A.J. Cremers, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,</para>
      <para>en op 23 juli 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
      <para>mr R.H. Koning is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>