<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:1827</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-10T07:27:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.331.802/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2024-0205</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1827">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1827</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-21T08:15:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1827 Gerechtshof Amsterdam , 02-07-2024 / 200.331.802/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:1827:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Derdenbeslag. Gevolgen faillietverklaring schuldenaar voor de verklaringsprocedure</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:1827:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM   </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 	: C/13/713405 / HA ZA 22-115</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Amsterdam	: 200.331.802/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 2 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOTEL ASSENDELFT B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Amstelveen,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>advocaat: mr. P. Geervliet te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">MZ BOUW PROJECTEN B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Uithoorn,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. M.D. de Wit te Uithoorn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna Hotel Assendelft en MZ Bouw genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hotel Assendelft is bij dagvaarding van 21 juni 2023 in hoger beroep gekomen van vonnissen van de rechtbank Amsterdam van 25 januari 2023 en 31 mei 2023, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen MZ Bouw als eiseres en Hotel Assendelft als gedaagde. De zaak is op 5 september 2023 aangebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:</para>
    </parablock>
    <para>- memorie van grieven; </para>
    <para>- memorie van antwoord.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte is arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hotel Assendelft heeft geconcludeerd, kort gezegd, dat het hof zal bepalen dat het onderhavige geding een einde heeft genomen, met – uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>MZ Bouw heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van Hotel Assendelft in haar hoger beroep, met beslissing over de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het gaat in deze zaak om het volgende:</para>
        <para>(i) MZ Bouw heeft derdenbeslag gelegd onder Hotel Assendelft in het kader van de tenuitvoerlegging van een vonnis waarin Bouwplan Beheer B.V. (hierna: Bouwplan) is veroordeeld om € 364.821,65 met rente en proceskosten te betalen aan MZ Bouw. </para>
        <para>(ii) In het bestreden eindvonnis heeft de rechtbank met betrekking tot dit derdenbeslag vastgesteld dat aan MZ Bouw € 452.333,01 toekomt en bij gebreke van deugdelijke gerechtelijke verklaring Hotel Assendelft veroordeeld om aan de deurwaarder belast met de executie van het tussen MZ Bouw en Bouwplan gewezen vonnis € 453.333,01 (het hof leest: </para>
        <para>€ 452.333,01) te betalen met rente.</para>
        <para>(iii) Na het uitbrengen van de appeldagvaarding, op 29 augustus 2023, is Bouwplan failliet verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Als gevolg van de faillietverklaring is het derdenbeslag vervallen (art. 33 Fw). Deze faillietverklaring heeft tot gevolg dat dit geding dat strekt tot een tenuitvoerlegging van een tegen Bouwplan uitgesproken veroordeling een einde heeft genomen. Dat wordt niet anders door de door MZ Bouw genoemde mogelijkheid dat het faillissement van Bouwplan bij gebrek aan baten zal worden opgeheven. Hotel Assendelft stelt op zichzelf terecht dat zij in verband met de tegen haar uitgesproken proceskostenveroordeling belang behoudt bij de beoordeling van het hoger beroep tegen het bestreden vonnis. Noch het appelexploot noch de memorie van grieven bevat echter enige grief die aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Hotel Assendelft zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in haar hoger beroep voor zover het is gericht tegen de proceskostenveroordeling. Zij zal worden veroordeeld in de proceskosten in het hoger beroep die aan de zijde van MZ Bouw worden begroot op € 8.332 (€ 5.689 aan verschotten en € 2.643 aan salaris advocaat).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat dit geding met de faillietverklaring van Bouwplan een einde heeft genomen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart Hotel Assendelft niet-ontvankelijk in haar hoger beroep voor zover het is gericht tegen de proceskostenveroordeling; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Hotel Assendelft in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van MZ Bouw begroot op € 8.332.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.H. Molin, L. Alwin en E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>