<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2013:5253</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T18:37:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.117.295-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroepKortGeding">Hoger beroep kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:5253">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2013:5253</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-17T09:31:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2013:5253 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 16-07-2013 / 200.117.295-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2013:5253:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Opzegging en opeising hypothecaire geldlening in verband met verstrekken van onjuiste inkomensgegevens door de hypotheekgever.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2013:5253:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.117.295/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Groningen 135947/KG ZA 12-256)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest in kort geding van de tweede kamer van 16 juli 2013 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiser,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellant]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. G.A. Pots, kantoorhoudend te Leeuwarden, </para>
      <para>voor wie heeft gepleit mr. N.E. Koelemaij, kantoorhoudend te Assen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SNS Bank N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">SNS</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. D.M. Brinkman, kantoorhoudend te Utrecht, die ook heeft gepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van </para>
      <para>19 oktober 2012 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Groningen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure is als volgt:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding in hoger beroep d.d. 12 november 2012 (met grieven en producties),</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van antwoord (met producties),</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het gehouden pleidooi waarbij pleitnotities zijn overgelegd.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Na afloop van het pleidooi heeft het hof arrest bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De vordering van [appellant] luidt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">I. geheel te vernietigen het vonnis, op 19 oktober 2012 door de voorzieningenrechter</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van de Rechtbank Groningen onder zaak-/rolnummer 135947 / KG ZA 12-256</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gewezen tussen [appellant] als eiser en BLG Hypotheken als gedaagde, en opnieuw</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">rechtdoende alsnog moge behagen bij arrest, voor zoveel mogelijk wettelijk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitvoerbaar bij voorraad, te beslissen als volgt:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">II. BLG Hypotheken te veroordelen tot terugbetaling aan [appellant] van al hetgeen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [appellant] op grond van het te vernietigen vonnis onverschuldigd aan [appellant]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de dag der onverschuldigde betaling (subsidiair: vanaf de dag der appeldagvaarding,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">of het arrest, dan wel enige in goede justitie te bepalen ingangsdatum) tot de dag</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">der algehele voldoening;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">III. de executie uit hoofde van het ten processe bedoelde recht van hypotheek op de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten processe bedoelde aan [appellant] toebehorende onroerende zaak (perceel met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">woonhuis en toebehoren aan [adres] te [woonplaats]), te schorsen totdat op</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het geschil zal zijn beslist in dit (hoger beroep in) kort geding en/of een eventuele</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">daaropvolgende procedure ten principale, althans voor een door het Gerechtshof</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te bepalen tijd, op straffe van een door BLG Hypotheken aan [appellant] te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verbeuren dwangsom van € 10.000,00 voor elke dag dat BLG Hypotheken hiermee</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in strijd handelt, tot een maximum van € 