<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:3298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-12T11:05:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002105-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBAMS:2021:3474" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#overig">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2021:3474, Overig</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3298">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-12T10:59:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3298 Gerechtshof Amsterdam , 01-04-2025 / 23-002105-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3298:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming wegens de handel in verdovende middelen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3298:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 23-002105-21 </para>
      <para>Datum uitspraak: 1 april 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 juli 2021 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 13-680188-18 tegen de betrokkene:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999, </para>
      <para>adres: [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze ontnemingszaak komt voort uit het opsporingsonderzoek ‘Tessin’. In dit onderzoek is sprake van meer verdachten, onder wie [betrokkene] die hierna wordt aangeduid als ‘betrokkene’ dan wel ‘ [betrokkene] ’. De medeverdachten/ medebetrokkenen worden hierna aangeduid als [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesgang</title>
    <para>De oorspronkelijke vordering van het openbaar ministerie houdt in dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op een bedrag van € 29.528,36. Dit bedrag is ter terechtzitting in eerste aanleg van 1 en 2 juni 2021 bijgesteld naar een bedrag van € 35.766,18.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 juli 2021 in de strafzaak is de betrokkene onder meer veroordeeld ter zake van het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van eveneens 5 juli 2021 in de ontnemingszaak is het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 20.171,59 en is de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 18.309,34 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft enkel tegen het vonnis in de ontnemingszaak hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12, 14, 17 en 18 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman van de betrokkene naar voren is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot andere beslissingen komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Grondslag van de ontneming</title>
    <para>In het vonnis van 5 juli 2021 heeft de rechtbank ten laste van de betrokkene in de strafzaak onder meer bewezenverklaard dat hij op tijdstippen gelegen in de periode van 3 december 2018 tot en met 21 mei 2019 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heroïne en cocaïne aanwezig heeft gehad, bereid, vervoerd, verkocht, verhandeld en overgedragen aan personen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kan op vordering van het openbaar ministerie bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht aannemelijk dat de betrokkene uit het bewezenverklaarde feit voordeel heeft verkregen op na te melden wijze.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>I	<emphasis role="underline">Standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op een bedrag van € 20.171,59 en aan de betrokkene – rekening houdende met 10% compensatie in verband met overschrijding van de redelijke termijn en na aftrek van het in de strafzaak verbeurd verklaarde geldbedrag van € 1.862,25 – de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 16.292,18. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich, kort en zakelijk weergegeven, op het standpunt gesteld dat onvoldoende rekening is gehouden met periodes dat de betrokkene niet heeft gewerkt, dat geen rekening is gehouden met een tweetal aftrekposten en dat rekening gehouden moet worden met schending van de redelijke termijn in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>II	<emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">II.1	Het ontnemingsrapport</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft tot uitgangspunt genomen het <emphasis role="italic">Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict </emphasis>met betrekking tot de betrokkene, gedateerd 13 januari 2020 (hierna: het Ontnemingsrapport)<footnote-ref linkend="_25499372-5262-4079-b980-5acc37658f72" />. Daarin is de berekening van het voordeel gebaseerd op extrapolatie van de berekende opbrengst in de periode van 4 februari 2019 tot en met 17 februari 2019 in relatie tot de deallijn met nummer [telefoonnummer 1] en de opbrengst in de periode van 1 maart 2019 tot en met 6 maart 2019 in relatie tot de deallijn met nummer [telefoonnummer 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof neemt, evenals de rechtbank en de advocaat-generaal, het Ontnemingsrapport tot uitgangspunt en stelt vast dat uit de daarin opgenomen berekeningen<footnote-ref linkend="_645b889a-cb85-4587-a607-6a0be53e81a5" /> volgt dat:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de gemiddelde verkoopprijs over de beide dealtelefoonnummers € 29,12 bedraagt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gemiddelde inkoopprijs over de beide dealtelefoonnummers € 7,99 bedraagt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het gemiddeld aantal deals per dag 23,95 deals ((243+236) : 20 dagen) betreft;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de tankkosten per dag € 20,- bedragen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop bedraagt de opbrengst per dag (23,95 x € 29,12) = 		€ 697,42</para>
