<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:3835</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-20T13:45:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001780-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBAMS:2022:5056" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#overig">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2022:5056, Overig</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3835">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3835</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-20T13:39:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3835 Gerechtshof Amsterdam , 11-03-2025 / 23-001780-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3835:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verkopen van heroïne en cocaïne. Bewijsoverweging. LOVS. Overschrijding redelijke termijn. GVS 24 wkn m.a. Beslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3835:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-001780-22 </para>
    <para>datum uitspraak: 11 maart 2025 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-088998-22 tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984, </para>
    <para>adres: [adres] .</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>25 februari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 8 maart 2022 tot en met 8 april 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aan zeven, althans meerdere personen (onder wie [persoon 1] en [persoon 2] ) heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, een onbekend gebleven hoeveelheid heroïne en/of cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsoverweging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De processen-verbaal van bevindingen over de observatie waarin is gerelateerd dat de verbalisant zag dat de verdachte bolletjes op het muurtje legde waarna de kopers de bolletjes aannamen en geld op het muurtje legden, is ongeloofwaardig en bovendien is deze observatie niet op foto’s vastgelegd. De processen-verbaal van verhoor van de kopers [persoon 2] en [persoon 1] als getuige zijn onbetrouwbaar. Aan hen is niet gevraagd wie de verkoper was en bij de raadsheer-commissaris hebben de getuigen anders verklaard dan bij de politie, aldus de raadsman. Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat bij de verdachte geen drugs zijn aangetroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het dossier volgt dat bij de politie meldingen zijn gedaan dat op de Hodenpijlkade in Amsterdam door de bestuurder van een blauwe Volkswagen Golf voorzien van kenteken [kenteken 1] drugs werden verkocht aan groepen personen. Deze Volkswagen Golf staat op naam van de verdachte. De verdachte heeft over de Volkswagen Golf verklaard dat het zijn auto is en dat hij deze auto niet uitleent aan anderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 8 april 2022 bevonden de verbalisanten zich op de Hodenpijlkade. Zij zagen dat de verdachte kwam aanrijden in voornoemde Volkswagen Golf. De verdachte parkeerde, waarna een auto met kenteken </para>
      <para>
        [kenteken 2] achter hem inparkeerde. De verdachte stapte uit de Volkswagen Golf, stapte aan de passagierszijde in de auto met kenteken [kenteken 2] en had kortstondig contact met de bestuurder. Nadat deze auto weg was gereden, opende de verdachte de kofferbak van zijn eigen auto, deed daar wat en liep vervolgens naar een groepje van ongeveer acht personen. De verdachte legde een aantal bolletjes op een muurtje, waarna zeven personen de bolletjes van de verdachte aannamen en geld op het muurtje legden. Daarna liepen deze personen snel weg. Twee van die personen, de getuigen [persoon 2] en [persoon 1] , zijn staande gehouden en hebben verklaard dat zij zojuist drugs hadden gekocht. [persoon 1] had op dat moment een wit bolletje op zijn tong en slikte dit door. [persoon 2] overhandigde uit zijn jaszak een bruin en een wit bolletje. Na onderzoek is gebleken dat de door [persoon 2] gekochte bolletjes heroïne en cocaïne bevatten. Bij de verdachte is, verdeeld in kleine coupures, in zijn jaszak en in zijn broekzak een contant geldbedrag van € 318,- aangetroffen. In de kofferbak van de Volkswagen Golf zijn een envelop met een contant geldbedrag van € 490,- en een weegschaal aangetroffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht op grond van de bovenstaande feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 8 april 2022 aan personen, onder wie [persoon 2] en [persoon 1] , heroïne en/of cocaïne heeft verkocht. Dat er bij de verdachte en in de auto van de verdachte geen harddrugs zijn aangetroffen, maakt dit naar het oordeel van het hof niet anders. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt het verweer van de verdediging dat de processen-verbaal van bevindingen over de observatie en de processen-verbaal van verhoor getuigen ongeloofwaardig onderscheidenlijk onbetrouwbaar zijn. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de processen-verbaal. Het ontbreken van foto’s van de observatie betreffende de verkoop van de bolletjes op het muurtje en uitdrukkelijke informatie over de verkoper tast de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van de op ambtseed opgemaakte processen-verbaal niet aan. Dat de verklaringen van de getuigen [persoon 2] en [persoon 1] en [persoon 3] bij de raadsheer-commissaris op punten niet geheel gelijkluidend zijn aan hun eerste verklaringen bevreemdt niet, gelet op het tijdsverloop en doet daarom aan het voorgaande niet af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in de periode 8 maart 2022 tot en met 8 april 2022 te Amsterdam, opzettelijk aan personen onder wie [persoon 1] en [persoon 2] heeft verkocht heroïne en/of cocaïne.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verkopen van harddrugs, te weten heroïne en cocaïne. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs, mede vanwege de verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Daarnaast zijn deze drugs direct en indirect de oorzaak van vele vormen van criminaliteit en daarmee bezwarend voor de samenleving. Het hof rekent de verdachte aan dat hij met het verkopen van deze drugs heeft bijgedragen aan het in stand houden van de drugscriminaliteit en het in gevaar brengen van de volksgezondheid. Het hof rekent de verdachte ook aan dat hij zijn eigen financiële belang boven het belang van de kopers heeft gesteld. Dit is in het bijzonder het geval omdat de verdachte die zelf verslaafd is (geweest) en in het verleden bij HVO Querido heeft gewoond, drugs heeft verkocht aan kwetsbare personen die vanwege hun verslavingsproblematiek bij HVO Querido verblijven om daar juist van hun verslaving af te komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft acht geslagen op straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd en die zijn beschreven in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt voor het met enige regelmaat verkopen van gebruikershoeveelheden harddrugs op straat gedurende één tot drie maanden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 11 februari 2025 is hij eerder ter zake van harddrugsfeiten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht alles afwegende, in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt echter met betrekking tot het procesverloop in deze zaak het volgende.</para>
      <para>De verdachte is op 8 april 2022 in verzekering gesteld. De rechtbank heeft op 29 juni 2022 vonnis gewezen. Op 5 juli 2022 is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof doet bij arrest van </para>
      <para>11 maart 2025 einduitspraak.</para>
      <para>Hieruit volgt dat in hoger beroep sprake is van een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn van berechting welke overschrijding niet in overwegende mate te wijten is aan de verdediging. Het hof zal deze overschrijding in het voordeel van de verdachte verdisconteren in de straftoemeting, in die zin dat het hof een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig weken zal opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verbeurdverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>De in beslag genomen en nog niet teruggegeven weegschaal en geldbedragen behoren aan de verdachte toe en zijn bestemd tot het begaan van het bewezenverklaarde (drugshandel), mede gezien de plek waar de voorwerpen zijn aangetroffen en de coupures waaruit het aangetroffen geld bestond. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Onttrekking aan het verkeer</emphasis>
      </para>
      <para>Het bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de in beslag genomen en nog niet teruggegeven verdovende middelen. Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en/of de wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Teruggave aan de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof zal teruggave aan de verdachte gelasten van de onder hem in beslag genomen telefoons.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">24 (vierentwintig) weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart verbeurd</emphasis> de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>- 318 EUR; IBGN 8-4-2022 (Omschrijving: PL1300-2022068734-G6171782); </para>
    <para>- 490 EUR IBG: 08-04-2022 (Omschrijving: PL1300-2022068734-G6171916); </para>
    <para>- 1 STK Weegschaal (Omschrijving: PL1300-2022068734-6171913).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de <emphasis role="bold">onttrekking aan het verkeer</emphasis> van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>- 1 STK Verdovende mid (Hennep) (Omschrijving: PL1300-2022068734-6171795); </para>
    <para>- 1 STK Verdovende mid (Hennep) (Omschrijving: PL1300-2022068734-6171796); </para>
    <para>- 1 STK Verdovende mid (Hashish) (Omschrijving: PL1300-2022068734-6171797).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de <emphasis role="bold">teruggave</emphasis> aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>- 1 STK Telefoon (Omschrijving: PL1300-2022068734-6171794. merk Samsung): </para>
    <para>- 1 STK Telefoon (Omschrijving: PL1300-2022068734-6171798. merk Alcatel).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. P.F.E. Geerlings en mr. A.R.O. Mooy, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>11 maart 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>