500.000,00;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">IV. BLG Hypotheken ertoe te veroordelen de executiemaatregelen uit hoofde van het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten processe bedoelde recht van hypotheek op de ten processe bedoelde aan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [appellant] toebehorende onroerende zaak (perceel met woonhuis en toebehoren</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aan [adres] te [woonplaats]), geheel (subsidiair gedeeltelijk) te staken en gestaakt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te houden (dan wel te schorsen en geschorst te houden), alsmede de gevolgen van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">eventuele reeds aangevangen executiemaatregelen ongedaan te maken, althans BLG</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hypotheken te verbieden met dergelijke executiemaatregelen - of maatregelen die</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geacht kunnen worden een voorbereiding op de executie te vormen- een aanvang te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nemen (uiterst subsidiair: de executie voor een in goede justitie te bepalen termijn uit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te stellen), alles op straffe (naast voornoemde dwangsom indien toepasselijk) van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verbeurte van een dwangsom aan [appellant] van € 10.000,00 voor elke dag dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">BLG Hypotheken in gebreke zal blijven aan deze veroordeling/dit verbod gevolg</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te geven, tot een maximum van € 500.000,00;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">V. BLG Hypotheken te verbieden om - al dan niet ter voorbereiding of in het kader</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van enige executie - enige openbare aankondiging of mededeling te doen middels</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aanplakken of publicatie in enig blad, middels elektronische bekendmaking, of op</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">welke wijze ook, waaruit bij derden de indruk zou kunnen ontstaan dat [appellant] -</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">al dan niet bij name genoemd, mitsdien ook indien slechts naar zijn adres wordt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verwezen - diens verplichtingen aan BLG Hypotheken niet nakomt of niet is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nagekomen althans BLG Hypotheken reden tot het inzetten van enig</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">executietraject heeft gegeven, althans waaruit derden de indruk kunnen krijgen dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de ten processe bedoelde onroerende zaak op enig moment mogelijk openbaar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verkocht zal worden, op straffe (naast voornoemde dwangsommen indien</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">toepasselijk) van verbeurte van een dwangsom ad € 500.000,00 ineens;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">VI. BLG Hypotheken ertoe te veroordelen, het aan [appellant] verleende krediet - als</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten processe bedoeld - tot zekerheid waarvan de ten processe bedoelde hypotheek</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">is gevestigd, te continueren conform de acceptatiebevestiging d.d. 28 februari</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2008, en BLG Hypotheken te verbieden dit krediet voortijdig te beëindigen, op</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">straffe (naast voomoemde dwangsommen indien toepasselijk) van verbeurte van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">een dwangsom aan [appellant] van € 10.000,00 voor elke dag dat BLG Hypotheken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hiermee in strijd handelt, tot een maximum van € 500.000,00;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">VII. BLG Hypotheken ertoe te veroordelen om, indien zich voor [appellant] een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mogelijkheid voordoet om tot volledige oversluiting van de ten processe bedoelde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hypotheek over te gaan, hiertoe op eerste verzoek van [appellant] alle noodzakelijke</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">medewerking te verlenen (in dier voege dat de hypotheek kan worden geroyeerd</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tegen gehele inlossing) en zich te onthouden van alle vormen van