<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:2164</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-09T10:10:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001634-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2164">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2164</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-09T09:51:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2164 Gerechtshof Amsterdam , 01-08-2024 / 23-001634-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:2164:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Profijtontneming.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:2164:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht</para>
      <para>Parketnummer: 23-001634-21 (ontneming)</para>
      <para>Datum uitspraak: 1 augustus 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VERSTEK </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 mei 2021 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer </para>
      <para>15-209930-18 tegen de betrokkene</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te Amsterdam op [geboortedatum] 1988, </para>
      <para>
        [adres]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 14.394,20.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkene is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 mei 2021, kort gezegd, veroordeeld ter zake van het telen van hennep en de diefstal van elektriciteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 18 mei 2021 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 14.394,20 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 augustus 2024 veroordeeld ter zake van, kort gezegd, het telen van hennep en de diefstal van elektriciteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>18 juli 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering</emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van € 14.394,20 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De grondslag</emphasis>
      </para>
      <para>De betrokkene is veroordeeld bij arrest van het gerechtshof. Het hof acht voldoende aannemelijk dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit andere strafbare feiten in de zin van artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene die heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De schatting van het op na te melden geldbedrag gewaardeerde voordeel wordt ontleend aan de inhoud van het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e (hierna: het rapport)<footnote-ref linkend="_37d5e396-f8f7-4316-855e-6602021a52ae" />en het dossier in de strafzaak, waaruit volgt dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat er één eerdere oogst is geweest. </para>
      <para>Uit het onderzoek zijn daarvoor onder meer de volgende aanwijzingen naar voren gekomen: zowel in de kweekruimte als op de overloop stonden vervuilde plantenpotten. In de kweekruimte stonden 100 lege gebruikte plantenpotten en buiten de kweekruimte werden nog 97 plantenpotten aangetroffen met vervuilde aarde en verdroogde resten van hennepplanten. Dit wijst op in totaal twee oogsten, één eerdere oogst en de inbeslaggenomen oogst die lag te drogen. Verder is op de apparatuur stof aangetroffen en stonden op de apparatuur verschillende data uit 2016 vermeld. Bovendien is vervuiling op de koolstoffilters en kalkafzetting aangetroffen. Het waterverbruik was hoog (veroorzaakt door gebruik van een water gekoelde airconditioning).<footnote-ref linkend="_5fad9372-4926-4040-83b4-7559ce69d740" /></para>
      <para>Voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit baten van die eerdere oogst zal het hof aansluiten bij de berekening zoals opgenomen in het rapport. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het rapport houdt in, voor zover van belang:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vaststelling opbrengst per oogst in de kweekruimte</emphasis>
      </para>
      <para>In deze berekening is uitgegaan van de aangetroffen natte weed. Er werd 18,79 kilo natte weed aangetroffen die reeds lag te drogen, afkomstig van de 100 opgekweekte planten.</para>
      <para>Als uitgangspunt voor de verhouding nat/droog wordt aangenomen dat bij het drogen van hennep slechts 1/5 deel van de natte hennep overblijft: 80% nat, - 20% droog.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Opbrengst hennep per oogst</emphasis>
      </para>
      <para>De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt: 3,76 kilogram.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Financiële opbrengst per oogst</emphasis>
      </para>
      <para>De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt: 3,76 kilogram x € 4.070,00 =  € 15.303,20.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vaststelling eerdere oogsten in de kweekruimte</emphasis>
      </para>
      <para>In de hierna vermelde berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt uitgegaan van één reeds eerder gerealiseerde oogst in de kweekruimte. Uitgangspunt hierbij is een gemiddelde kweekcyclus van tien weken per oogst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kostenberekening in de kweekruimte</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het onderzoek rijst de verdenking dat verdachte de hennepplanten met behulp van een Tumbletrirnmer (knipmachine) heeft geknipt. De kosten hiervan worden op € 0,21 per hennepplant gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten</emphasis>
      </para>
      <para>Afschrijvingskosten: € 150,00 </para>
      <para>Hennepstekken: € 350,00 (€ 3,50 per stek/plant, volgens de verklaring van betrokkene)</para>
      <para>Variabele kosten: € 388,00 (€ 3,88 per stek/plant)</para>
      <para>Kosten tumbler: € 21,00 (€ 0,21 per stek/plant)</para>
      <para>Huisvestingskosten: € 0,00 </para>
      <para>Totaal aan kosten: € 909,00</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
      <para>Bruto opbrengst 1 oogst x € 15.303,20 	€ 15.303,20</para>
      <para>Totale kosten 1 oogst x € 909,00 		€ -/- 909,00</para>
      <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel 	€ 14.394,20.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verplichting tot betaling aan de Staat</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overschrijding van de redelijke termijn</emphasis>
      </para>
      <para>De ontnemingsvordering is aangekondigd op 10 maart 2021, het ontnemingsvonnis is uitgesproken op </para>
      <para>18 mei 2021 en het hof wijst thans op 1 augustus 2024 arrest. Als uitgangspunt geldt dat de behandeling van een zaak als de onderhavige dient te zijn afgerond binnen twee jaren per rechterlijke instantie. Daarom is in dit geval de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in hoger beroep overschreden met een jaar en drie maanden. Aangezien in de strafzaak rekening is gehouden met de overschrijding van de termijn, zal het hof in de ontnemingszaak volstaan met de constatering daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de betrokkene dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 14.394,20. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijk wettelijk voorschrift</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € <emphasis role="bold">14.394,20 (veertienduizend driehonderdvierennegentig euro en twintig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de betrokkene de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat</emphasis> ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 14.394,20 (veertienduizend driehonderdvierennegentig euro en twintig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 287 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. P. Greve en mr. A.C. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Huisman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_37d5e396-f8f7-4316-855e-6602021a52ae" label="1">
    <para>Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht van 12 oktober 2017, met nummer PLI 100-2017111935-1, opgemaakt door </para>
    <para>A. Meintser, dossierpagina 230 tot en met 239.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5fad9372-4926-4040-83b4-7559ce69d740" label="2">
    <para> Rapport, dossierpagina 233 tot en met 237.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>