<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:3859</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-08T14:30:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001065-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3859">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3859</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-08T14:28:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3859 Gerechtshof Amsterdam , 12-12-2025 / 23-001065-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3859:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor mishandeling; noodweerverweer wordt gehonoreerd. In het verlengde daarvan kan de benadeelde partij niet worden ontvangen in de vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3859:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-001065-24 </para>
    <para>datum uitspraak: 12 december 2025 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 26 april 2024 in de strafzaak onder parketnummer </para>
    <para>15-050999-24 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003, </para>
    <para>adres: [adres] . </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>11 februari 2025 en 28 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte, de raadsvrouw en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>primair<?linebreak?>hij op of omstreeks 12 februari 2024 te Zaandam, gemeente Zaanstad, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken kaak, heeft toegebracht door die [slachtoffer] met de vuist tegen zijn kaak/in zijn gezicht te slaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair<?linebreak?>hij op of omstreeks 12 februari 2024 te Zaandam, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer] met de vuist tegen zijn kaak/in zijn gezicht heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair<?linebreak?>hij op of omstreeks 12 februari 2024 te Zaandam, gemeente Zaanstad, [slachtoffer] heeft mishandeld door hem met de vuist tegen zijn kaak/in zijn gezicht te slaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de aan de verdachte verweten gedragingen kunnen worden gekwalificeerd als de meer subsidiair tenlastegelegde mishandeling, maar dat hij moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat sprake is geweest van een noodweersituatie als bedoeld in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken. Hiertoe heeft de raadsvrouw aangevoerd – met de advocaat-generaal – dat vrijspraak ten aanzien van de primair en subsidiair tenlastegelegde (poging) zware mishandeling moet volgen omdat daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Ten aanzien van de meer subsidiair tenlastegelegde (eenvoudige) mishandeling komt de verdachte volgens de raadsvrouw een geslaagd beroep op noodweer toe zodat hij ook daarvan behoort te worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft gesteld dat de verdachte zich geconfronteerd zag met een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding waartegen hij zich heeft mogen verdedigen. De verdachte heeft namelijk een afwerende beweging gemaakt nadat de aangever [slachtoffer] hem een kopstoot heeft gegeven. Dit wordt bevestigd door de ter terechtzitting afgelegde verklaring van de getuige [getuige] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van de primair en subsidiair tenlastegelegde (poging) zware mishandeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van de meer subsidiair tenlastegelegde (eenvoudige) mishandeling en het noodweerverweer </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting is gehoord de vriendin van de verdachte, [getuige] . Zij heeft verklaard dat [slachtoffer] de confrontatie opzocht, waarna hij de verdachte een kopstoot heeft gegeven. De verdachte heeft zichzelf hierop verdedigd om zichzelf te beschermen. Het hof overweegt dat de verklaring van de getuige op specifieke punten overeenkomt met hetgeen de aangever en ook de verdachte hebben verklaard. Het hof acht de verklaring van [getuige] betrouwbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is daarom – overeenkomstig de standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging – van oordeel dat de verdachte een geslaagd beroep op noodweer toekomt omdat sprake is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen de verdachte zich op deze wijze heeft mogen verdedigen. </para>
      <para>Met de term ‘mishandeling’ in de zin van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht wordt ook de wederrechtelijkheid van de gedraging tot uitdrukking gebracht: het aan een ander toebrengen van pijn of letsel zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. Nu het hof aannemelijk acht dat de verdachte in noodweer heeft gehandeld, wordt niet wettig en overtuigend bewezen dat zijn gedragingen als wederrechtelijk en daarmee als ‘mishandelend’ kunnen worden aangemerkt. Het hof zal de verdachte daarom ook vrijspreken voor het meer subsidiair tenlastegelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.542,40. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 942,40. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. R.A. Boon en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste raadsheer is buiten staat het arrest te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>