<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:2744</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-14T08:36:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000505-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2744">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2744</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-14T08:35:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:2744 Gerechtshof Amsterdam , 03-07-2025 / 23-000505-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2744:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>416 lid 2 Sv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2744:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-000505-23 </para>
    <para>datum uitspraak: 3 juli 2025 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>VERSTEK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 februari 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-251973-21 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1965, </para>
    <para>adres: [adres] .</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaten-generaal hebben ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven dat zij, ondanks het door de verdachte ingediende verzoek tot intrekking van het hoger beroep, ambtshalve een belang zien voor de verdachte bij een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep nu zij voornemens zijn vrijspraak te vorderen in vergelijkbare zaken die vandaag in hoger beroep aan de orde zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 oktober 2024 heeft een pro-formabehandeling plaatsgevonden, waarbij melding is gemaakt van een door de verdachte ingevuld grievenformulier van 28 februari 2023, waarin zij heeft aangegeven onschuldig te zijn en bezwaren te hebben tegen de opgelegde straf en een toelichting daaromtrent heeft opgenomen. </para>
      <para>De verdachte heeft op 30 mei 2025 een brief aan het openbaar ministerie verzonden, waarin zij heeft verzocht het hoger beroep in te trekken. In deze brief heeft zij voorts aangegeven dat dit verzoek niet voortkomt uit een verandering van inzicht, maar dat het voor de verdachte niet zinvol is om het hoger beroep daadwerkelijk door te zetten omdat, hoewel in december 2024 in vergelijkbare zaken in hoger beroep tot vrijspraak werd besloten werd, de vrijspraak niet op grond van inhoudelijke argumenten is uitgesproken, aldus de verdachte. </para>
      <para>Vervolgens heeft de griffier de verdachte namens de voorzitter per brief van 23 juni 2025 geïnformeerd dat het intrekking van het hoger beroep formeel niet meer mogelijk is gelet op de behandeling van de zaak op 4 oktober 2024 en dat het hof het verzoek van de verdachte beschouwt als een verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring. Voorts is de verdachte medegedeeld dat zij niet bij de behandeling van de zaak aanwezig hoeft te zijn. </para>
      <para>Het hof is van oordeel dat uit de brief van de verdachte blijkt dat zij zich in voldoende mate realiseert dat de mogelijkheid bestaat dat zij in hoger beroep zal worden vrijgesproken, maar desondanks wenst dat het hoger beroep geen doorgang zal vinden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder die omstandigheden begrijpt het hof dat de verdachte de eerder geuite bezwaren tegen het vonnis intrekt en het hoger beroep niet langer wil handhaven. Ook daarnaast is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Het hof zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. A.W.T. Klappe en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van mr. C.T. Snellenberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juli 2025.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>