<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2013:5263</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-10T12:19:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.123.463</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2016:1165" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:1165, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:5263">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:5263</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-18T13:25:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2013:5263 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 02-07-2013 / 200.123.463</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2013:5263:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In hoger beroep is geïntimeerde neit gehouden tot zekerheidsstelling proceskosten, ook niet bij het instellen van incidenteel appel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2013:5263:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para>locatie Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.123.463</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht 295743)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de eerste kamer van 2 juli 2013 in het incident tot zekerheidstelling </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Theo [eiser]</emphasis>,</para>
      <para>wonend te Nieuwegein,</para>
      <para>appellant in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. M.H.G. Plieger,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar Chileens recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A] S.A.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>geïntimeerde in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. P.H.N. van Spanje.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [verweerster] worden genoemd.   </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de tussen [verweerster] als eiseres in conventie tevens verweerster in reconventie en verweerster in het incident en [eiser] als gedaagde in conventie tevens eiser in reconventie en eiser in het incident gewezen vonnissen van de rechtbank Utrecht respectievelijk rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 1 juni 2011, 7 september 2011, 4 april 2012 en 20 februari 2013. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding in hoger beroep d.d. 11 maart 2013;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van eis in het incident ex artikel 224 Rv;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van antwoord in het incident tot zekerheidstelling, met een productie. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Partijen hebben de stukken aan het hof overgelegd en arrest in het incident gevraagd. Daarop heeft het hof arrest in het incident bepaald. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De motivering van de beslissing in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [eiser] heeft - zakelijk samengevat - gevorderd dat [verweerster] op de voet van artikel 224 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) wordt verplicht om zekerheid te stellen voor de proceskosten in hoger beroep. [verweerster] heeft zich hiertegen, met een beroep op artikel 353 lid 2 Rv, verweerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het verweer van [verweerster] slaagt. [verweerster] is in de hoofdzaak in hoger beroep geïntimeerde. Ingevolge het bepaalde in artikel 353 lid 2 Rv is de geïntimeerde in hoger beroep niet gehouden tot zekerheidstelling op grond van artikel 224 Rv, zelfs niet bij het (eventueel) instellen van incidenteel beroep. Daarop stuit de incidentele vordering van [eiser] af. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering in het incident af; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident, tot op heden aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil aan verschotten en op € 894,-- aan salaris van de advocaat;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit arrest wat betreft deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de hoofdzaak naar de rol van 13 augustus 2013 voor memorie van grieven aan de zijde van [eiser].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. A.W. Steeg, P.H. van Ginkel en F.J.P. Lock en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2013.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>