<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:2366</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-12T15:00:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.346.436/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2366">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2366</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-10T10:18:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:2366 Gerechtshof Amsterdam , 09-09-2025 / 200.346.436/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2366:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtshalve toetsing. L&amp;S stelt vorderingen in op grond van een consumentenkredietovereenkomst, die de kantonrechter heeft vernietigd wegens een oneerlijke handelspraktijk omdat voorgeschreven precontractuele informatie niet, althans niet tijdig is verstrekt (artikel 7:60 BW). De vorderingen zijn door de kantonrechter bij verstekvonnis afgewezen. L&amp;S wijzigt in hoger beroep, waarin eveneens verstek is verleend, bij memorie van grieven de grondslag van haar vordering. Het hof houdt de zaak aan om L&amp;S in de gelegenheid te stellen een exploot van betekening van de wijziging van grondslag van eis, en ontbrekende processtukken, over te leggen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2366:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM   </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht,</para>
      <para>team I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 	: 200.346.436/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland	: 10535444/ CV EXPL 23-2461</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 september 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats 1] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>advocaat: mr. R.P. Zieltjens te Amsterdam ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend in [plaats 2] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] stelt vorderingen in op grond van een consumentenkredietovereenkomst, die de kantonrechter heeft vernietigd wegens een oneerlijke handelspraktijk omdat voorgeschreven precontractuele informatie niet, althans niet tijdig is verstrekt (artikel 7:60 BW). De vorderingen zijn door de kantonrechter bij verstekvonnis afgewezen. [appellant] wijzigt in hoger beroep, waarin eveneens verstek is verleend, de grondslag van haar vordering. Het hof houdt de zaak aan om [appellant] in de gelegenheid te stellen een exploot van betekening van de wijziging van grondslag van eis, en ontbrekende processtukken, over te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] is bij dagvaarding van 16 juli 2024 in hoger beroep gekomen van een verstekvonnis van 17 april 2024 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland - in de appeldagvaarding is abusievelijk vermeld: rechtbank Amsterdam - (hierna: de kantonrechter), onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen [appellant] als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen [geïntimeerde] is ook in hoger beroep verstek verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] heeft een memorie van grieven, tevens houdende verandering van grondslag van eis, ingediend.</para>
      <para>Ten slotte is arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft geen feiten vastgesteld. Het hof gaat uit van de volgende feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [appellant] en [geïntimeerde] hebben een overeenkomst van geldlening (consumentenkrediet), gedateerd [datum] , op afstand gesloten, op grond waarvan [geïntimeerde] een bedrag van € 25.000,- van [appellant] heeft geleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft niet volledig aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst voldaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Procedure bij de kantonrechter</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft bij de kantonrechter gevorderd om [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van          € 25.600,36, te vermeerderen met de contractuele rente van 7,5 % per jaar vanaf 17 mei 2023, en beslissing omtrent de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 13 september 2023 heeft de kantonrechter [appellant] in de gelegenheid gesteld de ontbrekende bij de dagvaarding gevoegde producties over te leggen. Blijkens een nader tussenvonnis van 27 december 2023 heeft [appellant] bij akte van 4 oktober 2023 hieraan voldaan. Bij dit tussenvonnis is [appellant] voorts in de gelegenheid gesteld om nadere informatie te verschaffen over hoe en wanneer zij aan haar in artikel 7:60 BW bedoelde precontractuele informatieplicht heeft voldaan, om zich uit te laten over eventuele vernietiging van de kredietovereenkomst op grond van artikel 6:139b BW en om de opeisingsbrief over te leggen. Blijkens het bestreden vonnis heeft [appellant] bij akte van 24 januari 2024 hieraan voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de vordering afgewezen, daarbij overwegende dat aanleiding bestaat de kredietovereenkomst te vernietigen, omdat, kort gezegd, niet voldaan is aan (de doelstelling van) artikel 7:60 BW omdat niet, althans niet tijdig de voorgeschreven precontractuele informatie is verstrekt en deze schending een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193b BW oplevert. [appellant] is in de proceskosten aan de zijde van [geïntimeerde] gevallen veroordeeld, begroot op nihil.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Vordering in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        [appellant] vordert vernietiging van het bestreden vonnis en – na verandering van grondslag van eis – om [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van € 23.348,86, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2023 dan wel 17 mei 2023, 17 april 2024, 12 november 2024 of de datum van arrest. [appellant] maakt geen aanspraak op vergoeding van proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft één grief tegen het bestreden vonnis aangevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Bij memorie van grieven heeft [appellant] de grondslag van haar vorderingen gewijzigd. Zij legt zich neer bij de vernietiging van de overeenkomst van geldlening. Zij vordert thans terugbetaling van de hoofdsom op grond van onverschuldigde betaling (artikel 6:203 BW) dan wel ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW). Deze grondslagen zijn voor het eerst in hoger beroep en na de appeldagvaarding aangevoerd. Het bepaalde in artikel 130 Rv, in verbinding met artikel 353 lid 1 Rv, sluit een verandering van grondslag van eis uit tegen een partij die niet in het geding is verschenen, tenzij [appellant] deze verandering tijdig bij exploot aan [geïntimeerde] kenbaar heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Uit het procesdossier kan het hof niet afleiden dat betekening als hierboven bedoeld heeft plaatsgevonden. [appellant] zal daarom in de gelegenheid worden gesteld om bij akte alsnog het exploot van betekening in het geding te brengen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof constateert daarnaast dat [appellant] een onvolledig procesdossier in hoger beroep heeft overgelegd. In ieder geval ontbreken de hierboven onder 4.2. bedoelde akten van </para>
        <para>4 oktober 2023 en 24 januari 2024. [appellant] wordt in de gelegenheid gesteld om bij akte alsnog de ontbrekende processtukken in het geding te brengen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 7 oktober 2025 voor het nemen van een akte als hiervoor onder 6.2. en 6.3. bedoeld; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.W.M. Tromp, I. de Greef en O.J. van Leeuwen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 9 september 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>