<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:290</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-12T11:25:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001427-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:290">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:290</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-12T10:47:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:290 Gerechtshof Amsterdam , 06-02-2024 / 23-001427-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:290:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Winkeldiefstal in vereniging door middel van braak en voorhanden hebben van een boksbeugel. Oplegging van 2 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:290:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<parablock>
<para>
afdeling strafrecht
</para>
<para>
parketnummer: 23-001427-22
</para>
<para>
datum uitspraak: 6 februari 2024
</para>
</parablock>
<parablock>
<para>
VERSTEK (niet-gemachtigd raadsman)
</para>
</parablock>
<parablock>
<para>
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 mei 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-019659-22 tegen
</para>
</parablock>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verdachte01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1998,
</para>
<para>
adres: [adres01] .
</para>
</parablock>
<section>
<title>
Onderzoek van de zaak
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 januari 2024.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Tenlastelegging
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
</para>
</parablock>
<para />
<para>
1.
<?linebreak?>
hij op of omstreeks 22 januari 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
</para>
<para>
- een of meerdere cosmeticaproducten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf01] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), en/of;
</para>
<para>
- een of meerdere flessen frisdrank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf02] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
</para>
<para>
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
</para>
<para />
<para>
2.
<?linebreak?>
hij op of omstreeks 22 januari 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
Vonnis waarvan beroep
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Bewezenverklaring
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
</para>
</parablock>
<para />
<para>
1.
<?linebreak?>
hij op 22 januari 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een ander
</para>
<para>
- cosmeticaproducten, die aan [bedrijf01] toebehoorden, en
</para>
<para>
- flessen frisdrank, die aan [bedrijf02] toebehoorden
</para>
<para>
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
</para>
<para />
<para>
2.
<?linebreak?>
hij op 22 januari 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Bewijsmiddelen
</title>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Feit 1
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<para>
1.
<emphasis role="bold">
Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 23 januari 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (digitale dossierpagina’s 45-47).
</emphasis>
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 januari 2022 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van de
<emphasis role="bold">
verdachte
</emphasis>
:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
VV: Met wie was u op 22 januari 2022 naar Schiphol gekomen?
</para>
<para>
AV: Met [medeverdachte01].
</para>
<para>
Ik heb samen met [medeverdachte01] die cremes weggenomen en de cola gepakt.
</para>
</parablock>
<para />
<para>
2.
<emphasis role="bold">
Een proces-verbaal van aanhouding van 23 januari 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (digitale dossierpagina’s 7-10).
</emphasis>
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
<emphasis role="bold">
mededeling van verbalisanten (of één of meer van hen)
</emphasis>
:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Op 22 januari 2022 waren wij, verbalisanten [verbalisant01] , [verbalisant02] en [verbalisant03] , op de luchthaven Schiphol, gelegen in de gemeente Haarlemmermeer. Aldaar meldde een persoon aan mij dat een groepje personen goederen aan het wegnemen was bij een koeling.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Ik, [verbalisant03] , zag twee personen naar mij toe lopen. Ik zag dat bij het aanspreken de tweede persoon naar de prullenbak liep en daar verschillende producten aan het deponeren was. Ik zag dat in de prullenbak tien producten lagen van “ [bedrijf01] ”. Mij is bekend dat deze producten te koop zijn bij de huidproductenbalie die gevestigd is in de winkelstraat bij restaurant “ [bedrijf02] ”. Toen ik naar deze huidproductenbalie liep, zag ik dat daar een kastje was opengebroken en ik zag verschillende producten in het kastje staan welke ik ook in de prullenbak had aangetroffen welke de tweede persoon daar had gedeponeerd.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Wij, verbalisanten, zag dat de eerste persoon een tasje bij zich droeg welke gevuld was met flesjes coca cola. Mij is bekend dat deze flesjes te koop waren bij restaurant “ [bedrijf02] ” te Schiphol. Toen ik naar de koeling achter de balie van het restaurant liep, zag ik dat de koeling was opengebroken en deze niet meer volledig gevuld was.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Persoon 1 gaf ons een identiteitsbewijs met de volgende gegevens:
</para>
<para>
Naam: [verdachte01]
</para>
<para>
Voornaam: [verdachte01]
</para>
<para>
Geboortedatum: [geboortedatum01] -1998
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Persoon 2 kon ons de volgende persoonsgegevens doorgeven:
</para>
<para>
Naam: [medeverdachte01]
</para>
<para>
Voornaam: [medeverdachte01]
</para>
<para>
Geboortedatum: [geboortedatum02] -1988