tegenwerking</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">terzake, bijzonderlijk ervan af te zien enige boete voor voortijdige aflossing op te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">leggen en de hypotheek hiermee te bezwaren, op straffe (naast voornoemde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dwangsommen indien toepasselijk) van verbeurte van een dwangsom ad</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 500.000,00 ineens;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">VIII. alsmede/althans zodanige voorzieningen te treffen als het Gerechtshof in goede</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">justitie vermeent te behoren, en in voorkomend geval, voor zover de zaak zich</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">naar het oordeel van het Gerechtshof niet zou lenen voor behandeling in kort</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geding, de zaak te verwijzen naar de sector civiel recht van het Gerechtshof (dan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wel de Rechtbank Groningen) met bepaling van de dag waarop zij op de rol moet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">komen (rekening houdend met de eventueel benodigde oproepingstermijn indien</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">BLG Hypotheken niet bij advocaat in het kort geding mocht zijn verschenen);</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">IX. BLG Hypotheken te veroordelen in de kosten van het geding vallende op beide</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">instanties, te vermeerderen met de nakosten ad € 131,00 zonder betekening en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 199,00 in geval van betekening, alles te vermeerderen met de wettelijke rente</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vanaf veertien dagen na betekening van het ten dezen te wijzen arrest tot de dag</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">der algehele voldoening."</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling  </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.1.1.</nr>
        <para>Tussen partijen staan, als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de niet betwiste inhoud van de overgelegde producties, de volgende feiten vast.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Sinds maart 2008 is [appellant] eigenaar van een perceel bouwterrein gelegen aan de</para>
          <para>
            [straat] (kavelnummer 5) te [woonplaats]. Inmiddels is het perceel bebouwd met een aan [appellant] toebehorende woning met toebehoren, plaatselijk bekend als [adres] te ([postcode]) [woonplaats] (hierna: de woning).</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            [appellant] heeft een gedeelte van het perceel en de woning gefinancierd met eigen</para>
          <para>vermogen, te weten een bedrag van € 223.119,65. Daarnaast heeft hij in februari 2008</para>
          <para>bij BLG Hypotheken (hierna: BLG) een lening afgesloten op basis van hypothecaire zekerheid ter hoogte van € 280.000,- voor de duur van dertig jaar (hierna: de geldlening). </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.4.</nr>
        <parablock>
          <para>Tot het verkrijgen van de geldlening heeft [appellant] op 6 februari 2008 een inkomensverklaring ingediend bij BLG ondertekend door [appellant] Assurantiën. Nadat deze verklaring was geweigerd heeft [appellant] op 20 februari 2008 opnieuw een inkomensverklaring ingediend, waarbij als adviseur heeft meegetekend [X] Administraties (hierna: [X]), de boekhouder van [appellant]. Op de inkomensverklaring staat onder meer vermeld:</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">"(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">De geldnemer(s) en de hypotheekadviseur verklaren na gezamenlijke bestudering van de inkomensbescheiden dat het jaarinkomen van de geldnemer(s) bedraagt:</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Jaarinkomen geldnemer 1: EUR 105.000</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Aldus verklaren wij, ieder voor zich en gezamenlijk, dat een adequate overweging is gemaakt om deze lening aan te gaan en dat het door ons opgegeven inkomen gelijk is aan het werkelijke inkomen. De adviseur verklaart hierbij ook dat de hypothecaire lening geschikt is voor de geldnemer(s).</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)"  </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.5.</nr>
        <parablock>
          <para>Op de geldleningsovereenkomst zijn de Algemene Voorwaarden</para>
          <para>hypotheken (200308) (hierna: de algemene voorwaarden), van toepassing. </para>
