<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:3755</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T10:17:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002783-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3755">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3755</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T10:13:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3755 Gerechtshof Amsterdam , 20-10-2025 / 23-002783-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3755:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vernietiging vonnis. Diefstal van een telefoon in vereniging en met geweld, na afspraak via marktplaats. Ongeacht rapport geen toepassing adolescentenstrafrecht. Bijzondere voorwaarden. Vordering BP toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3755:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-002783-24 </para>
    <para>datum uitspraak: 20 oktober 2025 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-101139-24 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002, </para>
    <para>adres: [adres 1] .</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman en de gemachtigde van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 5 maart 2022 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Apple IPhone 13 Pro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door </para>
      <para>- meermalen te slaan en schoppen op/tegen het lichaam van voornoemde [benadeelde partij] en het naar de grond werken van voornoemde [persoon 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof een andere bewijsvoering hanteert, en tot andere beslissingen komt ten aanzien van de strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsoverweging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft bewezenverklaring van diefstal in vereniging met geweld gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij aangevoerd dat – kort gezegd – niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte een van de drie personen was die de diefstal heeft gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen (zoals die zullen worden opgenomen in de aanvulling op dit arrest in geval er cassatieberoep wordt ingesteld) komt het hof tot de volgende vaststellingen en gevolgtrekkingen.</para>
      <para>Op 5 maart 2022 hebben drie personen met geweld een Apple iPhone 13 Pro van het slachtoffer gestolen. Tijdens de diefstal heeft een schermutseling plaatsgevonden tussen het slachtoffer en de personen die de diefstal hebben gepleegd. Daarbij is het slachtoffer geslagen en naar de grond gewerkt door een van de daders die door de politie is aangemerkt als [persoon 2] . Als gevolg van die schermutseling is onder meer een pet van de als [persoon 2] aangeduide persoon achtergebleven op de plaats delict. Op deze pet zijn DNA-sporen aangetroffen, onder meer aan de <emphasis role="italic">binnenrand</emphasis> van de pet. Het DNA-profiel afkomstig uit dit spoor matcht met het DNA van de verdachte, waarbij is geconcludeerd dat de matchkans ‘kleiner dan één op één miljard’ is. Verder past de verdachte wat betreft lengte, huidskleur en leeftijd, en het gegeven dat hij een bril draagt, goed in het signalement dat de aangever van [persoon 2] heeft gegeven. Er zijn in dat gegeven signalement geen onderdelen die maken dat de verdachte redelijkerwijs moet worden uitgesloten als zijnde [persoon 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande komt het hof tot de slotsom dat het aangetroffen DNA-spoor van de verdachte is en ligt verder de conclusie voor de hand dat de verdachte ‘dader [persoon 2] ’ is, die ten tijde van de diefstal vorenbedoelde pet op had. De juistheid van de stelling van de verdediging dat de verdachte en zijn vrienden soms petten aan elkaar uitlenen en dat mogelijk op die manier het DNA van de verdachte op de pet terecht is gekomen, acht het hof geenszins aannemelijk geworden. Die stelling – die de verdachte zelf alleen en voor het eerst tegenover de reclassering heeft geopperd circa 2,5 jaar nadat het feit is gepleegd – is namelijk op geen enkele wijze onderbouwd en vindt ook geen steun in het dossier. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat op de bemonstering aan de binnenrand van de pet, naast het DNA-profiel van de verdachte, slechts ‘een gering aantal zwak aanwezige, additionele DNA-kenmerken’ zijn aangetoond, hetgeen er naar het oordeel van het hof op wijst dat de verdachte, en niet een ander, de pet (direct) aan de bemonstering heeft opgehad. Aldus komt het hof tot de slotsom dat de hiervoor genoemde, voor de hand liggende conclusie juist is en dat – kort gezegd – de verdachte [persoon 2] is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt het tot vrijspraak strekkende verweer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 5 maart 2022 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, een Apple iPhone 13 Pro die geheel aan [benadeelde partij] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van en gevolgd door geweld tegen [benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om het bezit van het gestolene te verzekeren, door </para>
      <para>- meermalen te slaan tegen het lichaam van voornoemde [benadeelde partij] en het naar de grond werken van voornoemde [benadeelde partij] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om vlucht mogelijk te maken, en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met bijzondere voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft verzocht om, als het hof tot een bewezenverklaring komt, het adolescentenstrafrecht toe te passen en een werkstraf of anders jeugddetentie op te leggen. De raadsman heeft subsidiair verzocht, indien het hof het volwassenenstrafrecht toepast, een geheel voorwaardelijke straf met de geadviseerde bijzondere voorwaarden op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
