<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:1864</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-08T11:19:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-004103-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1864">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1864</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-08T08:56:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1864 Gerechtshof Amsterdam , 04-07-2024 / 23-004103-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:1864:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onderzoek Terara. Veroordeling voor het medeplegen van voorbereidingshandelingen invoer cocaïne in drie periodes te Schiphol. Verdachte was een Schipholmedewerker. Ruime overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep. Opleggen van de maximale taakstraf en een vw. GS voor de duur van 6 maanden met een PT van 2 jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:1864:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-004103-19 </para>
    <para>datum uitspraak: 4 juli 2024 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 22 oktober 2019 in de strafzaak onder parketnummer </para>
    <para>15-870693-15 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>18 en 20 juni 2024 en, overeenkomstig artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 oktober 2014 tot en met 16 maart 2015, in elk geval</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- in of omstreeks de periode van 8 oktober 2014 tot en met 11 oktober 2014 (zaaksdossier B1) en/of</para>
    <para>- in of omstreeks de periode van 17 februari 2015 tot en met 3 maart 2015 (zaaksdossier B2) en/of</para>
    <para>- in of omstreeks de periode van 15 maart 2015 tot en met 16 maart 2015 (zaaksdossier B3),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Hoofddorp en/of Purmerend en/of Amsterdam (Zuidoost) en/of elders in Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(telkens) om (een) feit(en), bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of vervoeren en/of verstrekken en/of verkopen en/of afleveren van een (aanzienlijke) hoeveelheid, cocaïne, althans (een) middel(en) van lijst I van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,</para>
    </parablock>
    <para>- ( telkens) (een) ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of</para>
    <para>- ( telkens) zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of</para>
    <para>- ( telkens) (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een) stof(fen) en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (telkens)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- ( meermalen) met elkaar en/of met (een)(contactpersoon van) opdrachtgever(s) (telefonisch) contact gelegd en/of onderhouden en/of</para>
    <para>- ( meermalen) afspraken gemaakt om elkaar te ontmoeten en/of</para>
    <para>- ( meermalen) ontmoetingen gehad en/of gearrangeerd om afspraken te maken en/of informatie door te geven en/of te ontvangen en/of</para>
    <para>- ( meermalen)(telefonisch) informatie verstrekt en/of instructie(s) gegeven en/of informatie en/of instructie(s) ontvangen ten behoeve van (invoer van) een (of meer) zending(en) of tranport(en) verdovende middelen en/of</para>
    <para>- ( meermalen) vlucht- en/of AKE- en/of reizigers- en/of bagage- en/of dienstgegevens doorgegeven en/of ontvangen (middels onder andere een of meer foto's) en/of</para>
    <para>- ( meermalen) Schipholmedewerkers benaderd en/of gezocht en/of laten benaderen en/of laten zoeken en/of</para>
    <para>- ( meermalen) informatie (betreffende vluchten en/of AKE en/of bagage en/of diensten) opgezocht en/of laten uitzoeken en/of</para>
    <para>- informatie gegeven en/of ontvangen en/of laten geven en/of laten ontvangen over de dag en/of aankomsttijd(en) en/of vluchtnummer van de vlucht(en) en/of bagagegegevens en/of AKE-nummer waarop/waarin de cocaïne aanwezig zou zijn en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) informatie verstrekt en/of gegeven en/of laten verstrekken en/of laten geven dat de (bagage inhoudende) cocaïne is aangekomen en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) naar de (bagage inhoudende) cocaïne gezocht en/of laten zoeken en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) instructies/informatie (laten) ontvangen en/of gegeven en/of laten geven over hoe en/of waar en/of van en/of aan wie de (bagage inhoudende) cocaïne diende te worden overgenomen en/of overgedragen (op airside van de luchthaven Schiphol) en/of</para>
    <para>- ( daartoe) buiten diensttijd (met gebruikmaking van de Schipholpas) Schiphol Airside betreden en/of laten betreden en/of</para>
    <para>- ( daartoe) een bagagetrekker (van [maatschappij]) geregeld en/of laten regelen en/of gebruikt en/of laten gebruiken om de cocaïne op Schiphol Airside te (laten) vervoeren en/of over te (laten) dragen en/of;</para>