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Wij, verbalisanten, zagen dat [verdachte01] een tasje in zijn rechterhand droeg. Wij zagen dat de opdruk van dit tasje was “ [bedrijf01] ”. In dit tasje zagen wij het volgende: producten van “ [bedrijf01] ”, verschillende huidtesters van hetzelfde merk, flesjes Coca Cola Zero en een Calvin Klein luchtje.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Wij, verbalisanten, zagen dat Mroz een rugtas bij zich droeg. In de rugzak zagen wij flesjes Coca Cola zero en Coca Cola.
</para>
</parablock>
<para />
<para>
3.
<emphasis role="bold">
Een proces-verbaal van verhoor van 24 januari 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (digitale dossierpagina's 61-62).
</emphasis>
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 24 januari 2022 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van
<emphasis role="bold">
[getuige01]
</emphasis>
:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Op 22 januari 2022 is er een diefstal gepleegd in de winkel Crossroads, Schiphol Airport. Wij doen aangifte van diefstal van flesjes coca cola zero en coca cola original.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De diefstal heeft plaatsgevonden door middel van braak. In de deur van de koelkast is een slot ingebouwd met een sleutel. Deze deuren waren gesloten ten tijde van de diefstal. Ik zag dat het slot was geforceerd. Ik zag dat het draaimechanisme van het slot verbogen was.
</para>
</parablock>
<para />
<para>
4.
<emphasis role="bold">
Een proces-verbaal van aangifte van 23 januari 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (digitale dossierpagina’s 65-66).
</emphasis>
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 januari 2022 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van
<emphasis role="bold">
[getuige02]
</emphasis>
:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Op 22 januari 2022 was ik werkzaam bij [bedrijf01] te Schiphol. Het betreft een skin care producten winkel. Omstreeks 17.00 uur ging ik en mijn collega de winkel afsluiten. Alle producten zetten wij terug in afsluitbare kastjes, deze kastjes doen we daarna met een sleutel op slot. Ik controleerde of ik alle kastjes met producten erin op slot had gedaan, dit had ik ook. Ik zag dat er op geen een van de kastjes schade zat.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Vanochtend vertelde een andere medewerker van [bedrijf01] dat er iemand had ingebroken. De producten welke jullie hebben aangetroffen op de verdachten komen overeen met de producten welke wij verkopen in onze winkel.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Feit 2
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Nu de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat het hof met de navolgende opsomming van de bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering:
</para>
</parablock>
<para />
<orderedlist numeration="arabic">
<listitem>
<para>
Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 23 januari 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (digitale dossierpagina’s 45-47).
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van 23 januari 2022, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (digitale dossierpagina 52).
</para>
</listitem>
</orderedlist>
<para />
<parablock>
<para>
De hiervoor vermelde bewijsmiddelen zijn – ook in hun onderdelen – telkens gebezigd tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Strafbaarheid van de verdachte
</title>
<para />
<parablock>
<para>
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit.
</para>
<para>
<emphasis role="bold underline">
Oplegging van straf
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter opgelegd.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De verdachte heeft zich met de medeverdachte schuldig gemaakt aan diefstal van cosmeticaproducten en flessen frisdrank door middel van braak bij twee winkels op Schiphol. Door aldus te handelen heeft de verdachte ervan blijk gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van de winkeliers en slechts oog te hebben gehad voor zijn eigen financieel gewin. Winkeldiefstallen brengen naast overlast ook extra kosten voor de winkeliers met zich mee, met name wanneer zoals in het onderhavige geval de diefstal plaatsvindt door middel van braak. Daarnaast heeft de verdachte op de luchthaven Schiphol een boksbeugel voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van een boksbeugel is verboden omdat het kan worden gebruikt om personen ernstig letsel toe te brengen. Het hof rekent dit alles de verdachte aan.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof constateert dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, nu aan de verdachte na het onderhavige feit een geldboete is opgelegd.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Toepasselijke wettelijke voorschriften
</title>
<para />
<parablock>
<para>
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
BESLISSING
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Veroordeelt de verdachte tot een
<emphasis role="bold">
gevangenisstraf
</emphasis>
voor de duur van
<emphasis role="bold">
2 (twee) maanden
</emphasis>
.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
<emphasis role="bold">
1 (één) maand
</emphasis>
, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
<emphasis role="bold">
2 (twee) jaren
</emphasis>
aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.P. Geelhoed, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 februari 2024.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
</para>
<para>
=========================================================================
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
[…]
</emphasis></para>

</parablock>






<para />
<para />




<para />
















<para />


</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>