<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:320</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-13T05:02:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.330.120/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Notamail 2024/106</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2024/278</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:320">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:320</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-02T10:17:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:320 Gerechtshof Amsterdam , 13-02-2024 / 200.330.120/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:320:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Klacht tegen een oud-notaris. Art. 99 lid 1 Wna. Wanneer heeft een klager redelijk belang bij het levenstestament van een ouder?</para>
        <para>Klacht niet-ontvankelijk.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:320:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beslissing   </para>
    <para>___________________________________________________________________ _ _</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer	: 200.330.120/01 NOT</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>nummer eerste aanleg	: SHE/2023/12</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 13 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonend te [woonplaats] , </para>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. [geïntimeerde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>oud-notaris te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna klager en de oud-notaris genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oud-notaris heeft op 30 maart 2021 het levenstestament van de moeder van klager gepasseerd. Volgens klager heeft de oud-notaris destijds onvoldoende zorgvuldig de wilsbekwaamheid van zijn moeder getoetst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Klager heeft op 25 juli 2023 een beroepschrift – met een bijlage – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort 's-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 26 juni 2023 (ECLI:NL:TNORSHE:2023:18). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De oud-notaris heeft op 4 september 2023 een verweerschrift bij het hof ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Klager heeft op 5 december 2023 een aanvullend stuk bij het hof ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 14 december 2023. Klager is verschenen en heeft het woord gevoerd. De oud-notaris is, met berichtgeving vooraf, niet verschenen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Klager heeft tegen de vaststelling van die feiten bezwaar gemaakt. Het hof zal hiermee (voor zover relevant) bij de beoordeling rekening houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die zijn komen vast te staan komen de feiten neer op het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De moeder van klager, geboren op [geboortedatum] , heeft twee zoons: klager en zijn oudere broer (hierna: de broer).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op 25 september 2020 heeft moeder de oud-notaris bezocht in het bijzijn van de broer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op 16 oktober 2020 heeft moeder een gesprek gehad met de oud-notaris in het bijzijn van de broer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mailbericht van 19 oktober 2020 heeft klager onder andere aan de oud-notaris medegedeeld:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Op vrijdag 16 oktober 2020 heeft u na 16.00 uur bezoek gehad van mijn broer [naam 1] ( [naam 1] ) en mevrouw [naam 2] . Mijn vader de heer [naam 3] en ondergetekende (…) wisten niets af van deze afspraak, wij zijn door u niet uitgenodigd.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Graag wil ik weten wat u met mijn moeder (…) en met mijn broer (…) heeft besproken.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kunt u uitleggen waarom u mijn vader (…) en ondergetekende (…) niet op de hoogte heeft gebracht van de afspraak op vrijdag middag 16 oktober.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In mijn aangetekende brief van 12 oktober 2020 aan u heb ik u toch duidelijk gemaakt dat beide ouders geen levenstestament willen afsluiten en dit ook nooit zullen ondertekenen. Dit standpunt blijft ongewijzigd. Tevens heb ik u in mijn brief van 12 oktober 2020 meegedeeld dat mijn moeder (…) lijdt aan beginnende dementie en nooit een testament of welk contract ook bij een notaris mag ondertekenen.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op 21 januari 2021 heeft wederom een gesprek bij de oud-notaris plaatsgevonden. Naast moeder waren daar tevens bij aanwezig haar casemanager dementie, [naam 4] (hierna: de casemanager) en de broer. De oud-notaris heeft moeder enige tijd alleen gesproken. Volgens de casemanager was moeder wilsbekwaam. De oud-notaris heeft aan het einde van het gesprek medegedeeld dat hij voorafgaand aan het passeren van de akte eerst de wilsbekwaamheid van moeder wilde laten beoordelen door een deskundige arts. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>In de verklaring van 16 maart 2021 van [naam 5] , specialist ouderengeneeskunde, staat onder andere:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Medische verklaring met betrekking tot verzoek om wilsbekwaamheid vast te stellen in verband met het opmaken van een (levens)testament.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betreft:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mevrouw: [naam 2]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In verband met het verzoek de bekwaamheid te beoordelen van mevrouw (…) bezocht ik d.d. 06-03-2021 voornoemde patiënte.