<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:2063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-14T14:14:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003107-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2063">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-14T14:04:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:2063 Gerechtshof Amsterdam , 20-03-2025 / 23-003107-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2063:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>(opzet/schuld)heling van een motor. De verdachte heeft aan de verkoper geen kritische vragen gesteld en voorafgaand aan of tijdens de aankoop de motor niet opgezocht op stopheling.nl of anderszins enige controlehandelingen uitgevoerd. Opzetheling is wettig en overtuigend bewezen. Gevangenisstraf voor de duur van 10 weken, met aftrek van het voorarrest.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:2063:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-003107-23 </para>
    <para>datum uitspraak: 20 maart 2025 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 november 2023 in de strafzaak onder de parketnummers 13-289388-23 en 21-002997-18 (TUL) tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 2 november 2023 te Amstelveen, een Yamaha motor ([kenteken]), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsoverweging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat niet opzetheling maar wel schuldheling wettig en overtuigend bewezen kan worden, conform het oordeel van de politierechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van zowel opzet- als schuldheling. Ter onderbouwing heeft hij aangevoerd dat de verdachte via een vriend in contact kwam met de verkoper van de motor, en deze vervolgens overdag in een woonwijk in Leiden heeft aangekocht. De verdachte heeft er een aanzienlijk bedrag voor betaald en ontving een sleutel die bij de motor hoorde. Aangezien het een ‘opknapmotor’ betrof, gaven de aanwezige gebreken geen aanleiding voor een vermoeden dat de motor gestolen was. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij motoren graag opknapt en doorverkoopt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof komt tot het oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling en overweegt daartoe het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft de motor naar eigen zeggen middels een contante betaling van € 6.000,00 op straat gekocht van een hem volledig onbekend persoon, zonder daarbij enige (persoons)gegevens van deze verkoper of een betaalbewijs te verkrijgen. De motor had geen kentekenplaat en de verdachte heeft geen kentekenbewijs ontvangen. De motor had schade in de vorm van een missend kapje onder het stuur, welk kapje over de ‘keyless module’ (in plaats van een contactslot) had moeten zitten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ondanks omstandigheden deed de verdachte geen onderzoek naar de herkomst van de motor – die als gestolen geregistreerd stond –: hij heeft aan de verkoper geen kritische vragen gesteld en voorafgaand aan of tijdens de aankoop de motor niet opgezocht op de website [website] of anderszins enige controlehandelingen ten aanzien van de herkomst uitgevoerd. De verdachte kan vanuit een strafrechtelijk kader (eerdere veroordelingen voor heling en motordiefstal) verondersteld worden bekend te zijn met het risico op het voorhanden hebben van gestolen voorwerpen, maar heeft bovendien verklaard dat hij zich bezighoudt met het opknappen en doorverkopen van motoren, waarbij dergelijke problematiek aan de orde van de dag is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het licht van het voorgaande heeft de verdachte minst genomen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard op het voorhanden hebben van een door misdrijf verkregen motor, zodat het hof de impliciet primair tenlastegelegde opzetheling wettig en overtuigend bewezen zal verklaren.     </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 2 november 2023 te Amstelveen een Yamaha motor ([kenteken]) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzetheling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken, met aftrek van het voorarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft het hof verzocht, bij een bewezenverklaring, geen hogere straf op te leggen dan door de politierechter is opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een motor. Opzetheling is een uitermate ergerlijk en hinderlijk strafbaar feit, dat nadeel voor de rechthebbende van de motor veroorzaakt. Door heling wordt bovendien in een afzetmarkt voor gestolen goederen voorzien, waarbij ook indirect van het misdrijf van een ander wordt geprofiteerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het strafblad van de verdachte van 20 februari 2025 blijkt dat hij eerder voor vermogensdelicten, waaronder heling, onherroepelijk is veroordeeld. Die veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw in de fout te gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts houdt het hof rekening met het feit dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de recidive in combinatie met de ernst van het bewezenverklaarde, niet worden volstaan met een andere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht, alles afwegende, evenals de politierechter een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Het hof ziet in de bewezenverklaring in hoger beroep die afwijkt van de bewezenverklaring in eerste aanleg, geen aanleiding om de verdachte een hogere straf op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 februari 2022 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft een gedeeltelijke toewijzing van de vordering en omzetting van de ten uitvoer te leggen gevangenisstraf in een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis, gevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft primair verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen en subsidiair de vordering om te zetten naar een taakstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze op de terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen, ziet het hof echter aanleiding om de vordering gedeeltelijk toe te wijzen en de ten uitvoer te leggen gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf, conform de vordering van de advocaat-generaal. Tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf zou naar het oordeel van het hof geen recht doen aan recente positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte. Voorts kleeft daaraan het risico dat deze ontwikkelingen door detentie teniet zouden worden gedaan. Gelet hierop acht het hof in dit geval omzetting van de gevangenisstraf in een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">10 (tien) weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 februari 2022in de zaak met parketnummer 21-002997-18, te weten een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van drie jaren, een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">160 (honderdzestig) uren</emphasis>, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door <emphasis role="bold">80 (tachtig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.I.M. van Bergen, mr. C.J. van der Wilt en mr. H.A. Stalenhoef, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Fritsche, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 maart 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>