<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:3863</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-09T10:45:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000748-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3863">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3863</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-09T10:44:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3863 Gerechtshof Amsterdam , 12-12-2025 / 23-000748-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3863:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opzettelijk niet voldoen aan bevel of vordering. De verdachte heeft bekend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3863:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-000748-25 </para>
    <para>datum uitspraak: 12 december 2025 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>VERSTEK (niet-gemachtigd raadsman)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 maart 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-078484-25 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2001, </para>
    <para>adres: [adres] ,</para>
    <para>thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>28 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 13 maart 2025 te 15:50 uur uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 1 maand niet meer te bevinden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft geconstateerd dat uit het dossier blijkt dat de verdachte een verblijfsverbod opgelegd heeft gekregen op grond van artikel 2.9, tweede lid, onder a van de APV. De van 25 december 2024 tot en met 10 juni 2025 geldende ‘Algemene Plaatselijke Verordening 2008’ bevat echter geen artikel 2.9, tweede lid onder a. De in het dossier bedoelde wetsbepaling stond in die versie opgenomen onder artikel 2.9A, tweede lid. Het hof gaat er derhalve vanuit dat hier sprake is geweest van een kennelijke verschrijving en zal de tenlastelegging verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 13 maart 2025 te 15:50 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 1 maand niet meer te bevinden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk niet voldoen aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf en maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg tenlastegelegde bewezenverklaarde veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van tien dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft niet voldaan aan een bevel zich niet op te houden in een door de burgemeester van Amsterdam aangewezen overlastgebied. De verdachte heeft hierdoor blijk gegeven zich niets gelegen te laten liggen aan dit door het bevoegde gezag met het oog op handhaving van de openbare orde gegeven bevel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 17 november 2025 is hij na onderhavig feit meerdere malen ter zake van het overtreden van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht veroordeeld, waarvan een deel inmiddels ook onherroepelijk is geworden. Daarnaast constateert het hof dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, nu aan de verdachte na het onderhavige feit meerdere straffen zijn opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet gelet op al het vorenstaande geen aanleiding om af te wijken van de vordering van de advocaat-generaal en acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft de verdachte in eerste aanleg een gebiedsverbod van zes weken opgelegd en heeft deze maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaard. Ook het hof acht een gebiedsverbod van deze duur passend en geboden, en zal dit daarom opleggen. Daaraan staat niet in de weg dat uit de Justitiële Documentatie van de verdachte volgt dat deze maatregel inmiddels is geëxecuteerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 38v, 38w, 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">10 (tien) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 6 weken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gebiedsverbod houdt in dat de veroordeelde zich gedurende 6 weken niet bevindt in het overlastgebied in Amsterdam Centrum. Bij iedere overtreding zal één week hechtenis worden toegepast met een maximum van 3 maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het overlastgebied in Amsterdam Centrum wordt begrensd door: </para>
      <para>Vanaf het IJ, de Wester toegang, de Droogbak (langs het spoor), de Hollandse tuin, langs de Ketelmakerstraat (onder het spoor), tot de Blokmakerstraat, het Hendrik Jonkerplein, Tussen de Bogen (onder het spoor), tot aan het water van de Singelgracht, Haarlemmerplein, de Korte Marnixkade, de Brouwersgracht, langs de Keizersgracht (straat) naar de Leidsegracht (straat). Vanaf de Leidsegracht (straat) langs de Leidsekade en de Nassaukade, via de Overtoom tot en met de Tweede Constantijn Huygensstraat. Vanaf de Tweede Constantijn Huygensstraat langs de Vondelstraat en de Roemer Visscherstraat, over de Eerste Constantijn Huygensstraat naar het Zandpad. Via het Zandpad over de Stadshouderskade naar de Spiegelgracht, door op de Nieuwe Spiegelstraat tot aan de Keizersgracht (straat) naar het water van de Binnenamstel, tot aan de Blauwbrug. Via de Blauwbrug richting Nieuwe Keizersgracht. De Amstel, Nieuwe Keizersgracht, het J.W. van Overloopplantsoen, Plantage Muidergracht tot aan de Plantage Kerklaan, vanaf de Plantage Muidergracht, Plantage Parklaan, inclusief het water en de bruggen tussen het Hortusplantsoen en de Hortus Botanicus Amsterdam, de Nieuwe Keizersgracht, via de Oosterdok, naar oostzijde IJtunnel, met daaraan gelegen aanlegsteigers. Vanaf de IJtunnel in de richting van de Oosterdoksdoorgang tot het IJ. Over het water van het IJ, van de Oosterdoksdoorgang tot Westertoegang inclusief alle aanlegsteigers. De voornoemde gebiedsgrenzen maken eveneens onderdeel uit van het gebied.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A. Boon, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste raadsheer is buiten staat het arrest te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>