          <para>De algemene voorwaarden bevatten de volgende bepaling:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Artikel 14: Opzegging van de lening</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">De hypotheekbank kan altijd onmiddellijk aflossing van de lening met alles wat de</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">geldnemer verder schuldig is vorderen zonder voorafgaande aanmaning of</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">ingebrekestelling:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">o. als blijkt, dat de geldnemer voor of bij het aangaan van de lening zodanig onvoldoende of</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">onjuiste gegevens heeft verstrekt of relevante gegevens ten aanzien van zijn persoon of het</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">onderpand verborgen heeft gehouden, dat de hypotheekbank bij kennis daarvan de lening</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">niet of niet op de overeengekomen voorwaarden zou hebben verstrekt”</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.6.</nr>
        <parablock>
          <para>In augustus 2009 heeft [appellant] BLG wegens problemen met de aannemer</para>
          <para>verzocht om een verhoging van de geldlening. In dat kader heeft [appellant] [Q] van Huis &amp; Hypotheek te Leeuwarden benaderd als tussenpersoon. [Q] heeft [appellant] verzocht om inkomensgegevens, te weten de laatste drie jaarrapporten en</para>
          <para>IB-aangiften. Deze stukken heeft [appellant] niet overgelegd, waarna BLG de hypotheekaanvraag vooralsnog heeft geweigerd.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.7.</nr>
        <parablock>
          <para>Bij brief van 9 september 2009 heeft [X] namens [appellant] aan BLG</para>
          <para>onder meer het volgende geschreven:</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">"(…) De zaken omtrent de hypotheekverhoging werden tot nu toe behartigd door de heer [Q]</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic"> van Huis &amp; Hypotheek te Leeuwarden. Volgens deze adviseur kan de verhoging niet</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">meer op basis van inkomensverwachting, maar dienen de inkomens over de afgelopen drie</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">jaar te worden overgelegd. De inkomens over de afgelopen jaren zijn bijzonder laag. Op</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">basis van die gegevens kan de hypotheek nimmer worden verhoogd.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">"Is het mogelijk om de hypothecaire lening uit te breiden van € 280.000,- naar € 370.000.- op basis van de bij u bekend zijnde inkomens gegevens. (…)"</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uiteindelijk heeft [appellant] de aanvraag tot verhoging van de geldlening ingetrokken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.8.</nr>
        <parablock>
          <para>Nadat BLG had ontdekt dat het werkelijke jaarinkomen van [appellant] aanmerkelijk</para>
          <para>lager was dan € 105.000,- heeft zij in de tweede helft van 2009 het deel van de lening dat</para>
          <para>nog niet was uitgeboekt, het zogenaamde bouwdepot, geblokkeerd. Hierdoor bleven de</para>
          <para>facturen van aannemer [A] aan [appellant] onbetaald, waarna [A] een retentierecht op</para>
          <para>de woning in aanbouw heeft uitgeoefend. Teneinde de facturen te kunnen betalen heeft [appellant] een bedrag van € 200.000,- van zijn vader geleend.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.9.</nr>
        <para>Bij e-mail van 14 juli 2010 heeft [appellant] aan [B], medewerker van BLG, laten weten dat het retentierecht van [A] was geëindigd. Diezelfde dag heeft BLG een brief naar [appellant] verstuurd met onder meer de volgende inhoud:</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">"(…) Ons is gebleken, dat de ingediende inkomensverklaringen bij zowel de eerste aanvraag alsook de tweede aanvraag niet de juiste informatie bevatten. Het moge u ondertussen duidelijk zijn dat het verstrekken van onjuiste informatie voor ons absoluut niet acceptabel is.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Kortom wij zijn van mening dat op grond van artikel 14 lid o van onze Algemene Voorwaarden een verdere voortzetting van onze dienstverlening aan u niet past binnen het kader van onze normen en waarden en dat wij u tot uiterlijk 1 november 2010 de gelegenheid geven uw woning te verkopen of elders te financieren. In afwachting daarvan hebben wij het saldo van het bouwdepot op de restantschuld in mindering gebracht. Momenteel is de restschuld € 182.377,46 (exclusief de huidige achterstand ad € 721,91) (…)"</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.10.</nr>
