<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:2937</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-03T11:22:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002708-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2937">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2937</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-03T11:19:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:2937 Gerechtshof Amsterdam , 14-10-2025 / 23-002708-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2937:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mensensmokkel. Strafmotivering. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De verdachte heeft zich naar het oordeel van het hof schuldig gemaakt aan mensensmokkel door een persoon te (doen) begeleiden bij zijn illegale (door)reis naar Nederland en vervolgens diezelfde persoon opzettelijk behulpzaam te zijn bij een voorgenomen illegale reis naar Engeland.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2937:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-002708-24 </para>
    <para>datum uitspraak: 14 oktober 2025 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 november 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-090397-24 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1970, </para>
    <para>adres: [adres] ).</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, in de periode tussen 1 december 2022 en 4 maart 2023 te Sint-Katelijne-Waver (België) en/of Schiphol en/of Amsterdam, althans in België en/of Nederland, een ander of anderen, te weten [betrokkene] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of Engeland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die [betrokkene] ; </para>
    </parablock>
    <para>- een vals paspoort te verstrekken en/of </para>
    <para>- op te halen op en/of bij zijn woonadres en/of af te zetten op en/of bij Schiphol Airport en/of; </para>
    <para>- te helpen en/of bij te staan bij het aanschaffen van een vliegticket; </para>
    <para>terwijl hij, verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair<?linebreak?>hij, in de periode tussen 1 december 2022 en 4 maart 2023 te Sint-Katelijne-Waver (België) en/of Schiphol en/of Amsterdam, althans in België en/of Nederland, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een Italiaans paspoort, voorzien van documentnummer [nummer] op naam van [betrokkene] , valselijk heeft opgemaakt of vervalst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>primair<?linebreak?>hij in de periode tussen 1 december 2022 en 4 maart 2023 in België en Nederland een ander, te weten [betrokkene] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of Engeland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die [betrokkene] ; </para>
    </parablock>
    <para>- een vals paspoort te verstrekken en</para>
    <para>- op te halen op zijn adres en af te zetten op Schiphol Airport en</para>
    <para>- te helpen bij het aanschaffen van een vliegticket</para>
    <para>terwijl hij, verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het primair bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mensensmokkel.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het primair bewezenverklaarde uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para>De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft het hof verzocht om een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf of een geldboete aan de verdachte op te leggen en bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daartoe heeft hij onder meer aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte geld wilde verdienen met het ten laste gelegde feit, dat de verdachte als <emphasis role="italic">first offender</emphasis> dient te worden beschouwd en dat hij kostwinner is van zijn gezin. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel, door de heer [betrokkene] in december 2022 te (doen) begeleiden bij zijn illegale (door)reis naar Nederland. Vervolgens heeft de verdachte zich in maart 2023 opnieuw schuldig gemaakt aan mensensmokkel door diezelfde persoon opzettelijk behulpzaam te zijn bij een voorgenomen illegale reis naar Engeland, door hem een vals paspoort te verstrekken, af te zetten bij Schiphol en te helpen bij het aanschaffen van een vliegticket. De verdachte heeft hiermee een ernstige inbreuk op de rechtsorde gemaakt en het overheidsbeleid ter bestrijding van illegaliteit op grove wijze doorkruist. Het is bovendien algemeen bekend dat mensensmokkelaars onevenredig grote geldbedragen vragen van personen die illegaal een land willen binnenkomen of uitreizen. Een systeem van uitbuiting wordt hierdoor in stand gehouden. Mensensmokkel is daarom een ernstig feit. Daarnaast heeft het handelen van de verdachte het vertrouwen geschaad dat in het internationale personenverkeer in op naam gestelde (identiteits)documenten moet kunnen worden gesteld. Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij op geen enkel moment verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de bepaling van de straf gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting en bij straffen die door dit hof in gevallen vergelijkbaar met deze zaak worden opgelegd. Voor mensensmokkel is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden per gesmokkeld persoon. In de zaak van de verdachte is de verdachte twee keer (de heen- en terugreis) opzettelijk behulpzaam geweest bij mensensmokkel. Gelet op de aard en de ernst van het feit en op straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd, is het hof van oordeel dat enkel een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf, als straf in aanmerking komt. De door de politierechter opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden is in beginsel dan ook passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de door de verdediging aangevoerde persoonlijke omstandigheden ziet het hof, anders dan de raadsman, geen aanleiding om over te gaan tot oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf of een andere strafmodaliteit. Ook overigens is niet gebleken van strafmatigende omstandigheden in de persoon van de verdachte het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 197a van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">4 (vier) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot <emphasis role="bold">1 (één) maand</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">3 (drie) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.W.T. Klappe, mr. A.P.M. van Rijn en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. A.W.T. Klappe is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>