    <para>- ( daartoe) een auto (van [bedrijf]) geregeld en/of laten regelen om de cocaïne op Schiphol Airside te (laten) vervoeren en/of van Schiphol Airside te (laten) brengen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op tijdstippen in de periode van 9 oktober 2014 tot en met 16 maart 2015, te Schiphol en/of elders in Nederland, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meermalen, telkens tezamen en in vereniging met anderen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>telkens om een feit bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en vervoeren van cocaïne, voor te bereiden en te bevorderen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- zich gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en </para>
    <para>- vervoermiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders tezamen en in vereniging, opzettelijk </para>
    </parablock>
    <para>- met elkaar (telefonisch) contact gelegd en onderhouden en</para>
    <para>- afspraken gemaakt om elkaar te ontmoeten en </para>
    <para>- ontmoetingen gehad</para>
    <para>- ( telefonisch) informatie verstrekt en/of instructies gegeven en informatie en/of instructies ontvangen ten behoeve van invoer van een zending of transport verdovende middelen en </para>
    <para>- vlucht- en/of AKE- en/of bagagegegevens doorgegeven en/of ontvangen (middels een of meer foto's) en</para>
    <para>- Schipholmedewerkers benaderd en</para>
    <para>- informatie ontvangen over de vlucht en/of bagagegegevens waarop/waarin de cocaïne aanwezig zou zijn en</para>
    <para>- informatie verstrekt dat de bagage inhoudende cocaïne is aangekomen en </para>
    <para>- naar de bagage inhoudende cocaïne gezocht en laten zoeken en </para>
    <para>- instructies/informatie ontvangen en/of gegeven over hoe en waar en van en/of aan wie de bagage inhoudende cocaïne diende te worden overgenomen en/of overgedragen (op airside van de luchthaven Schiphol) en</para>
    <para>- ( met gebruikmaking van de Schipholpas) Schiphol Airside betreden en</para>
    <para>- een bagagetrekker van [maatschappij] gebruikt om de cocaïne op Schiphol Airside te vervoeren en over te dragen en</para>
    <para>- een auto van [bedrijf] geregeld om de cocaïne op Schiphol Airside te vervoeren en van Schiphol Airside te brengen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het bewezenverklaarde levert op:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, vervoermiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straffen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden met aftrek van voorarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van voorarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft het hof in het kader van de strafmaat verzocht om – kort gezegd – in strafverminderende zin rekening te houden met de bekennende verklaring die de verdachte in hoger beroep heeft afgelegd, met het gegeven dat de verdachte lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourette en de omstandigheid dat deze procedure inmiddels ruim negen jaar lang op zijn schouders drukt – en zijn onrust en tic “rushes” heeft versterkt, en met de forse overschrijding van de redelijke termijn. In dat kader heeft de raadsman het hof verzocht om bij strafoplegging een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen met daarnaast (eventueel) een onvoorwaardelijke taakstraf en/of een geldboete.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich samen met anderen gedurende een periode van ruim vijf maanden meerdere keren op georganiseerde en gestructureerde wijze schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne in bagagestukken via de luchthaven Schiphol. Gedurende de bewezenverklaarde periode was er sprake van een vast patroon. In eerste instantie heeft de medeverdachte [medeverdachte 1] de medeverdachte [medeverdachte 2] benaderd met de vraag of hij een “rijder” wist, waarmee gedoeld werd op een persoon die cocaïne van het beveiligde gebied van de luchthaven <emphasis role="italic">(‘Airside’</emphasis>) naar het openbare gedeelte (<emphasis role="italic">‘Landside’</emphasis>) kon brengen. [medeverdachte 2] heeft hierover contact gehad met de verdachte die op zijn beurt weer contact legde met de medeverdachte [medeverdachte 3], die als medewerker van schoonmaakbedrijf [bedrijf] over een voertuig kon beschikken waarmee hij cocaïne van <emphasis role="italic">‘Airside’</emphasis> naar <emphasis role="italic">‘Landside’</emphasis> kon brengen. Op verschillende momenten in de bewezenverklaarde periode – te weten als er informatie was dat een koffer met cocaïne met een vliegtuig aan zou komen - heeft [medeverdachte 2] op verzoek van [medeverdachte 1] contact opgenomen met de verdachte, die vervolgens contact had met [medeverdachte 3] met het doel [medeverdachte 3] die cocaïne van <emphasis role="italic">Airside</emphasis> naar<emphasis role="italic"> Landside</emphasis> te laten brengen. Door op deze manier – ieder voor zich – de voor het slagen van het transport essentiële rollen te vervullen hebben de verdachte en zijn medeverdachten zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op het binnenbrengen van cocaïne in Nederland via de luchthaven Schiphol. Als medewerker