        <para>BLG is op 11 oktober 2010 onder algemene titel overgenomen door SNS, waarna SNS hypotheekhouder werd.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.11.</nr>
        <parablock>
          <para>Eind 2010 en begin 2011 is woning door verscheidene makelaars getaxeerd. De</para>
          <para>getaxeerde marktwaarde varieert in de verschillende rapporten tussen € 660.000,- en</para>
          <para>€ 705.000,- en de getaxeerde executiewaarde tussen € 530.000 en € 630.000, -.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.12.</nr>
        <parablock>
          <para>Nadat BLG [appellant] verscheidene keren uitstel had verleend voor het voldoen</para>
          <para>aan zijn aflossingsverplichtingen, heeft ze bij schrijven van 2 augustus 2012 aan [appellant] meegedeeld dat zij geen verder uitstel zal verlenen en dat zij de notaris opdracht zal geven om de woning te veilen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.13.</nr>
        <parablock>
          <para>
            [appellant] ontvangt inkomsten uit een WAO-uitkering. Daarnaast heeft hij sinds</para>
          <para>2002 een eenmanszaak, [appellant] Assurantiën genaamd. Voorts voert hij werkzaamheden uit onder de handelsnaam De Groene Verzekering.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.14.</nr>
        <para>
          [appellant] heeft onder meer bij Rabobank Borger, Obvion, ING en de Emslandische Volksbank getracht een geldlening te sluiten ter aflossing van de geldlening bij BLG, geen van deze instellingen bleek hiertoe bereid. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.15.</nr>
        <para>
          [appellant] heeft tot op heden aan zijn betalingsverplichtingen aan BLG uit de geldlening voldaan.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het geschil en de beslissing in eerste aanleg</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.2.1.</nr>
        <para>In eerste aanleg heeft [appellant] gevorderd, zakelijk weergegeven, schorsing van de executie uit hoofde van het recht van hypotheek van BLG op de woning van [appellant], BLG te veroordelen tot voortzetting van de door BLG aan [appellant] verleende geldlening en BLG te veroordelen haar medewerking te verlenen aan het oversluiten van de lening naar een derde indien [appellant] daartoe de mogelijkheid heeft en af te zien in dat geval van een boete wegens voortijdige aflossing, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van BLG in de kosten van de procedure. [appellant] heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat een deugdelijke grond voor opzegging van de hypothecaire lening ontbreekt en de executie van de woning een te zwaar middel vormt. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2.</nr>
        <para>BLG heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen. Zij heeft gesteld dat zij op grond van haar algemene voorwaarden gerechtigd is de geldlening te beëindigen, omdat [appellant] onjuiste inkomensgegevens heeft verstrekt. Zij heeft [appellant] geruime tijd de gelegenheid gegeven elders financiering te verkrijgen dan wel de woning te verkopen en de lening in te lossen. Nu [appellant] hieraan niet heeft voldaan, is veilen van de woning de aangewezen weg, aldus BLG. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.3.</nr>
        <para>De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat [appellant] onjuiste inkomensgegevens heeft verstrekt en BLG op basis van haar algemene voorwaarden in beginsel gerechtigd is tot het opzeggen van de lening. De voorzieningenrechter heeft vervolgens een afweging gemaakt tussen het belang van BLG bij opzegging van het krediet en van [appellant] bij voortzetting ervan en geoordeeld dat de opzegging en opeising van het krediet niet onaanvaardbaar is. De vorderingen van [appellant] zijn afgewezen, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van de grieven</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <para>
          [appellant] heeft vier grieven naar voren gebracht. De grieven leggen het geschil in volle omvang aan het hof voor. Het hof zal de grieven gezamenlijk behandelen. Aan de beoordeling of de gevraagde voorzieningen voor toewijzing in aanmerking komen gaat de vraag vooraf of BLG gerechtigd was de geldlening op te zeggen.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Algemene voorwaarden</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>BLG stelt dat zij bevoegd is de lening op te eisen en het onderpand te executeren. Zij doet daartoe een beroep op artikel 14 o van de door haar gehanteerde algemene voorwaarden (r.o. 3.1.5.) in die zin dat zij stelt dat zij de lening niet of niet onder dezelfde voorwaarden was aangegaan indien aan haar juiste en volledige gegevens waren verstrekt. </para>
