<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:3031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-01T16:11:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000019-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3031">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-01T16:08:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3031 Gerechtshof Amsterdam , 29-10-2024 / 23-000019-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:3031:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beperkt appel. Het hof vernietigt het vonnis, spreekt vrij van (medeplegen van) de invoer van cocaïne (feit 2) en bepaalt op grond van artikel 423 lid 3 Sv de straf zoals in eerste aanleg opgelegd (feit 1).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:3031:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht</para>
      <para>Parketnummer: 23-000019-24 </para>
      <para>Datum uitspraak: 29 oktober 2024 (bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>TEGENSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 22 december 2023 in de strafzaak onder parketnummer </para>
      <para>15-167584-23 tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1985,</para>
      <para>thans gedetineerd in het [detentieadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Onderzoek van de zaak</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>24 oktober 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Omvang van het hoger beroep</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest.</para>
      <para>De verdachte heeft op 2 januari 2024 bij akte onbeperkt hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Blijkens de akte partiële intrekking van 9 januari 2024 is het hoger beroep tegen het cumulatief ten laste gelegde feit 1 ingetrokken.</para>
      <para>Dit brengt met zich mee dat het onder feit 1 bewezenverklaarde in hoger beroep niet meer aan het oordeel van het hof voorligt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Tenlastelegging</bridgehead>
    <para>Aan de verdachte is – voor zover thans nog aan de orde, en na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep – tenlastegelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 14 juli 2018 tot en met 14 augustus 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
      <para>
        [medeverdachte] op of omstreeks 14 augustus 2018, te Schiphol, althans in Nederland, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde </para>
      <para>cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op/in of omstreeks de periode van 07 augustus 2018 tot en met 14 augustus 2018 te Curaçao en/of te Purmerend, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door (met bovenomschreven feit als doel) (een) hotelovernachting(en) voor die [medeverdachte] te boeken (ten behoeve van het produceren van bovengenoemde cocaïne). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Vonnis waarvan beroep</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Vordering van het openbaar ministerie</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof zal bepalen dat voor het onder 1 tenlastegelegde een straf van twaalf maanden is opgelegd, en tevens dat de verdachte voor het onder 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Vrijspraak</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder <?linebreak?>2 (primair en subsidiair) is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat de verdachte een hotelkamer heeft geboekt voor het verblijf van de medeverdachte [medeverdachte], dat deze medeverdachte cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en de geboekte hotelkamer heeft gebruikt om de door hem geslikte bollen cocaïne te produceren. Anders dan de advocaat-generaal, is het hof van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte op de hoogte was van de invoer van cocaïne door deze medeverdachte.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bevindingen naar aanleiding van onderzoek aan de telefoon van de verdachte kunnen niet bijdragen aan het bewijs van de wetenschap van de verdachte met betrekking tot de invoer van cocaïne door [medeverdachte] in 2018, nu deze gegevens uit 2021 geen informatie over de tenlastegelegde periode in 2018 inhouden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Toepassing van artikel 423, vierde lid Sv</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het hoger beroep enkel is gericht tegen het onder feit 2 tenlastegelegde zal het hof, overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid van artikel 423 van het Wetboek van Strafvordering, de straf bepalen ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde misdrijf, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van het voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Voorlopige hechtenis</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bij pleidooi het hof verzocht, gelet op zijn verzoek tot vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde, het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal, gelet op de beslissing tot vrijspraak van hetgeen de verdachte onder feit 2 is tenlastegelegd, het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met onmiddellijke ingang opheffen, nu de duur van de voorlopige hechtenis langer is dan de straf die is bepaald.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de door de rechtbank opgelegde straf voor het onder 1 bewezenverklaarde op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">12 (twaalf) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Heft op</emphasis> het <emphasis role="bold">bevel tot voorlopige hechtenis</emphasis> van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.A. Groenendijk, mr. M. Lolkema en mr. R.A.J. Hübel, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. A. Scheffens, griffier, en is bij vervroeging uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Lolkema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>