<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2026:41</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-15T10:00:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.344.469/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:41">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:41</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-14T11:03:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:41 Gerechtshof Amsterdam , 13-01-2026 / 200.344.469/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2026:41:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 1:207 BW. Gerechtelijke vaststelling vaderschap. Vervolg op ECLI:NL:GHAMS:2025:1462. Eindbeschikking. Man heeft geen tegenbewijs geleverd tegen in tussenbeschikking reeds voorshands bewezen geacht vaderschap. Het hof stelt het vaderschap vast.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2026:41:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling civiel recht en belastingrecht</para>
      <para>Team III (familie- en jeugdrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.344.469/01 </para>
      <para>zaaknummer rechtbank: C/13/715783 / FA RK 22-1987 (LH/MG) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de meervoudige kamer van 13 januari 2026 in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats A] , </para>
      <para>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. M. Jonkman te Capelle aan den IJssel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man] ,</emphasis>
      </para>
      <para>blijkens de BRP Registratie Niet Ingezetenen sedert 8 november 2019 wonende te Bulgarije, op een onbekend adres,</para>
      <para>verweerder in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de man.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt: </para>
    </parablock>
    <para>- de minderjarige [minderjarige] , geboren [in] 2018 te [plaats B ] , hierna te noemen: [minderjarige] ,		</para>
    <para>- mr. L. Scheffer, advocaat te Amsterdam, in haar hoedanigheid van bijzondere curator over [minderjarige] , hierna te noemen: de bijzondere curator.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als informant is aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para>- [naam] , hierna te noemen: de informant.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de procedure heeft een adviserende taak:</para>
      <para>de Raad voor de Kinderbescherming, </para>
      <para>gevestigd te Den Haag, locatie Amsterdam,</para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof handhaaft hetgeen is opgenomen in zijn tussenbeschikkingen van 3 juni 2025 en 2 december 2025. Bij de beschikking van 3 juni 2025 is de man toegelaten tot het leveren van tegenbewijs van de voorshands bewezen geachte stelling dat hij de verwekker is van [minderjarige] en is iedere verdere beslissing aangehouden. De man is tot 7 september 2025 de tijd gegund voor het leveren van tegenbewijs. In de beschikking van 2 december 2025 is nader bepaald dat de man voor het leveren van dit tegenbewijs tot 4 januari 2026 de tijd wordt gegund en is de publicatie in de Staatscourant gelast van die beschikking en van de tussenbeschikking van  </para>
        <para>3 juni 2025, eveneens onder aanhouding van iedere verdere beslissing. Daarbij is vermeld dat indien de man van de mogelijkheid tot het leveren van tegenbewijs geen gebruik maakt, het hof op 13 januari 2026 een eindbeschikking zal geven.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De hiervoor bedoelde publicatie in de Staatscourant heeft plaatsgevonden op 3 december 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De man heeft van de mogelijkheid tot het leveren van tegenbewijs van de voorshands bewezen geachte stelling dat hij de verwekker is van [minderjarige] geen gebruik gemaakt. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Omdat de man geen gebruik heeft gemaakt van de hem geboden mogelijkheid om tegenbewijs te leveren van de voorshands bewezen stelling dat hij de verwekker is van [minderjarige] , zal het hof onder verwijzing naar rechtsoverwegingen 5.7 en 5.8 van de tussenbeschikking van 3 juni 2025 het vaderschap van de man gerechtelijk vaststellen, zoals de moeder heeft verzocht. Dat betekent dat de bestreden beschikking van de rechtbank zal worden vernietigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Met deze uitspraak beschouwt het hof de werkzaamheden van de bijzondere curator als beëindigd, behalve in het geval dat tegen de beslissing tot vaststelling van het vaderschap van de man beroep in cassatie wordt ingesteld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 1 mei 2024 voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast het vaderschap van [de man] , geboren te [plaats C] op </para>
      <para>
        [in] 1968, ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige] , geboren te [plaats B ] [in] 2018;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>draagt de griffier op, nadat drie maanden na dagtekening van deze beschikking zijn verstreken en daartegen geen beroep in cassatie is ingesteld, een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats B ] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontslaat de bijzondere curator van haar taak, behalve in het geval dat tegen de beslissing tot vaststelling van het vaderschap beroep in cassatie wordt ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, mr. A.V.T. de Bie en </para>
      <para>mr. J.F. Miedema, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 13 januari 2026 in het openbaar uitgesproken door de oudste raadsheer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>