      <para>Op dit bedrag dienen als kosten in mindering te worden gebracht:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>inkoopkosten verdovende middelen per dag (23,95 x € 7,99)	€ 191,36</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tankkosten per dag						€<emphasis role="underline">   20,00</emphasis></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>
      <emphasis role="bold">Winst per dag</emphasis>								€ <emphasis role="bold">486,06</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">II.2 Nadere overweging periode en kosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het in aanmerking te nemen aantal dagen dat door de betrokkene is gehandeld en de in aanmerking te nemen kosten die verband houden met deze handel, overweegt het hof nog het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Periodes van inactiviteit </emphasis>
      </para>
      <para>Met de verdediging is het hof van oordeel dat het aannemelijk is dat de betrokkene een aantal periodes niet heeft gewerkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 februari 2019 werd een technische actie (taplijn) aangesloten op het telefoonnummer ( [telefoonnummer 3] ) dat bij de betrokkene in gebruik was.<footnote-ref linkend="_d1da4674-f50f-4162-bbfe-155ca3d106c2" /> Uit opgenomen en uitgeluisterde telefoongesprekken van betrokkene met onder andere zijn vriend [persoon] op 12 februari, 13 februari en 14 februari 2019 volgt dat de betrokkene wilde stoppen met het dealen van harddrugs.<footnote-ref linkend="_b2b03133-30d8-45dc-a8ac-4faaf278dd7d" /> Bij een observatie op 15 februari 2019 wordt weliswaar de Peugeot met kenteken [kenteken 1] van de betrokkene gezien met daarin [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] maar niet ook de betrokkene<footnote-ref linkend="_6d1c19d5-cf4a-4ca5-a342-497be853cdee" />. Bij een observatie op 20 februari 2019 wordt wederom genoemde Peugeot gezien met daarin [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]<footnote-ref linkend="_79969e76-b6ef-4895-8440-269723f4a1d3" /> en op 22 februari 2019 met [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] maar telkens niet ook de betrokkene.<footnote-ref linkend="_616cc7b4-29a0-4d99-98ff-26314d265e13" /> De technische actie op het telefoonnummer van de betrokkene ( [telefoonnummer 3] ) is vervolgens op 28 februari 2019 afgesloten<footnote-ref linkend="_5c7cbb0f-c5f4-405a-b027-d9934146680e" />.</para>
      <para>Op 5 maart 2019 wordt de betrokkene bij een observatie gezien als hij contact heeft met een bij de politie met naam bekende harddruggebruiker. Op diezelfde dag wordt de betrokkene waargenomen op de Accumulatorweg in Amsterdam waarbij gezien wordt dat hij in contact is met een onbekend gebleven man en dat tussen beiden over en weer iets wordt overgegeven door het geopende raam van de Opel Corsa met kenteken [kenteken 2] op naam van de betrokkene<footnote-ref linkend="_438935fe-75f1-4506-aac6-052582b5f3b5" />. Naar aanleiding van deze observaties wordt op 11 maart 2019 de technische actie op het telefoonnummer van de betrokkene weer aangesloten<footnote-ref linkend="_211dc44e-f380-4fff-9b4a-70e8bbcf2b68" />. Uit een telefoongesprek van de betrokkene met zijn vriend [persoon] op 11 maart 2019 volgt dat de betrokkene weer aan het werk is.<footnote-ref linkend="_7ad77c3c-83ca-4b31-b340-d5e36953b9da" /></para>
      <para>Uit opgenomen en uitgeluisterde telefoongesprekken van de betrokkene met zijn vriend [persoon] en met zijn vader vanaf 23 maart 2019 valt af te leiden dat de betrokkene vanaf genoemde datum niet heeft gewerkt. Hij is in Zeeland.<footnote-ref linkend="_1cf4a081-c286-4780-84a0-a53864399620" /> Op 24 maart 2019 probeert [medeverdachte 1] meermalen tevergeefs telefonisch contact met de betrokkene op te nemen. Uit een onvriendelijk sms-bericht van [medeverdachte 1] aan de betrokkene volgt dat dit niet lukt.<footnote-ref linkend="_d886a234-0907-4d13-bd8a-457baf241b97" /></para>
      <para>Uit een opgenomen en uitgeluisterd telefoongesprek op 27 maart 2019 van de betrokkene met zijn vriend [persoon] volgt dat de betrokkene weer actief is <emphasis role="italic">“met de chappies van mijn buurt gewoon omstebeurt barkie barkie, gewoon je weet toch omstebeurt werken…”</emphasis>.<footnote-ref linkend="_6041fbbd-d5ec-4621-a28e-c4145d46b7be" /> Op 30 maart 2019 meldt de betrokkene aan zijn vriend [persoon] dat de vader van de betrokkene verdovende middelen van de betrokkene ter waarde van zeven barkies (het hof begrijpt: € 700,00) heeft weggegooid en door de WC had weggespoeld.<footnote-ref linkend="_e0768790-42a6-4909-80d2-cc3aa662d658" /> Op 2 april 2019 wordt de betrokkene bij een observatie gezien waarbij hij contact maakt met een vermoedelijke koper van verdovende middelen op de Nieuwmarkt.