          <para>
            [appellant] heeft allereerst een beroep gedaan op vernietiging van voornoemd artikel. Dit artikel zou onredelijk bezwarend zijn, zo stelt hij, aangezien toepassing van deze bepaling altijd leidt tot opzegging van het krediet ook in die gevallen waarin BLG daarbij geen belang heeft. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3.</nr>
        <para>Het hof is van oordeel dat deze opzeggingsclausule een gebruikelijke bepaling is bij kredietovereenkomsten en als zodanig niet als onredelijk bezwarend kan worden aangemerkt. De genoemde belangenafweging vindt plaats bij de afweging of de opzegging gerechtvaardigd is. Daaraan staat artikel 14 o van de algemene voorwaarden niet in de weg. Dit verweer wordt dan ook verworpen. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Opzegging</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.4.</nr>
        <para>
          [appellant] legt aan de door hem gevraagde voorzieningen ten grondslag dat BLG niet gerechtigd was tot opzegging van de geldlening. [appellant] voert daartoe aan dat hij bij de aanvraag van de geldlening geen onjuiste inkomensgegevens heeft verstrekt, maar als zelfstandige een inkomensprognose heeft afgegeven. Bovendien, zo stelt [appellant], is niet gebleken dat bij opgave van zijn werkelijk gerealiseerde inkomen BLG niet dan wel niet op dezelfde voorwaarden een geldlening zou hebben verstrekt.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.5.</nr>
        <parablock>
          <para>Het hof is van oordeel dat [appellant] bij de aanvraag voor de hypothecaire geldlening onjuiste inkomensgegevens heeft verstrekt. [appellant] heeft een bedrag van € 105.000,- als inkomen opgegeven. Zijn bruto-inkomen over 2009 bedroeg € 31.182,-. Het hof is gebleken dat zijn inkomen in voorafgaande jaren bestond uit een WAO-uitkering, evenals in de jaren nadien. Ter gelegenheid van het pleidooi heeft [appellant] verklaard dat het netto-inkomen uit zijn onderneming vrijwel nihil is. </para>
          <para>Uit de tekst van de hiervoor onder r.o. 3.1.4. weergegeven verklaring, die de basis vormde voor het verstrekken van de hypothecaire geldlening volgt dat na bestudering van inkomensgegevens het inkomen dient te worden opgegeven en dat zowel de geldlener en de hypotheekadviseur verklaren dat dit het werkelijke inkomen betreft. Gelet op de tekst van de inkomensverklaring heeft [appellant] er dan ook niet op mogen vertrouwen dat hij een prognose van zijn inkomen mocht opgeven. Daarnaast blijkt uit de opgave op de inkomensverklaring niet dat het door [appellant] vermelde inkomen een schatting van het inkomen behelst. Door ondertekening verklaren [appellant] en zijn adviseur immers dat dit het werkelijke inkomen betreft. Bovendien kan het hof er niet aan voorbijgaan dat [appellant], naar zijn zeggen op beperkte schaal, beroepshalve heeft bemiddeld bij hypotheekverstrekkingen. De verplichting om juiste en volledige informatie te verstrekken zou bij hem dan ook bekend mogen worden verondersteld. </para>
          <para>Naast het feit dat uit de inkomensverklaring niet blijkt dat het een geschat inkomen betreft, is de prognose op geen enkele wijze feitelijk onderbouwd. Het inkomen van [appellant] omvatte slechts een WAO-uitkering. Zijn onderneming moest nog worden uitgebouwd, hij had niet de beschikking over een geschikte kantoorruimte, nauwelijks klanten en er was geen bedrijfsplan. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.6.</nr>
        <parablock>
          <para>Vervolgens dient te worden beoordeeld of het verstrekken van die onjuiste gegevens heeft geleid tot een hypothecaire lening die BLG niet of niet onder de overeengekomen voorwaarden indien zij de beschikking had gehad over juiste en volledige gegevens. Het hof acht het bij de beoordeling hiervan een feit van algemene bekendheid dat een hoger risico bij het verstrekken van een geldlening zich vertaalt in andere voorwaarden. </para>
          <para>BLG heeft aangevoerd dat zij uitgaande van een jaarinkomen van [appellant] van € 14.300,- tot € 30.000,- een hypothecaire lening heeft verstrekt die ruim twintig tot negen keer het jaarinkomen bedraagt, hetgeen in strijd is met artikel 6 lid 3 en lid 4 van de Gedragscode Hypothecaire Financieringen van 1 januari 2007. Het hof is van oordeel dat een dergelijk inkomen in verhouding tot de verplichtingen van [appellant] met betrekking tot de aflossing en rentebetalingen een veel groter risico in zich bergt, dan een lening die minder dan drie keer het jaarinkomen bedraagt, en dat dit meebrengt dat BLG mogelijk had afgezien van het verstrekken van een lening danwel een kortere looptijd en/of een hogere rente had bedongen. Dit leidt tot het oordeel dat BLG in beginsel tot opzegging en opeising van de geldlening en tot parate executie van de hypotheekrechten op de woning kan overgaan.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.7.</nr>
