<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2025:1971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-29T10:03:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002285-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:1971">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:1971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-29T10:01:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1971 Gerechtshof Amsterdam , 20-03-2025 / 23-002285-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2025:1971:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak rijden onder invloed alcohol. Afwijzing vordering tenuitvoerlegging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2025:1971:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-002285-24 </para>
    <para>datum uitspraak: 20 maart 2025 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingslocatie Amsterdam, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 20 januari 2023 in de strafzaak onder de parketnummers 96-334567-22 en 96-192263-21 (TUL) tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1993, </para>
    <para>adres: [adres] .</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van</para>
      <para>20 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 23 december 2022 te Meerkerk, gemeente Vijfheerenlanden, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 850 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van het openbaar ministerie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van negen maanden met aftrek.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft ter terechtzitting vrijspraak bepleit en in dat kader – kort gezegd – aangevoerd dat de situatie van de verdachte <emphasis role="italic">de facto</emphasis> gelijk te stellen is aan een situatie waarbij de verdachte niet op zijn recht op tegenonderzoek is gewezen en het destijds verrichte onderzoek niet als een rechtsgeldig onderzoek als bedoeld is in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (verder: WVW) geldt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de stukken in het dossier stelt het hof vast dat de verdachte op 23 december 2022 om </para>
      <para>7:50 uur op het politiebureau door politieambtenaar [verbalisant] is onderworpen aan een onderzoek door middel van een ademanalyseapparaat. De uitslag van de ademanalyse was 850 microgram per liter uitgeademde lucht. Deze uitslag is de verdachte direct meegedeeld. De verdachte heeft daarop direct aangegeven gebruik te willen maken van het recht op tegenonderzoek. Ten behoeve daarvan is op 23 december 2022 om 9:10 uur door een arts bij de verdachte bloed afgenomen. De bloedmonsters zijn vervolgens door politieambtenaar [verbalisant] direct in de voorgeschreven verpakking verpakt, gewaarmerkt, verzegeld en in de daartoe bestemde vriezer geplaatst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de inhoud van het dossier kan echter niet worden vastgesteld dat de politie de bloedmonsters vervolgens daadwerkelijk heeft opgestuurd naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en/of dat die bloedmonsters daar zijn aangekomen. Op het zich in het dossier bevindende  opdrachtformulier is door het laboratorium niet ingevuld dat de bloedmonsters zijn ontvangen. De raadsvrouw van de verdachte heeft bovendien bij het ingediende appelschriftuur een kopie van een e-mailbericht gevoegd waarin verbalisant [verbalisant] schrijft dat navraag bij het NFI en het laboratorium in München Gladbach (het hof begrijpt: Mönchengladbach) heeft uitgewezen dat het bloedblok niet is ontvangen en dat de verdachte verder ook niet de mogelijkheid is geboden op het politiebureau om direct voor afname van het bloedblok te betalen. Het hof heeft geen reden aan dit overgelegde bericht te twijfelen en het moet er daarom voor worden gehouden dat het tegenonderzoek niet heeft kunnen plaatsvinden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mogelijkheid voor een verdachte om een tegenonderzoek te doen verrichten moet worden gerekend tot het stelsel van strikte waarborgen waarmee de wetgever het onderzoek ter bepaling van het alcoholgehalte van de adem van de verdachte heeft omringd. Daaruit volgt dat, indien een verdachte op het daartoe in artikel 11 lid 3 sub a Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen moment te kennen heeft gegeven van dat recht gebruik te willen maken, een onderzoek van diens adem in beginsel niet kan gelden als een 'onderzoek' in de zin van artikel 8 lid 2 onder a, WVW 1994 indien zodanig tegenonderzoek niet is verricht. Dit is slechts anders indien een verdachte alsnog blijk geeft van genoemd recht op tegenonderzoek af te zien, dan wel het aan zichzelf te wijten heeft dat het tegenonderzoek niet heeft plaatsgehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het gelet op het voorgaande niet aan de verdachte te wijten is geweest dat het tegenonderzoek niet heeft plaatsgevonden, betekent dat dat het onderzoek van de adem van de verdachte niet kan gelden als een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a, WVW 1994. Daarom moet de verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op 14 januari 2023 een vordering ingediend strekkende tot de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 mei 2022 opgelegde voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 341 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en <emphasis role="bold">spreekt de verdachte daarvan vrij.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst af</emphasis> de vordering van de officier van justitie van het Parket Centrale Verwerking O.M. van </para>
      <para>12 januari 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 mei 2022, parketnummer 96-192263-21, voorwaardelijk opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 341 dagen met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.H. Tiemens, mr. A.M. Kengen en mr. M.J.A. Duker in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>20 maart 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. S. Bonset is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>