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Consulent kent betrokken patiënte niet en is dus onafhankelijk.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bevindingen tijdens bezoek aan patiënte:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik bezoek mevrouw in haar ruime woning in gezelschap van haar casemanager (…). Hoewel ik iets vroeger arriveer, opent mevrouw vriendelijk de deur. Ze is op de hoogte van mijn komst. Ze is goed georiënteerd in tijd en plaats. Haar geheugen laat wat na, ze is zich daarvan bewust. Ze kan goed vertellen dat haar oudste zoon haar financiële zaken regelt en dat het gewenst is om dat formeel vast te leggen. Hij moet regelen, in overleg met zijn broer, dat ze zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Criteria van Appelbaum: 1. Mevrouw heeft goed begrip van informatie. 2. Mevrouw is in staat tot logisch redeneren. 3. Mevrouw toont in het gesprek waardering van de gevolgen van de beslissing voor de eigen situatie. 4. Mevrouw is in staat tot consistente keuzes maken.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met bovenstaande beschrijving kom ik tot de conclusie dat betrokkene in staat kan worden geacht “tot een redelijke waardering van haar belangen ter zake” en wilsbekwaam is om een levenstestament op te stellen</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Op 30 maart 2021 heeft de oud-notaris het levenstestament van moeder gepasseerd, waarbij moeder volmachten met betrekking tot zowel haar vermogensrechtelijke belangen als haar medische belangen heeft verleend aan de broer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De oud-notaris is op 1 juli 2023 gedefungeerd als notaris. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De klacht </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager verwijt de oud-notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder bij het opstellen en passeren van haar levenstestament op 30 maart 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen de oud-notaris niet-ontvankelijk verklaard omdat klager naar het oordeel van de kamer geen redelijk belang heeft bij de klacht. De kamer heeft daartoe overwogen dat klager zelf niet betrokken is geweest bij de gang van zaken rond het levenstestament van moeder, terwijl evenmin is gesteld of gebleken dat moeder klager eerder bij levenstestament of (notariële) volmacht als haar algemeen gevolmachtigde had aangewezen. Het feit dat klager zich als zoon emotioneel verbonden voelt met zijn moeder en graag haar wil wil respecteren, is onvoldoende om in tuchtrechtelijke zin aangemerkt te worden als belanghebbende, aldus de kamer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Het hof stelt het volgende voorop. Ingevolge artikel 99, lid 1 Wna kan ieder die daarbij enig redelijk belang heeft een klacht indienen. Het begrip ‘enig redelijk belang’ moet ruim worden opgevat. Het kan een rechtstreeks belang zijn, maar ook een indirect of afgeleid belang. Het belang kan onder meer volgen uit betrokkenheid bij een specifieke zaak of betrekking hebben op handhaving van de beroepsnormen en –regels voor het notariaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Het is vaste rechtspraak van het hof dat klagers een redelijk belang hebben bij klachten over een testament als zij erfgenamen bij versterf zijn (zie ECLI:NL:GHAMS:2019:1383 en ECLI:NL:GHAMS:2022:3250). Hun betrokkenheid bij een testament vloeit daar uit voort. De klacht van klager ziet echter niet op het testament, maar op een geheel andere rechtshandeling, te weten een zogeheten levenstestament van zijn moeder, waarbij hij geen partij is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Op de vraag wanneer een klager enig redelijk belang heeft bij het levenstestament van een ouder, kan het hof geen algemeen antwoord geven omdat dat afhangt van de feiten en omstandigheden van het geval. Dat belang zal er in elk geval wel zijn als de klager optreedt als ‘levensexecuteur’ of gevolmachtigde in een levenstestament (zie ECLI:NL:GHAMS:2017:2150). In deze zaak was klager niet betrokken bij het maken van het levenstestament van zijn moeder. Hij was ook niet uitgenodigd door zijn moeder of zijn broer en ook niet door de notaris om daarbij wel betrokken te zijn. Zijn moeder en zijn broer hoefden dat ook niet te doen; de notaris ook niet. Klager heeft de notaris wel een brief geschreven waarin hij vraagt wat er is afgesproken en waarin hij meedeelt dat hij de notaris al eens eerder duidelijk heeft gemaakt dat zijn ouders geen levenstestament willen sluiten of ondertekenen. De moeder van klager is inmiddels overleden en klager is een van haar erfgenamen. Deze feiten en omstandigheden zijn onvoldoende om te kunnen oordelen dat klager enig redelijk belang heeft bij het indienen van een klacht over het handelen van de notaris bij het opstellen en passeren van het levenstestament van zijn moeder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat het hof, evenals de kamer, tot het oordeel komt dat klager geen redelijk belang heeft bij zijn klacht. De klacht van klager is daarom niet-ontvankelijk. De bestreden beslissing zal worden bevestigd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- bevestigt de bestreden beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. C.H.M. van Altena, J.H. Lieber en B.J.M. Gehlen en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2024 door de rolraadsheer.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>