<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:2262</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-28T09:43:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002431-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2262">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2262</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-28T09:41:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:2262 Gerechtshof Amsterdam , 06-08-2025 / 23-002431-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2262:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging m.u.v. straf. Artikel 9a Sr wegens recentelijk opgelegde  ISD-maatregel in andere strafzaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2262:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-002431-24 </para>
    <para>datum uitspraak: 6 augustus 2025 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TEGENSPRAAK (artikel 279 Sv)</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 oktober 2024 in de strafzaak onder parketnummer </para>
    <para>13-258686-24 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,</para>
    <para>
      [adres] .</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>6 augustus 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit dan ook bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging, in zoverre zal het vonnis worden vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft – overeenkomstig het verzoek van de raadsman – gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft ingebroken bij een snackbar en een geldbedrag gestolen. Dergelijke strafbare feiten veroorzaken schade, hinder en ergernis voor de benadeelde ondernemer. Door zo te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van anderen. Uit het strafblad van 31 juli 2025 blijkt dat de verdachte vaker voor vermogensdelicten is veroordeeld. Het voorgaande rechtvaardigt in beginsel de oplegging van een gevangenisstraf zoals door de politierechter is opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep is echter gebleken dat aan de verdachte, na het begaan van de inbraak, bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 december 2024 de maatregel van plaatsing in een Inrichting voor Stelstelmatige Daders is opgelegd (hierna: ISD). Dit heeft tot gevolg dat hij twee jaar lang opgesloten zal zijn in een penitentiaire inrichting of in ieder geval sterk beperkt zal zijn in zijn bewegingsvrijheid. Daarbij is de opgelegde ISD-maatregel gericht op zijn verwijdering uit Nederland. In aanvulling heeft de raadsman ter terechtzitting te kennen gegeven dat de verdachte inmiddels ongewenst is verklaard en dat de verdachte naar eigen zeggen voornemens is het land te verlaten. De ISD-maatregel wordt op dit moment ten uitvoer gelegd. Het hof acht het onwenselijk dat de verdachte na afronding van het ISD-traject wordt geconfronteerd met een nieuwe strafrechtelijke sanctie wegens onderhavig feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband met het voorgaande acht het hof het, evenals de advocaat-generaal en de raadsman, raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Radder, mr. R.P. den Otter en mr. M.C. van der Mei, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. L.M. van Leeuwen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 augustus 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">mr. M.C. van der Mei is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>