<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:3025</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-01T14:19:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">000467-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3025">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3025</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-01T14:18:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3025 Gerechtshof Amsterdam , 29-10-2024 / 000467-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:3025:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>art 530 Sv - Gronden van billijkheid - beleidssepot - ontkennende verdachte - rechtsbijstand heeft niet tot het sepot geleid - geen procedure sepotwijziging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:3025:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking 		 </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5084c9c1-0c2e-45fc-a882-4357975b21b5" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="81d782ab-5d63-4bcc-bb4d-d00e135cbf24" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="960b0c37-801e-467b-be8d-7fb8e6814f85" depth="2" width="571" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
      <para>rekestnummer(s): 000467-24 (530 Sv)</para>
      <para>parketnummer in eerste aanleg: 13-082510-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 25 april 2024 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,</para>
      <para>domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. M.L. van Gaalen,</para>
      <para>Pieter Braaijweg 85, 1114 AJ Amsterdam-Duivendrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep is op 30 april 2024 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 13 augustus 2024 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 15 oktober 2024 de advocaat-generaal en mr. S van den Berg, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, te dezen waarnemend voor mr. M.L. van Gaalen, ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Inhoud van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek - zoals onder c aangevuld in raadkamer in hoger beroep - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 1.960,20;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep is tijdig ingesteld.</para>
      <para>De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de advocaat-generaal oordeelt het hof dat er, ook als de grond voor seponering in aanmerking wordt genomen, gronden van billijkheid zijn om de gevraagde vergoeding toe te kennen. Het hof stelt vast dat in deze zaak het vermoeden van schuld van verzoekster stellig wordt weersproken. Dit zou nader onderzoek vergen, waarvoor in deze procedure geen plaats is.</para>
      <para>Het hof stelt overigens voorop dat in dit verband in beginsel niet ter zake doet of de advocaatkosten er (mede) toe hebben geleid dat de zaak is geseponeerd en evenmin of de verzoeker gebruik heeft gemaakt van een eventuele mogelijkheid om te klagen over de grond voor seponering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de strafzaak ten bedrage van € 1.960,20</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal de beschikking waarvan beroep derhalve vernietigen en opnieuw recht doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het verzochte toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kent op de voet van artikel 530 Sv aan appellant een vergoeding toe van € 2.980,20 (tweeduizend negenhonderdtachtig euro en twintig cent).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, M.J.A. Duker en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 29 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter beveelt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 2.980,20 (tweeduizend negenhonderdtachtig euro en twintig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer]  t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden Coumans &amp; Van Gaalen Strafrechtadvocaten o.v.v. [ovv].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Amsterdam, 29 oktober 2024,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>