<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:2365</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-03T14:33:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">000127-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2365">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2365</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-03T14:31:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2365 Gerechtshof Amsterdam , 27-08-2024 / 000127-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:2365:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>art 530 Sv - mediation</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:2365:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking 		 </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d2d2dc6e-11bf-4e58-a87c-fe15f021b57c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7a3a6e76-4a83-46d8-bf84-4678561bf8ec" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d6aadc00-79ea-43d7-9862-0d6e78fcaa0f" depth="2" width="571" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
      <para>rekestnummer(s): 000127-24 (530 Sv)</para>
      <para>parketnummer in eerste aanleg: 13-121180-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 25 januari 2024 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,</para>
      <para>domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. R.J. Pardijs,</para>
      <para>
        [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep is op 2 februari 2024 ingesteld door verzoeker (hierna appellante).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 mei 2024 heeft de advocaat-generaal het advies van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 16 juli 2024 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellante is niet in raadkamer verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Inhoud van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek - aangevuld in raadkamer in hoger beroep als vermeld onder c - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 1.089,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep is tijdig ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het verzoek afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ad a. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het verzoek onder a afgewezen en heeft daartoe als volgt gemotiveerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen. gronden van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">billijkheid aanwezig zijn.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met een spuitbus met witte verf heeft de verzoekster meermalen het woord ‘pedo’ op de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">woning van aangeefster geschreven. Aangeefster en haar partner hebben de verzoekster dit</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zien doen en de verzoekster heeft bij haar verhoor door de politie ook bekend dat zij dit heeft</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gedaan.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is niet aan de rekestenrechter om zich bij een sepot uit te laten over schuld of onschuld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is echter wel mogelijk om de context van het gebeuren mee te laten wegen in het oordeel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">of het toekennen van een vergoeding billijk is.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Naar het oordeel van de rechtbank is de strafvervolging het gevolg van het eigen gedrag van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de verzoekster. Het is dan ook niet billijk om haar advocaatkosten, ook al hebben die voor</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een deel te maken met de in gang gezette mediation. voor rekening van de Staat te laten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">komen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank zal het verzoek daarom dan ook afwijzen.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof volgt de overweging van de rechtbank en zal het hoger beroep in zoverre afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ad b.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het verzoek ongemotiveerd afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In raadkamer in hoger beroep is komen vast te staan dat de rechtsbijstand ten aanzien van de onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg is verleend op basis van een toevoeging. Het hof zal het hoger beroep ook in zoverre afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ad c.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep is het verzoek aangevuld met het verzochte onder c.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het hoger beroep af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het verzoek onder c toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kent op de voet van artikel 530 Sv aan appellante een vergoeding toe van € 340,00 (driehonderdveertig euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellante.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, R.D. van Heffen en A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 27 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter beveelt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 340,00 (driehonderdveertig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden Scholte en Pardijs o.v.v. [ovv].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Amsterdam, 27 augustus 2024,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. A.W.T. Klappe, voorzitter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>