      <para>De verdachte heeft zich met twee andere personen via marktplaats voorgedaan als koper van een Apple iPhone 13 Pro die de aangever te koop aanbood. De verdachte en zijn kompanen hebben op de openbare weg, in de buurt van de woning het slachtoffer met hem afgesproken en hem vervolgens beroofd van zijn telefoon. Daarbij hebben zij het slachtoffer geslagen en naar de grond gewerkt. Met deze handelwijze heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendommen van een ander. Ook heeft hij de lichamelijke integriteit van het slachtoffer aangetast en voor hem een zeer intimiderende en angstige situatie geschapen waar hij lange tijd last van heeft gehad. Daarnaast draagt een dergelijk gewelddadig delict bij aan gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies van 29 november 2024, waarin wordt geadviseerd het adolescentenstrafrecht toe te passen. Het hof ziet echter onvoldoende aanleiding om dit advies te volgen. Daarbij neemt het in aanmerking dat de verdachte – inmiddels 23 jaar oud – ten tijde van het strafbare feit op een aantal dagen na 20 jaar oud was, het gaat om een ernstig feit, een eerder toezicht door de jeugdreclassering volledig ten uitvoer is gelegd in juli 2024 omdat de verdachte onvoldoende meewerkte, en hem bij (onherroepelijk) vonnis van 31 december 2024 kennelijk op grond van het volwassenstrafrecht een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd waarbij bijzondere voorwaarden zijn gesteld. Het hof zal dan ook het een straf opleggen met toepassing van het volwassenenstrafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de ernst van het feit, acht het hof de door de rechtbank opgelegde deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend. Het hof ziet daarbij onder ogen dat de verdachte momenteel onder toezicht staat van de reclassering, welk toezicht wordt doorkruist door een straf die meebrengt dat de verdachte gedetineerd raakt. Gezien de ernst van het feit en de omstandigheid dat de verdachte inmiddels meermalen onherroepelijk is veroordeeld, acht het hof een andere straf dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf echter niet passend. Wel ziet het hof, mede erop gelet dat de reclassering bij de verdachte aanwijzingen ziet voor een licht verstandelijke beperking en beïnvloedbaarheid door anderen, en in aanmerking genomen dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, aanleiding om een lagere straf op te leggen dan de rechtbank heeft gedaan. Daarbij weegt het hof ook mee dat het feit inmiddels dateert van meer dan 3,5 jaar geleden. Het hof zal naast een onvoorwaardelijk deel, een voorwaardelijk deel gevangenisstraf opleggen met als doel de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarbij stelt het hof de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht, alles afwegende, een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.715,56. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen voor een bedrag van € 1.770,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd zodat de vordering tot het bedrag van de oorspronkelijke vordering aan de orde is.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal en een medewerker van Slachtofferhulp namens de benadeelde partij hebben verzocht de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering moet worden verklaard, omdat de verdachte van het ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade </emphasis>
      </para>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij door de bewezenverklaarde diefstal met geweld zijn telefoon iPhone 13 Pro (€ 695,56) kwijt is en dat zijn broek van het merk Gap beschadigd is geraakt (€ 20,00). Gelet daarop, en in aanmerking genomen dat deze schade inhoudelijk niet is betwist, is het hof van oordeel dat – kort gezegd – sprake is van rechtstreekse schade en dat de verdachte tot vergoeding van die schade is gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij heeft € 1000,00 gevorderd ter vergoeding van geleden immateriële schade. Uit de verklaring van de benadeelde partij en de in het dossier gevoegde medische informatie volgt dat de benadeelde partij als gevolg van het gebruikte geweld tegen hem lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het lichamelijke letsel bestaat kort gezegd uit een schram op zijn gezicht, een grote blauwe plek op zijn bovenarm, pijn in zijn linkerbeen en schrammen op zijn armen en handen. Het hof is daarom voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden bestaande uit lichamelijk letsel op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek. Gelet op de aard en de ernst van het feit en de gevolgen daarvan en mede gelet op de bedragen die in vergelijkbare gevallen doorgaans worden toegekend, acht het hof een bedrag van € 1000,00 billijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot <emphasis role="bold">4 (vier) maanden</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis> niet heeft nageleefd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als bijzondere voorwaarden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Meldplicht</emphasis>
      </para>
      <para>Betrokkene meldt zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd tussen 9:00 en 12:00 bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] . Betrokkene blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambulante behandeling</emphasis>
      </para>
      <para>Betrokkene werkt mee aan diagnostiek en laat zich behandelen door [stichting] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dagbesteding</emphasis>
      </para>
      <para>Betrokkene spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Begeleid wonen of maatschappelijke opvang</emphasis>
      </para>
      <para>Indien de reclassering dit nodig acht verblijft betrokkene in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Meewerken aan schuldhulpverlening</emphasis>
      </para>
      <para>Betrokkene werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van</para>
      <para>afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Betrokkene geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Meewerken aan ambulante begeleiding</emphasis>
      </para>
      <para>Betrokkene werkt mee aan ambulante begeleiding. Dit kan zijn bij [stichting] of andere vergelijkbare instelling.</para>
      <para>Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]</emphasis>
      </para>
      <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.715,56 (duizend zevenhonderdvijftien euro en zesenvijftig cent) bestaande uit € 715,56 (zevenhonderdvijftien euro en zesenvijftig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade</emphasis>, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.715,56 (duizend zevenhonderdvijftien euro en zesenvijftig cent) bestaande uit € 715,56 (zevenhonderdvijftien euro en zesenvijftig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 27 (zevenentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 5 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T. de Bont, mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. L.P. van Kessel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. B. de Wilde en mr. L.P. van Kessel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>