<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:2779</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-17T16:44:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001579-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2779">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2779</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-17T16:42:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:2779 Gerechtshof Amsterdam , 08-04-2025 / 23-001579-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2779:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoger beroep te laat ingesteld. Sprake van elektronische betekening via inloggen op MijnOverheid.nl. Op grond van artikel 36f, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) geldt een betekening door elektronische overdracht als betekening in persoon wanneer degene voor wie de gerechtelijke mededeling bestemd is, zich toegang verschaft tot de elektronische voorziening. Na wijzen vonnis niet binnen 14 dagen hoger beroep ingesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2779:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>proces-verbaal terechtzitting</para>
  <mediaobject>
    <imageobject>
      <imagedata align="center" scale="100" fileref="0b867ee4-9d64-47f0-a62d-9d03101617ea" depth="2" width="622" format="image/png" />
    </imageobject>
  </mediaobject>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>datum arrest				8 april 2025</para>
    <para>parketnummer 			23-001579-24 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>datum vonnis eerste aanleg 		25 maart 2024</para>
    <para>parketnummer 			96-279727-23</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op <emphasis role="bold">8 april 2025. </emphasis></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tegenwoordig: </para>
    <para>mr. N.A. Schimmel raadsheer, </para>
    <para>en mr. S. Pesch en N.A. Yoesri griffier.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. E. Meppelink, advocaat-generaal. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op vragen van de raadsheer te zijn:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>
    </para>
    <para>geboren [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats]</para>
    <para>
      [adres] </para>
    <para> .</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. M.G. van Wijk, advocaat te Hoorn.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadsheer vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Met toestemming van de verdediging en de advocaat-generaal wordt het onderzoek ter terechtzitting hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing van het onderzoek ter terechtzitting op 24 januari 2025. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Met instemming van de verdediging en de advocaat-generaal worden de stukken in het dossier geacht te zijn voorgedragen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De advocaat-generaal voert het woord, leest vordering voor en legt die aan het hof over. Zij voert bij deze gelegenheid aan:</para>
    <para>De verdachte heeft te laat hoger beroep ingesteld. Er is sprake van een elektronische betekening en deze geldt als een ‘in persoon’ uitreiking. De verdachte heeft daarna niet binnen veertien dagen hoger beroep ingesteld. Ik vorder dat de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep wordt verklaard.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadsman voert het woord tot verdediging als volgt:</para>
    <para>Mijn cliënt heeft een brief ontvangen met daarop de uitspraak. Ik heb daarop direct hoger beroep ingesteld. Later blijkt dat hij heeft ingelogd op ‘mijnoverheid.nl’. Ik heb gezien wat de wettelijke bepalingen zijn, maar het wringt. De vorige keer heb ik het dashboard laten zien van ‘mijnoverheid.nl’. Dit heb ik vandaag geprint bij mij en zal ik zo aan het hof over leggen. Mijn cliënt heeft geen bericht gezien. Als hij dat wel had gezien, was zeker tijdig hoger beroep ingesteld. De gedachte is dat iemand op de hoogte is van de inhoud van het vonnis. Het enkel inloggen betekent niet dat iemand op de hoogte is van de inhoud van het vonnis. Ik verzoek het hof mijn cliënt ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep. Deze hele gang van zaken is extra zuur voor mijn cliënt, want hij heeft een inhoudelijk verweer, namelijk dat hij op het moment dat het vonnis werd gewezen wel een rijbewijs had.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De advocaat-generaal persisteert.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De verdachte voert het laatste woord als volgt:</para>
    <para>Ik sta onder bewind. Ik ben ingelogd en ik heb dit over het hoofd gezien. Als ik het had gezien, had ik tijdig hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 januari 2025 en 8 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 25 maart 2024 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam. De dagvaarding is de verdachte niet in persoon betekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is op 25 maart 2024 bij verstek veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mededeling uitspraak is op 25 april 2024 om 09:18 uur in het portaal van <emphasis role="italic">MijnOverheid </emphasis>geplaatst. Vervolgens is er op 26 mei 2024 om 22:55 uur ingelogd. Op grond van artikel 36f, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) geldt een betekening door elektronische overdracht als betekening <emphasis role="italic">in persoon </emphasis>wanneer degene voor wie de gerechtelijke mededeling bestemd is, zich toegang verschaft tot de elektronische voorziening. De mededeling uitspraak is dus op 26 mei 2024 in persoon aan de verdachte betekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 408 lid 1 onder a van het Wetboek van Strafvordering, had de verdachte binnen 14 dagen na 26 mei 2024 hoger beroep moeten instellen. De termijn voor het instellen voor het hoger beroep eindigde op 10 juni 2024. Volgens de ‘akte instellen hoger beroep’ in het dossier, heeft de verdachte op 10 juli 2024, hoger beroep ingesteld op de griffie van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld en niet van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden is gebleken die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, zal de verdachte daarin niet ontvankelijk worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsheer geeft aan verdachte kennis dat hij binnen 14 dagen beroep in cassatie kan instellen tegen dit arrest en maakt hem opmerkzaam op zijn recht om ter terechtzitting van dat recht afstand te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en griffier Pesch is vastgesteld en ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>