<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:3751</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-17T11:01:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001613-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3751">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3751</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-17T11:00:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3751 Gerechtshof Amsterdam , 30-05-2024 / 23-001613-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:3751:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vte n-o in hb. Niet op de door de wet voorgeschreven wijze hoger beroep ingesteld. Vertegenwoordiger van de verdachte niet zelf ter griffie bij de rb verschenen om de bijzondere schriftelijke volmacht te overleggen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:3751:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-001613-23 </para>
    <para>datum uitspraak: 30 mei 2024 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 maart 2023 in de strafzaak onder parketnummer </para>
    <para>15-292185-22 tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1988, </para>
    <para>adres: [adres] .</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>30 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep, en van het standpunt van de raadsvrouw van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 31 mei 2023 is tegen voormeld vonnis door een gemachtigde griffiemedewerkster van de rechtbank Noord-Holland een akte instellen hoger beroep opgemaakt. Hierin is vermeld dat zij daartoe is gemachtigd blijkens een aan de akte gehechte brief. Bij de akte is gevoegd een brief van [persoon] , ondertekend en gedateerd 31 mei 2023, inhoudende de mededeling dat [persoon] als gevolmachtigde van [verdachte] namens hem hoger beroep indient tegen het vonnis van de politierechter onder parketnummer 15-292185-22. Bij de akte is tevens gevoegd een schriftelijk stuk ‘Algemene volmacht voor strafzaak’, gedateerd 24 mei 2023 en ondertekend door [verdachte] . Het hof beschouwt laatstgenoemde volmacht als een bijzondere volmacht aan [persoon] tot het instellen van hoger beroep tegen voormeld vonnis van de politierechter. Niet is gebleken dat [persoon] een advocaat uit Nederland of een andere EU-lidstaat is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 450, eerste lid aanhef en onder b, Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het aanwenden van een rechtsmiddel (ook) geschieden door een vertegenwoordiger van de verdachte die daartoe persoonlijk door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bij bijzondere volmacht schriftelijk is gemachtigd. Die aldus gemachtigde vertegenwoordiger van de verdachte dient zelf ter griffie te verschijnen en aldaar die volmacht te overleggen. De wet biedt niet de mogelijkheid dat een dergelijke volmacht anders dan in persoon ter griffie wordt overgelegd. In dit verband is niet relevant of ter terechtzitting in hoger beroep de verdachte of een door hem op de voet van artikel 279 Sv gemachtigd raadsman is verschenen en deze aldaar heeft verklaard dat de verdachte de wens had om op rechtsgeldige wijze hoger beroep in te stellen; die omstandigheid is immers specifiek van belang bij een onvolkomen volmacht door advocaten die, anders dan bijzondere gemachtigden, wel hoger beroep door middel van een schriftelijke volmacht kunnen instellen. De omstandigheid dat door de gemachtigde niet op de juiste wijze hoger beroep is ingesteld kan aldus niet nadien worden gerepareerd op de wijze waarop een onvolkomen volmacht door een advocaat kan worden gerepareerd. Opmerking verdient bovendien dat volgens rechtspraak van de Hoge Raad, in het geval dat de gevolmachtigde niet in persoon ter griffie verschijnt, de griffiemedewerker niet is verplicht de gevolmachtigde te wijzen op de aan de volmacht te stellen eisen; een dergelijke informatieplicht van de griffie is beperkt tot een geval waarin de bijzondere gevolmachtigde ter griffie verschijnt (vgl Hoge Raad 5 december 2017 ECLI:NL:HR:2017:3071; Hoge Raad 2 november 2021 ECLI:NL:HR:2021:1591).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat [persoon] als vertegenwoordiger van de verdachte niet zelf ter griffie bij de rechtbank Noord-Holland is verschenen om de bijzondere schriftelijke volmacht te overleggen. Nu deze vertegenwoordiger daartoe niet in persoon bij de griffie is verschenen, had de griffieambtenaar, anders dan bepleit door de raadsvrouw, geen informatieplicht om de vertegenwoordiger op dit verzuim te wijzen. Het hof concludeert dat niet op de door de wet voorgeschreven wijze hoger beroep is ingesteld. Gelet op het voorgaande en nu een dergelijk verzuim ook niet gerepareerd kan worden door de ter terechtzitting door de verdachte op de voet van artikel 279 Sv gemachtigd raadsvrouw die aldaar heeft verklaard dat de verdachte wel de wens had om op rechtsgeldige wijze hoger beroep in te stellen, dient de verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. M.L.M. van der Voet en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>30 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. N. van der Wijngaart is buiten staat dit arrest te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>