<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2026:399</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T11:02:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">000370-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:399">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:399</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T11:00:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:399 Gerechtshof Amsterdam , 11-02-2026 / 000370-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2026:399:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>GHAMS BRR - art 533 Sv - zaaksbegrip</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2026:399:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking		</para>
    <para />
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7847ff6e-4dff-4f65-a53e-f5201b920447" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5a4d26fa-ab63-476c-bbb2-ac6154542b4a" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="69ed1bc2-685d-4486-b19d-c9a59971dcc1" depth="2" width="571" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
      <para>rekestnummer(s): 000370-25 (533 Sv)</para>
      <para>parketnummer in hoger beroep: 23-000750-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,</para>
      <para>domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. S.C. van Klaveren,</para>
      <para>Vondelstraat 41, 1054 GJ Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is op 8 mei 2025 ingekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 december 2025 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 13 januari 2026 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title> 2. Inhoud van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 8.690,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 533, eerste lid Sv luid, voor zover van belang:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, kan de rechter, op verzoek van de gewezen verdachte, hem een vergoeding uit ’s Rijks kas toekennen voor de schade welke hij tengevolge van ondergane inverzekeringstelling, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder de term ‘zaak’ zoals bedoeld in dat artikel moet worden verstaan al datgene waarop het rechtsgeding betrekking heeft (HR 14 november 1989, NJ 1990, 274; HR 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1502). De grenzen daarvan zijn vastgelegd in hetgeen bij inleidende dagvaarding aan de verdachte is tenlastegelegd, zij het dat de grenzen nadien nader kunnen worden bepaald door wijziging van de tenlastelegging, nadere omschrijving en/of voeging of splitsing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feitenrechtspraak biedt beperkt ruimte voor een andere uitleg in het geval de specifieke omstandigheden hiertoe aanleiding geven, bijvoorbeeld omdat de tenlastegelegde feiten van een geheel andere aard en ernst zijn, waartussen geen, althans onvoldoende verband bestond en indien de feiten gevoegd en om louter proceseconomische redenen aan de rechter zijn voorgelegd (vgl.: ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ4693 en ECLI:NL:GHAMS:2017:4719).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij arrest van dit hof van 27 februari 2025 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd met een vrijspraak voor brandstichting op 2 september 2022 en een strafoplegging voor het aanwezig hebben van harddrugs op 8 mei 2022. Bij de aanhouding voor de brandstichting zijn de harddrugs bij verzoeker aangetroffen en op grond van beide feiten heeft verzoeker in verzekering en in voorarrest gezeten. Omstandigheden als in voorgaande alinea bedoeld, doen zich hier niet voor. Gelet daarop is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat de zaak niet is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Het hof zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof :</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, H.A. van Eijk en A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is -bij ontstentenis van de voorzitter- ondertekend door de oudste raadsheer en de griffier en is vervroegd uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 11 februari 2026.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>