<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:2961</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-03T15:39:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">000337-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2961">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2961</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-03T15:36:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:2961 Gerechtshof Amsterdam , 21-10-2025 / 000337-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2961:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>GHAMS BRR - klaagschrift ex art 552a Sv</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2961:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking		</para>
    <para />
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3ab72339-1a1e-4524-92b6-28ed3f42afec" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="cda9d55c-4350-46c6-b772-77cc1110fb0a" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="eb03d889-fb84-41b9-8581-1b066f083e4d" depth="2" width="571" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer: 000337-25 (552a Sv)</para>
      <para>parketnummer in hoger beroep: 23-002694-23 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het klaagschrift op de voet van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [klager] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1992,</para>
      <para>domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. A. Boumanjal,</para>
      <para>Croeselaan 244, 3521 CL Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Inhoud klaagschrift <?linebreak?>Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager van een geldbedrag van 120.000 Deense Kronen.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Procesgang <?linebreak?>Het klaagschrift is op 16 april 2025 bij de rechtbank Amsterdam ingekomen en doorgezonden naar het gerechtshof Amsterdam.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 juni 2025 heeft de advocaat-generaal zijn standpunt kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 15 september 2025 is een reactie van mr. Boumanjal op het standpunt van de advocaat-generaal ontvangen.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Het hof heeft kennisgenomen van de relevante stukken in de strafzaak onder bovengenoemd parketnummer en heeft de advocaat-generaal, klager en de raadsman van klager op 7 oktober 2025 ter gelegenheid van de openbare behandeling van het klaagschrift in raadkamer gehoord. <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>
      <?linebreak?>3. Beoordeling <?linebreak?></title>
    <para>Het beslag is op 13 februari 2023 onder [beslagene] (hierna [beslagene] ) gelegd op grond van artikel 94 Sv. De beslagene heeft afstand gedaan van het geldbedrag.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslagene [beslagene] is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 september 2024 veroordeeld voor medeplegen witwassen en overtreding van de Algemene Douanewet, beide feiten met betrekking tot de Deense Kronen, waarvan met dit klaagschrift de teruggave wordt verlangd. De politierechter heeft geen beslissing genomen ten aanzien van het beslag. [beslagene] is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan en het hoger beroep loopt thans nog bij het hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager [klager] is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 5 oktober 2023 vrijgesproken van het hem tenlastegelegde, medeplegen van witwassen op 13 februari 2023. Het openbaar ministerie is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan. Het hof heeft het vonnis bij arrest van 18 maart 2025 bevestigd, waarbij overwogen is dat op basis van de inhoud van het dossier en de resultaten van het door de FIOD verrichte nadere onderzoek niet met een voldoende mate van zekerheid uit te sluiten is dat het in de tenlastelegging genoemde geld een legale herkomst heeft. Dit arrest is inmiddels onherroepelijk geworden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van klager heeft teruggave aan klager bepleit en aangevoerd dat klager onherroepelijk is vrijgesproken van het tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet, nu de strafzaak tegen de beslagene nog loopt in hoger beroep en het geld mogelijk kan worden verbeurd verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dat beoordeeld dient te worden of het belang van strafvordering verlangt dat het beslag wordt voortgezet. In deze zaak komt die vraag neer op de vraag of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen in de strafzaak tegen de beslagene. Daarbij mag de beklagrechter – gelet op het summiere en voorlopige karakter van de raadkamerprocedure – bij zijn oordeel niet ten gronde treden in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren procedure in de hoofdzaak. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>
      <?linebreak?>4. Beslissing <?linebreak?>Het hof: <?linebreak?></title>
    <para>Verklaart het klaagschrift ongegrond</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan klager.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, M. Iedema en N.A. Schimmel, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is bij ontstentenis van de voorzitter ondertekend door de jongste raadsheer en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 21 oktober 2025.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>