<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:3769</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-02T13:52:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000890-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3769">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3769</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-02T13:51:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3769 Gerechtshof Amsterdam , 16-10-2025 / 23-000890-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3769:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak poging diefstal, diefstal d.m.v. een valse sleutel en heling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3769:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para>Parketnummer: 23-000890-25 </para>
    <para>Datum uitspraak: 16 oktober 2025 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 8 april 2025 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-219728-23 (zaak A) en 15-329176-24 (zaak B), alsmede 15-284336-22 (TUL) tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] , </para>
    <para>adres: [adres 1] .</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 oktober 2025 en het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is door de politierechter vrijgesproken van hetgeen aan hem in zaak A onder feit 2 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlasteleggingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">zaak A </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis>
        <?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 23 tot en met 26 juni 2023 te Obdam, gemeente Koggenland, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goed/goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander, toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming </para>
    </parablock>
    <para>- naar die woning is toegegaan en/of </para>
    <para>- deuren, althans een deur, heeft vernield en/of heeft geprobeerd open te wrikken en/of </para>
    <para>- het slot van deuren, althans een deur, heeft doorboord, althans heeft gepoogd te doorboren en/of </para>
    <para>- scharnieren uit de (achter)deur heeft verwijderd </para>
    <para>- een (uitzet)raam heeft verwijderd uit de (achter)gevel van de woning en/of de veiligheidsbeugel uit dit (uitzet)raam heeft gehaald en/of </para>
    <para>- loodslabben heeft weggesneden en/of </para>
    <para>- een ladder bij en/of tegen de woning heeft geplaatst </para>
    <para>terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">zaak B </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair: </emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 27 mei 2024 te Den Helder tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meerdere geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door één of meerdere malen contactloos te pinnen met een pinpas toebehorende aan die [slachtoffer 2] en of [slachtoffer 3] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair:</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 27 mei 2024 te Den Helder, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één bankpas (ten name van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en haar mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal worden vernietigd, omdat het hof, anders dan de politierechter, de verdachte zal vrijspreken van het tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het in zaak A onder feit 1 en in zaak B primair tenlastegelegde kan worden bewezen verklaard. Ten aanzien van zaak A heeft hij aangevoerd dat aangifte van een woninginbraak is gedaan en dat meerdere vingerafdrukken van de verdachte zijn aangetroffen op een raam dat uit de woning is verwijderd en in de schuur is gezet. Ten aanzien van zaak B heeft hij aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat de verdachte met een gestolen bankpas heeft gepind. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het in zaak A onder feit 1 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Het is mogelijk dat een ander het raam waarop vingerafdrukken van de verdachte zijn aangetroffen uit de achtergevel van de woning heeft verwijderd en in de schuur heeft achtergelaten, waarna de verdachte dit raam in de schuur heeft aangeraakt. De tijdspanne tussen het moment dat de woning door de makelaar is afgesloten en het moment dat is ontdekt dat de ketel weg was, laat deze mogelijkheid open. Het dossier bevat geen andere indicatie dat de verdachte heeft geprobeerd in te breken. Daarnaast heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het in zaak B primair en subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. De verdachte heeft de pinpas van zijn vriendin [persoon] gekregen, waarbij hij – gelet op hun relatie – geen acht heeft geslagen op de naam op de pas en dat ook niet hoefde te doen. Hij heeft slechts eenmaal conform haar verzoek tabak en frisdrank gekocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van het hof </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zaak A feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het dossier volgt dat de makelaar, die bemiddelde bij de verkoop van de woning aan de [adres 2] , deze woning op 23 juni 2023 omstreeks 11.00 uur had afgesloten. Op 26 juni 2023 omstreeks 10.00 uur werd de makelaar door de nicht van de eigenaar van de woning gebeld met de mededeling dat er meerdere braaksporen bij de achterdeur van de woning zaten. Daarbij was een uitzetraam, rechts van de achterdeur, vernield. Dit raam is in de schuur aangetroffen. Op het raam zijn vingerafdrukken aangetroffen die overeenkomen met de vingerafdrukken van de verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het de verdachte is geweest die heeft gepoogd in te breken in de woning. Het aantreffen van de betreffende vingerafdrukken op het raam dat in de schuur is aangetroffen is daarvoor onvoldoende. Op andere plekken zijn geen vingerafdrukken van de verdachte aangetroffen. Daarnaast laat het tijdsverloop tussen het afsluiten van de woning en het ontdekken van de braaksporen de mogelijkheid open dat een ander het raam heeft verwijderd. Het hof zal de verdachte van dit feit vrijspreken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zaak B primair en subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het dossier volgt dat de auto, waaruit de bankpas is weggenomen, op 26 mei 2024 rond 17.00 uur afgesloten is achtergelaten in Den Helder. Op 27 mei 2024 rond 08.20 uur bleek een raam van de auto open en bleek dat de bankpas uit de auto was gestolen. Die dag hebben de volgende pintransacties in Den Helder plaatsgevonden: om 05.23 uur en 05.24 uur bij [hotel] , om 08.10 uur, 08.13 uur en 08.15 uur bij [winkel 1] en om 08.34 uur bij [winkel 2] . Uit de camerabeelden en de herkenning van verbalisanten en de verdachte zelf blijkt dat de verdachte om 05.23 uur bij [hotel] heeft gepind. [persoon] heeft de overige pintransacties verricht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij bij Hotel [hotel] tabak en drinken zou halen voor iemand, maar dat hij niet meer weet van wie hij de pinpas had geleend; zijn vriendin [persoon] en hij hadden die pas op een feestje meegekregen, maar hij weet niet of [persoon] de pas had gekregen of hij erom had gevraagd. Op de terechtzitting in eerste aanleg heeft hij verklaard dat een vriendin aan [persoon] had gevraagd om tabak te halen, dat hij de pinpas had gekregen en dat hij heeft niet gekeken welke naam er op de pinpas stond; hij had geen argwaan omdat zijn vriendin [persoon] de pincode had gekregen. [persoon] heeft bij de politie verklaard dat anderen aan haar hadden gevraagd om sigaretten en een fles Fanta bij [hotel] te halen en zij daarvoor een pinpas had gekregen. </para>
      <para>Mede gelet op het tijdsverloop tussen het afsluiten van de auto en de eerste pintransactie door de verdachte met de uit de auto gestolen bankpas ongeveer twaalf uur later, acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat het de verdachte is geweest die de pinpas heeft gestolen. Uit het dossier blijkt ook niet van enig ander bewijs van betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal van de pas. Gelet op de verklaring van de verdachte, die bevestiging vindt in de verklaring van zijn vriendin, dat zij op een feestje dat zij samen bezochten, de pas hebben meegekregen om sigaretten en drank te halen, acht het hof evenmin wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte wist of had moeten weten dat de pinpas van diefstal afkomstig was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal de verdachte dan ook van het in zaak B primair en subsidiair tenlastegelegde vrijspreken.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 februari 2024 (parketnummer 15-284336-22) opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het in zaak A onder feit 1 en zaak B primair en subsidiair tenlastegelegde zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-219728-23 onder feit 2 tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-219728-23 onder feit 1 en in de zaak met parketnummer 15-329176-24 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af de vordering van de officier van justitie van 22 januari 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 februari 2024, parketnummer 15-284336-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van vier weken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. M. Senden en mr. C. Beuze, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Beuze en mr. Gielen zijn niet in de gelegenheid dit arrest te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>