<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:3296</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-12T16:16:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.355.954/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3296">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3296</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-11T10:41:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3296 Gerechtshof Amsterdam , 09-12-2025 / 200.355.954/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3296:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugbetaling waarborgsom. In hoger beroep is voldoende onderbouwd dat de waarborgsom door de huurder is betaald.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:3296:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM   </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht,</para>
      <para>team I (handel)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 	: 200.355.954/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland	: 11216471 / CV EXPL 24- 2359</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant] , </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">h.o.d.n. Happy Results en m.h.o.d.n. HR United</emphasis>
      </para>
      <para>wonend in [plaats 1] , gemeente [plaats 2] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>advocaat: mr. F.B.A.M. van Oss te Harderwijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [plaats 3] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde]  genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak vordert [appellant] terugbetaling van een waarborgsom van [geïntimeerde]  . De kantonrechter heeft de vordering afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat de waarborgsom aan (de makelaar van) [geïntimeerde]  was betaald. In hoger beroep heeft [appellant] een factuur van de makelaar van [geïntimeerde]  overgelegd waaruit blijkt dat de waarborgsom wel aan die makelaar is betaald. Het hof wijst de vorderingen alsnog toe. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] is bij dagvaarding van 27 mei 2025, met producties, in hoger beroep gekomen van vonnissen van 27 november 2024 en 5 maart 2025 van de kantonrechter te Alkmaar (hierna: de kantonrechter), onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiseres en [geïntimeerde]  als gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen [geïntimeerde]  is in hoger beroep verstek verleend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] heeft een memorie van grieven, met een productie, ingediend en heeft vervolgens om arrest gevraagd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof gaat uit van de volgende feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Tussen [appellant] als huurster en [geïntimeerde]  als verhuurster heeft van 1 februari 2014 tot 1 november 2023 een huurovereenkomst bestaan. Bij het sluiten van de huurovereenkomst werden beide partijen bijgestaan door een makelaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft [geïntimeerde]  na afloop van de huurovereenkomst om terugbetaling van de waarborgsom van € 3.600,- verzocht. [geïntimeerde]  heeft daarop geantwoord dat zij de waarborgsom nooit ontvangen heeft. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Procedure bij de kantonrechter</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Samengevat heeft [appellant] bij de kantonrechter gevorderd om [geïntimeerde]  , bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, te veroordelen tot betaling aan haar van € 3.600,- aan waarborgsom en van € 485,- aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente en kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen omdat volgens haar niet was komen vast te staan dat (de makelaar van) [appellant] de waarborgsom aan de makelaar van [geïntimeerde]  had (door)betaald. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Vordering in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        [appellant] vordert vernietiging van de bestreden vonnissen althans van het bestreden eindvonnis en alsnog - uitvoerbaar bij voorraad - toewijzing van haar vordering tot betaling van € 3.600,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2023 en van € 485,- aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [geïntimeerde]  in de kosten van het geding in beide instanties.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Het hof ziet aanleiding de grieven gezamenlijk te bespreken. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of de waarborgsom aan (de makelaar) van [geïntimeerde]  is betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In hoger beroep heeft [appellant] een factuur van de makelaar van [geïntimeerde]  overgelegd met nummer 201401 waarop een waarborgsom van € 3.600,- en € 756,- aan btw </para>
        <para>in rekening is gebracht. Op de factuur, die gericht is aan [appellant] , is vermeld: <emphasis role="italic">‘Reeds betaald € 3.600,-- dus nog te betalen € 756,-- op rekeningnummer (…)’</emphasis>. Volgens het hof kan uit deze factuur, waarvan de juistheid niet is weersproken, worden afgeleid dat [appellant] de waarborgsom wel degelijk aan (de makelaar van) [geïntimeerde]  heeft betaald.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Dat betekent dat het hoger beroep succes heeft. Het bestreden eindvonnis zal worden vernietigd. Bij vernietiging van het bestreden tussenvonnis heeft [appellant] geen belang. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>
        [geïntimeerde]  is in het hoger beroep in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten in beide instanties. Het hof stelt de proceskosten in hoger beroep als volgt vast:</para>
      <para />
      <para>- explootkosten	€   122,35</para>
      <para>- griffierecht	€   362,-</para>
      <para>- salaris advocaat	€   858,- </para>
      <para>Totaal	€ 1.342,35</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het bestreden eindvonnis en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerde]  tot betaling aan [appellant] van € 3.600,- aan waarborgsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2023; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerde]  tot betaling aan [appellant] van € 485,- aan buitengerechtelijke incassokosten; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerde]  in de proceskosten in beide instanties. De kosten voor de eerste </para>
      <para>aanleg worden tot nu vastgesteld op € 359,22 aan verschotten en € 677,50 aan salaris advocaat. De kosten voor het hoger beroep worden tot nu vastgesteld op € 1.342,35; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.C. Toorman, F.J. van de Poel en F. Sepmeijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>