<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:2439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-19T11:04:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000751-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2439">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-19T11:00:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:2439 Gerechtshof Amsterdam , 27-05-2025 / 23-000751-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2439:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging vonnis. Diefstal van een koffer uit de Primark, met geweld jegens een minderjarig kind. Gelet op de persoonlijke omstandigheden, te wten de psyschische gesteldheid van de verdachte, wordt in plaats van een ov GS een forse taakstraf opgelegd. I.v.m. de schending van de redelijke termijn een TS van 80 uren, m.a. Beslag. Vorderingen bp.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2439:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-000751-22 </para>
    <para>datum uitspraak: 27 mei 2025 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 maart 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-214461-19 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1982, </para>
    <para>adres: [adres] .</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 mei 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissingen met betrekking tot het beslag (in het bijzonder de koffer) – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de navolgende zin van de bewijsoverweging van de politierechter schrapt: “Dat verdachte de koffer zou hebben afgerekend, vind geen ondersteuning in de camerabeelden.”;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen worden vervangen door de bewijsmiddelen die na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in een op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg primair bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar en met aftrek van het voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar en met aftrek van het voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich in een [winkel] winkel schuldig gemaakt aan diefstal van een koffer. Deze diefstal werd gevolgd van geweld tegen een meisje van destijds negen jaar, dat door de verdachte werd weggetrokken bij haar moeder en in de richting van de beveiliger werd geslingerd, die op dat moment de verdachte achterna rende. Winkeldiefstallen zijn op zichzelf al hinderlijke en vervelende feiten die veel overlast en schade veroorzaken, maar als daarbij geweld wordt gebruikt is sprake van een veel ernstiger vergrijp. Het handelen van de verdachte heeft een grote impact gehad op het slachtoffer, zo blijkt uit de slachtofferverklaring die door haar moeder ter terechtzitting in hoger beroep is afgelegd. Het slachtoffer dacht op dat moment dat zij ontvoerd werd en kampte nadien met gevoelens van angst en onveiligheid, nachtmerries en wantrouwen. Bovendien brengt dit soort feiten een gevoel van onrust en onveiligheid teweeg in de samenleving, zeker nu het feit plaatsvond op klaarlichte dag in een drukke winkelstraat. Het hof rekent dit de verdachte aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zoekt bij de oplegging van een straf aansluiting bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken (LOVS). Daaruit volgt dat voor een winkeldiefstal met geweld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden een passende straf wordt geacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op hetgeen de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht. De raadsman heeft onder verwijzing naar een recent voortgangsverslag van GGZ InGeest aangevoerd dat de verdachte lijdt aan meerdere psychische aandoeningen, waarvoor zij momenteel onder behandeling staat. Hieruit leidt het hof af dat sprake is van een beperkte draagkracht bij de verdachte en ziet het hof aanleiding om in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een taakstraf aan de verdachte op te leggen, waarbij het hof meeweegt dat het uitvoeren van een (forse) taakstraf belastend zal zijn voor de verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande acht het hof in beginsel een taakstraf van 120 uren passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tot slot is sprake van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het</para>
      <para>Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).</para>
      <para>De verdachte heeft recht op berechting binnen een redelijke termijn. Het hof hanteert daarvoor de maatstaf van twee jaren per feitelijke instantie. De op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen op 5 september 2019, de dag waarop de verdachte in verzekering is gesteld. De rechtbank heeft vonnis gewezen op 16 maart 2022. Dat betekent dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg met ongeveer zes maanden is overschreden. Namens de verdachte is op 17 maart 2022 hoger beroep ingesteld. Het hof wijst heden, op 27 mei 2025, arrest. In de appelfase is de redelijke termijn van berechting daarom met ongeveer één jaar en twee maanden overschreden. In deze overschrijding ziet het hof aanleiding om de op te leggen taakstraf te matigen tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is anders dan de politierechter van oordeel dat het onder de verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten de koffer, dient te worden teruggegeven aan de [winkel] , aangezien deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overige in beslag genomen hierna te noemen voorwerpen (kleding) behoren aan de verdachte toe en dienen aan haar te worden teruggegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en beslissingen met betrekking tot het beslag, en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">80 (tachtig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">40 (veertig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de <emphasis role="bold">teruggave aan de verdachte </emphasis>van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>1. STK Ondergoed (omschrijving: 5802102); </para>
    <para>2. 1 STK Sjaal (omschrijving: 5802107); </para>
    <para>3. 1 STK Broek (omschrijving: 5802108); </para>
    <para>4. 3 STK Ondergoed (omschrijving: 580211 I): </para>
    <para>5. 1 STK Sjaal (omschrijving: 5802112); </para>
    <para>6. 1 STK Sjaal (omschrijving: 5802113): </para>
    <para>7. 1 STK Tas (omschrijving: 5802114)..</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de <emphasis role="bold">teruggave aan de rechthebbende, zijnde [winkel] ,</emphasis> van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>- 1 STK Koffer (omschrijving: 5802114).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. A.R.O. Mooy en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste raadsheer en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>