        <para>Buiten geschil is dat de gevolgen van de opzegging van de geldlening en de executie van de hypotheekrechten zeer ingrijpend zijn voor [appellant]. Dat is dus ook voor het hof uitgangspunt. BLG maakt in de gegeven omstandigheden echter geen misbruik van haar bevoegdheid door de relatie met [appellant] op te zeggen en over te gaan tot opeising van de geldlening. Uit artikel 3:268 BW volgt dat BLG gerechtigd is over te gaan tot parate executie zodra de opgeëiste lening niet binnen een redelijke termijn wordt terugbetaald. Bij de beoordeling of BLG tot executie van haar hypotheekrecht kan overgaan heeft als uitgangspunt te gelden dat BLG hiervan niet lichtvaardig gebruik mag maken. Dit is hier niet het geval. [appellant] heeft zichzelf in deze positie gebracht door onjuiste inkomensgegevens te verstrekken, hetgeen een ernstig feit is, wat leidt tot een vertrouwensbreuk. BLG hoeft dergelijk gedrag niet te accepteren, ook indien dit tot op heden niet tot vermogensschade voor BLG heeft geleid. Zij heeft er dan ook in de gegeven omstandigheden een gegrond belang bij de relatie te beëindigen. Het hof laat daarbij zwaar wegen dat [appellant] sinds de opzegging van de geldlening inmiddels drie jaar in de gelegenheid is gesteld alternatieve financiering te zoeken, dan wel tot onderhandse verkoop van de woning over te gaan om op die wijze de geldlening in te lossen. [appellant] is hierin niet geslaagd, waardoor het veilen van de woning als enige mogelijkheid overblijft. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.8.</nr>
        <parablock>
          <para>
            [appellant] heeft voorts gesteld dat BLG haar recht heeft verwerkt om tot opeising van de lening over te gaan, omdat BLG de toezegging heeft gedaan dat zij van het opzeggen en opeisen van de hypotheeklening af zou zien, indien Hofstedes vader een lening zou verstrekken. BLG betwist een dergelijke afspraak te hebben gemaakt. </para>
          <para>
            [appellant] heeft naar het oordeel van het hof geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit dit kan volgen. In de door [appellant] ter onderbouwing van zijn standpunt overgelegde - niet originele - brief (productie 5 bij dagvaarding in hoger beroep), wordt door de vader van [appellant] slechts de wens uitgesproken dat de geldlening wordt voortgezet. </para>
          <para>Tot slot stelt [appellant] dat BLG onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door te wachten tot het retentierecht teniet was gegaan alvorens tot opzegging van de hypotheeklening over te gaan, hetgeen zo begrijpt het hof, de stellingen van [appellant], ertoe zou leiden dat BLG niet meer tot opzegging van de geldlening zou mogen overgaan. Het hof gaat hieraan voorbij, nu niet is gesteld of gebleken dat [appellant] nadeel heeft ondervonden van de werkwijze van BLG. Indien BLG eerder tot opeising van de lening was overgegaan was het onderpand een kavel met een deels afgebouwde woning waarop een retentierecht rustte, die bij executie van de woning door BLG bij verdeling van de opbrengst in rang boven het hypotheekrecht zou zijn gegaan. Het gevaar dat [appellant] zijn geïnvesteerde vermogen zou zijn kwijt geraakt en met een restschuld zou zijn achter gebleven zou in dat geval aanzienlijk groter zijn geweest.     	</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.9.</nr>
        <parablock>
          <para>De grieven falen. Het vonnis van de voorzieningenrechter zal worden bekrachtigd. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. </para>
          <para>De kosten aan de zijde van SNS Bank worden begroot op: € 666,- aan verschotten en </para>
          <para>€ 7.896,- aan salaris advocaat (3 punten/ tarief V: € 2.632,-).  </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in kort geding, in hoger beroep:</para>
      <para>
        <?linebreak?>bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen van </para>
      <para>12 oktober 2012;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van SNS Bank begroot op € 666,- aan verschotten en € 7.896,- aan salaris advocaat;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mr. I. Tubben, mr. B.J.H. Hofstee en </para>
      <para>mr. A.G.J. van Wassenaer-van Catwijck en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 16 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>