op de bagageafdeling van de luchthaven, werkzaam voor [maatschappij], vormde de verdachte, samen met [medeverdachte 2], een onmisbare schakel in de communicatie tussen enerzijds de persoon die de binnenkomst van de zendingen cocaïne coördineerde ([medeverdachte 1]) en anderzijds de medewerker van [bedrijf] op Schiphol ([medeverdachte 3]) die de bagage met cocaïne van <emphasis role="italic">‘Airside’</emphasis> naar <emphasis role="italic">‘Landside’</emphasis> diende te brengen. Door zijn functie als medewerker in de bagagekelder werd hij benaderd door [medeverdachte 2] die ook in de bagagekelder werkzaam was en zo was hij op de hoogte van mogelijkheden om de juiste persoon te benaderen. Door op deze manier te handelen heeft verdachte zijn dienstbetrekking misbruikt en daarbij het vertrouwen van zijn werkgever [maatschappij] ernstig geschaad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handelingen die gericht zijn op het invoeren van cocaïne in Nederland zijn ernstige strafbare feiten. Het gebruik van cocaïne is immers zeer schadelijk voor personen en daarmee is deze stof een bedreiging voor de volksgezondheid. De invoer van de cocaïne, in het bijzonder de aangetroffen hoeveelheid van bijna </para>
      <para>23 kilogram op 16 maart 2015, was ook van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De handel in en verspreiding van cocaïne gaat gepaard met verschillende vormen van andere criminaliteit, waaronder de (vermogens)delicten die veel drugsverslaafden plegen ter financiering van hun behoefte aan die stof alsook ernstige geweldsdelicten die gepaard gaan met de handel, zoals de frequente druggerelateerde liquidaties en pogingen daartoe. Daarnaast worden met drugshandel grote criminele winsten behaald die veelal worden witgewassen, waardoor het financiële verkeer gecorrumpeerd wordt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit brengt het hof ertoe dat op een feit als hier aan de orde slechts kan worden gereageerd met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van geruime duur. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal echter in strafmatigende zin rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die door de verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht. De lange procedure heeft voor veel onzekerheid gezorgd en heeft angst, stress, slapeloosheid, nachtmerries en depressieve gevoelens veroorzaakt, die ook zijn weerslag hebben (gehad) op het gezin van de verdachte. Vanwege de spanningen is het syndroom waaraan de verdachte lijdt, te weten het syndroom van Gilles de la Tourette, opgeleefd en zijn de tics die daarmee verband houden, toegenomen terwijl hij voorheen vrijwel ticvrij was. Pas na afronding van de onderhavige strafzaak kunnen er verdere stappen (in de behandeling) worden ondernomen richting (verder) herstel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De persoonlijke omstandigheden in aanmerking nemend acht het hof de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de omstandigheid dat zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de redelijke termijn voor de behandeling van een strafzaak als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in zeer ruime mate is overschreden, ziet het hof reden om de op te leggen straf nog verder te matigen. In eerste aanleg is de redelijke termijn met tweeëneenhalf jaar overschreden. Het hoger beroep is ingesteld op </para>
      <para>5 november 2019, terwijl het hof arrest wijst op 4 juli 2024. Daarmee is in hoger beroep de redelijke termijn met opnieuw ruim tweeënhalf jaar overschreden. Verder stelt het hof vast dat de overschrijding van de redelijke termijn niet te wijten is aan het handelen van de verdachte en deze voor veel onzekerheid en stress bij de verdachte heeft geleid. Dit maakt dat het hof in dit geval aanleiding ziet om aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een taakstraf van de maximale duur en daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslag </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder de verdachte zijn een witte Samsung telefoon en een daarbij behorende SIM kaart in beslag genomen. Namens de verdachte heeft de raadsman in het e-mailbericht van 17 juni 2024 laten weten dat de verdachte afstand doet van de inbeslaggenomen voorwerpen. Ter terechtzitting heeft de verdachte bevestigd dat hij de Samsungtelefoon en SIM-kaart niet terug wenst en dat hij van die goederen afstand doet. Het hof zal daarom met betrekking tot deze voorwerpen geen beslissing nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op artikel 10a van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de gevangenisstraf <emphasis role="bold">niet</emphasis> ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van <emphasis role="bold">een proeftijd</emphasis> van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">240 (tweehonderdveertig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. van der Heijden, mr. M.L. Leenaers en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>4 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>