<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:3249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-29T13:02:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000152-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3249">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-29T13:01:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3249 Gerechtshof Amsterdam , 26-11-2024 / 23-000152-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:3249:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>1) Op 18 september 2023 te Schiphol het medeplegen van het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van MDMA en 2) op 18 september 2023 te Schiphol opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid distikstofmonoxide (lachgas). Bevestiging van het vonnis met dien verstande dat het hof de strafmaatoverweging heeft vervangen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:3249:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-000152-24 </para>
    <para>datum uitspraak: 26 november 2024 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 16 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer </para>
    <para>15-237544-23 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1988,</para>
    <para>thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [detentieadres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 november 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof hetgeen de rechtbank aan de beslissing tot strafoplegging ten grondslag heeft gelegd vervangt door de navolgende strafmaatoverweging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafmaatoverweging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 46 maanden opgelegd met aftrek van het voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als de rechtbank heeft opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft het hof verzocht om de door de rechtbank opgelegde straf te matigen op grond van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het buiten het grondgebied van Nederland brengen van 8.686 gram MDMA en zes cilinders lachgas. Dit zijn voor de gezondheid van personen schadelijke stoffen. De hoeveelheid aan MDMA was bovendien van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in verdovende middelen gaan gepaard met vele andere vormen van (ook zware) criminaliteit en hebben een steeds meer ontwrichtende werking op de maatschappij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 november 2024 is hij in Nederland niet eerder veroordeeld voor een strafbaar feit. Blijkens een uitdraai uit het European Criminal Records Information System (ECRIS) van 21 september 2023 is de verdachte in Duitsland wel eerder veroordeeld wegens een drugsgerelateerd feit. Deze veroordeling is echter van zo lang gelden dat het hof daar geen rekening mee heeft gehouden bij het bepalen van de straf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bepalen van de straf heeft het hof rekening gehouden met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) ten aanzien van de in- en uitvoer van harddrugs. Gelet op de hoeveelheid aan MDMA die de verdachte heeft geprobeerd uit te voeren, te weten 8.686 gram, staat daar volgens de oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op gesteld voor de duur van 44 tot 46 maanden..</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft verder het volgende in ogenschouw genomen. De verdachte bevindt zich inmiddels al meer dan een jaar in detentie, terwijl zijn vrouw en kinderen in Duitsland woonachtig zijn en het niet makkelijk voor hen is om naar de verdachte af te reizen en hem te bezoeken. De oplegging van een langdurige gevangenisstraf zou tevens van invloed kunnen zijn op verdachtes verblijfsvergunning in Duitsland, hetgeen mogelijk ook gevolgen zal hebben voor zijn gezin. Daarnaast is aangevoerd dat, indien de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar of korter opgelegd zal krijgen, hij eerder aanspraak maakt op strafonderbreking. Het hof begrijpt, gelet op de genoemde omstandigheden, dat de gevangenisstraf zoals door de rechtbank is opgelegd, grote gevolgen heeft voor verdachte en zijn gezin. De op zich gerechtvaardigde belangen van verdachte en zijn gezin wegen evenwel niet op tegen het maatschappelijk belang dat feiten als door verdachte gepleegd consequent en stevig worden bestraft. Een gevangenisstraf van 46 maanden is in dat licht een straf die passend en geboden is. Daarbij laat het hof de uitvoer van de zes cilinders met lachgas verder bij de oplegging van de straf in het voordeel van de verdachte buiten beschouwing. Het hof kan zich dan ook vinden in de straf zoals is opgelegd door de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. E. van Die en mr. P.K. van Riemsdijk, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Damo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste raadsheer en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>