<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:1853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-05T13:56:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001562-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1853">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-05T13:55:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1853 Gerechtshof Amsterdam , 30-05-2024 / 23-001562-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:1853:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging vonnis met dien verstande dat het hof een aanvullende bewijsoverweging opneemt over of ten tijde van het tenlastegelegde sprake was van een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:1853:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-001562-23 </para>
    <para>datum uitspraak: 30 mei 2024 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TEGENSPRAAK</emphasis> (gemachtigd raadsvrouw)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 mei 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-116881-23 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1984, </para>
    <para>adres: zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is in eerste aanleg van het tenlastegelegde vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw  naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de bewijsoverwegingen aanvult met de navolgende overweging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overweging ten aanzien van de bewijsvraag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen en daartoe aangevoerd dat het gedrag van de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een andere zaak tegen de verdachte heeft het gerechtshof Amsterdam op 19 september 2022 (ECLI:NL:GHAMS:2022:2723) geoordeeld dat ten tijde van het tenlastegelegde in die zaak, op 16 september 2021, sprake was van een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving, op grond waarvan het hof tot een veroordeling wegens schending van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht is gekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het ten behoeve van de zitting in hoger beroep door de politie opgemaakte proces-verbaal van 3 mei 2024 blijkt dat de verdachte sinds 16 september 2021 nog twee keer is aangehouden voor diefstal, waar hij niet voor vervolgd is. Dit was in het najaar van 2021. Het feit van 7 mei 2023, waarover het in de onderhavige zaak gaat, is het eerste feit nadien waarvoor de verdachte is aangehouden en daadwerkelijk is vervolgd. Van andere omstandigheden die bij de beoordeling van de hier bedoelde bedreiging van de samenleving van belang zijn is het hof niet gebleken. Het hof heeft daarbij naast het genoemde proces-verbaal van 3 mei 2024 gelet op de aanvulling op het sfeerverbaal van de Dienst Terugkeer en Vertrek van 8 april 2014. Het hof merkt daarbij op dat de omstandigheid dat de verdachte na 7 mei 2023 wegens overlast gevende feiten met de politie in aanraking is gekomen niet meeweegt in de beoordeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof blijkt uit het vorenstaande onvoldoende dat ten tijde van het tenlastegelegde sprake was van een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving, zodat het hof tot dezelfde beslissing komt als de politierechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. M.L.M. van der Voet en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>