<footnote-ref linkend="_5f23d7af-9d05-46c8-8c71-c1aefb5c2f95" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof komt op basis van al deze gegevens tot de conclusie dat de betrokkene in twee periodes niet heeft gewerkt, te weten van 12 februari 2019 tot en met 4 maart 2019 en van 23 maart 2019 tot en met 26 maart 2019. Het hof zal hiermee rekening houden bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal per periode het wederechtelijk verkregen voordeel pondspondsgewijs verdelen over alle in die periode bij de handel betrokken medeverdachten. Het hof neemt hierbij in aanmerking de ter terechtzitting in hoger beroep als getuige afgelegde verklaring van [medeverdachte 2] , dat hij met [betrokkene] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] heeft gedeald in heroïne en cocaïne en dat het voordeel onder de jongens werd verdeeld; het delen door vier klopt wel ongeveer, aldus [medeverdachte 2] .<footnote-ref linkend="_9c1a5fd6-7b99-4336-b135-e0642e800682" /> Voorts is voor de verdeling van belang dat het hof ten aanzien van [medeverdachte 3] enkel uitgaat van een betrokkenheid in de periode van 15 februari 2019 tot en met 1 mei 2019. [medeverdachte 3] komt niet eerder dan 15 februari 2019 in beeld en wordt op 2 mei 2019 aangehouden waarna hij in detentie komt te zitten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het procesdossier geen aanwijzingen bevat waaruit zou moeten volgen dat sprake is geweest van een vakantieperiode van drie weken, waarmee de verdediging heeft verzocht rekening te houden. Het hof betrekt in haar oordeel mede de ter terechtzitting in hoger beroep als getuige afgelegde verklaring van [medeverdachte 2] dat hij zich niet kan herinneren dat door betrokkenen vakantie werd genoten. Derhalve zal het hof daar geen rekening mee houden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het WC-incident</emphasis>
      </para>
      <para>Uit de hiervoor aangehaalde telefoongesprekken tussen de betrokkene en zijn vriend [persoon] volgt dat de vader van de betrokkene verdovende middelen door de WC heeft gespoeld. De betrokkene geeft in het telefoongesprek met zijn vriend [persoon] op 30 maart 2019 aan: <emphasis role="italic">“Nu moet ik weer kanker zeven barkie’s van mijn eigen kankerzak…”</emphasis>.<footnote-ref linkend="_cc2566b6-79bc-4121-aec3-dcae55ab3fec" /> Het hof begrijpt hieruit dat de vader van de betrokkene verdovende middelen ter waarde van € 700,00 heeft weggegooid. Of de betrokkene dit bedrag uit eigen middelen heeft moeten vergoeden aan de medeverdachten, is echter niet gebleken. De betrokkene heeft hierover niets verklaard. Ook de medeverdachten hebben hierover niets verklaard. Bij de politie heeft de betrokkene zich op zijn zwijgrecht beroepen. Bij het onderzoek ter terechtzitting zowel in eerste aanleg als in hoger beroep is de betrokkene niet verschenen. Bij die stand van zaken ziet het hof geen aanleiding om met het genoemde bedrag van € 700,00 rekening te houden nu niet is gebleken dat de betrokkene dit bedrag dan wel een lager bedrag als vergoeding voor het handelen van zijn vader heeft moeten betalen aan de medeverdachten en daadwerkelijk ook heeft betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De Peugeot</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof volgt de verdediging niet in de stelling dat de aanschafkosten voor de Peugeot als aftrekbare kosten in mindering op het wederrechtelijk verkregen voordeel moeten worden gebracht. Uit niets is gebleken dat de Peugeot specifiek voor de handel in harddrugs door de betrokkene is aangeschaft. Het hof zal hier dan ook geen rekening mee houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">II.3	Conclusie wederrechtelijke verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof heeft de betrokkene tot het hierna vermelde bedrag wederrechtelijk verkregen voordeel verkregen door middel van de in zijn strafzaak bewezen verklaarde feit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3 december 2018 tot en met 11 februari 2019: 71 dagen x € 486,06 = €34.510,26;</para>
    <para>aandeel betrokkene bedraagt € 11.503,42 ( 3 deelnemers: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en de betrokkene).</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>5 maart 2019 tot en met 22 maart 2019: 18 dagen x € 486,06 = € 8749,08;<?linebreak?>aandeel betrokkene bedraagt € 2.187,27 (4 deelnemers: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en de betrokkene).</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>27 maart 2019 tot en met 1 mei 2019: 36 dagen x € 486.06 = € 17.498,16;<?linebreak?>aandeel betrokkene bedraagt € 4.374,54 (4 deelnemers: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en de betrokkene).</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>2 mei 2019 tot en met 20 mei 2019: 19 dagen x € 486,06 = € 9.235,14;<?linebreak?>aandeel betrokkene bedraagt € 3.078,38 (3 deelnemers: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en de betrokkene).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het totaal aan wederrechtelijk verkregen voordeel voor [betrokkene] bedraagt: € 11.503,42 + € 2.187,27+ </para>
      <para>€ 4.374,54 + € 3.078,38 = <emphasis role="bold">€ 21.143,61</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verplichting tot betaling aan de Staat</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verbeurdverklaring geldbedrag</emphasis>
      </para>
      <para>In haar vonnis van 5 juli 2021 in de strafzaak tegen de betrokkene heeft de rechtbank een geldbedrag van € 1.862,25 verbeurd verklaard. Dit bedrag zal het hof evenals de rechtbank in mindering brengen op de aan de betrokkene op te leggen betalingsverplichting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schending redelijke termijn</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de behandeling van deze ontnemingszaak in hoger beroep is de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) met meer dan twaalf maanden overschreden. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 17 juni 2008 (ECLI:NL:HR:BD2578) zal het hof het te betalen bedragen matigen met € 5.000,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de betrokkene dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling van (€21.143,61 min € 1.862,25 min € 5.000,00) € 14.281,36 aan de Staat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijk wettelijk voorschrift</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van <emphasis role="bold">€  21.143,61 (eenentwintigduizend honderddrieënveertig euro en eenenzestig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de betrokkene de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat </emphasis>ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag <emphasis role="bold">van € 14.281,36 (veertienduizend tweehonderdeenentachtig euro en zesendertig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 285 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. J.W.H.G. Loyson is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_25499372-5262-4079-b980-5acc37658f72" label="1">
    <para> Procesdossier pagina ZD01-07-0001 tot en met ZD01-07-0028.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_645b889a-cb85-4587-a607-6a0be53e81a5" label="2">
    <para> Ontnemingsrapport, pagina ZD01-07-0013 tot ZD01-07-0024</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d1da4674-f50f-4162-bbfe-155ca3d106c2" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen werkzaamheden [betrokkene] worden overgenomen door [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , procesdossier pagina ZD01-51-0338 tot en met ZD01-51-0345.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b2b03133-30d8-45dc-a8ac-4faaf278dd7d" label="4">
    <para> Procesdossier pagina ZD01-51-0346 tot en met ZD01-51-0351.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6d1c19d5-cf4a-4ca5-a342-497be853cdee" label="5">
    <para> Mutatierapport, procesdossier pagina AD01-80-0128 en 0129.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_79969e76-b6ef-4895-8440-269723f4a1d3" label="6">
    <para> Proces-verbaal Bevindingen observatie 20 februari 2019, procesdossier pagina AD01-80-0132 tot en met AD01-80-0136.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_616cc7b4-29a0-4d99-98ff-26314d265e13" label="7">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, procesdossier pagina AD01-80-0130 en 0131</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c7cbb0f-c5f4-405a-b027-d9934146680e" label="8">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen werkzaamheden [betrokkene] worden overgenomen door [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , procesdossier pagina ZD01-51-0338 tot en met ZD01-51-0345.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_438935fe-75f1-4506-aac6-052582b5f3b5" label="9">
    <para> Proces-verbaal van observatie, procesdossier pagina ZD01-06-0074 tot en met ZD01-06-0078.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_211dc44e-f380-4fff-9b4a-70e8bbcf2b68" label="10">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen werkzaamheden [betrokkene] worden overgenomen door [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , procesdossier pagina ZD01-51-0338 tot en met ZD01-51-0345.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ad77c3c-83ca-4b31-b340-d5e36953b9da" label="11">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen werkzaamheden [betrokkene] worden overgenomen door [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , procesdossier pagina ZD01-51-0338 tot en met ZD01-51-0345.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1cf4a081-c286-4780-84a0-a53864399620" label="12">
    <para> Procesdossier pagina ZD01-51-0355 en pagina ZD01-51-0358 tot en met ZD01-51-0360.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d886a234-0907-4d13-bd8a-457baf241b97" label="13">
    <para> Procesdossier pagina ZD01-51-0356 en pagina ZD01-51-0357.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6041fbbd-d5ec-4621-a28e-c4145d46b7be" label="14">
    <para> Procesdossier pagina ZD01-51-0361.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0768790-42a6-4909-80d2-cc3aa662d658" label="15">
    <para> Procesdossier pagina ZD01-51-0363 en pagina ZD01-51-0364.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f23d7af-9d05-46c8-8c71-c1aefb5c2f95" label="16">
    <para> Proces verbaal van bevindingen deal Nieuwmarkt 2 april 2019 verdachte [betrokkene] , procesdossier pagina ZD01-51-0375 tot en met ZD01-51-0379</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c1a5fd6-7b99-4336-b135-e0642e800682" label="17">
    <para> Verklaring getuige [medeverdachte 2] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 14 maart 2025, proces-verbaal ter terechtzitting gerechtshof Amsterdam van 14 maart 2025.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cc2566b6-79bc-4121-aec3-dcae55ab3fec" label="18">
    <para> Procesdossier pagina ZD01-51-0363.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>