<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:1307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-04T15:23:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.304.049/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2024/336</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2024-0431</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2024-0431</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1307">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1307</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-15T11:04:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1307 Gerechtshof Amsterdam , 14-05-2024 / 200.304.049/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:1307:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering van erfgenamen tot terugbetaling – conform toezegging - van investering erflaatster incl. rendement. In hoger beroep wordt het beroep op verrekening ten dele gehonoreerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:1307:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 				: 200.304.049/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland	: C/15/315476 / HA ZA 21-220</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] (Verenigd Koninkrijk),</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>tevens incidenteel geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. E. Doornbos te Badhoevedorp,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">MR. [geïntimeerde] , in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [erflaatster]</emphasis>,</para>
      <para>kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>tevens incidenteel appellant, </para>
      <para>advocaat: mr. M.V. Vermeij te Alkmaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna wederom [appellante] en [geïntimeerde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het hof verwijst naar zijn tussenarrest van 23 januari 2024. Het hof volhardt bij hetgeen in dat tussenarrest is overwogen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Partijen hebben na het tussenarrest de volgende stukken ingediend:</para>
      <para>- akte na tussenarrest;</para>
      <para>- antwoordakte op akte na tussenarrest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vervolgens is wederom arrest gevraagd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij het tussenarrest heeft het hof [appellante] gelegenheid gegeven om het gebrek in de appeldagvaarding te herstellen door opgave te doen van haar woonplaats. </para>
        <para>In haar akte na tussenarrest stelt [appellante] gesteld dat ze woont in [woonplaats] – wat [geïntimeerde] niet betwist. Het hof acht het gebrek daarmee geheeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij het tussenarrest heeft het hof de schuld van [appellante] aan de erven [erflaatster] voorlopig begroot op € 266.200, en [appellante] gelegenheid geboden om nader te motiveren dat dit bedrag moet worden verminderd met € 14.550,65, wegens nota’s van administrateur [naam] (€ 4.800), een nota van [bedrijf 1] (€ 3.066,65) en nota’s van advocatenkantoor [bedrijf 2] (€ 6.684).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De korte nadere toelichting die [appellante] in haar akte na tussenarrest bij het bedrag van € 14.550,65 stelt te geven, houdt in dat [erflaatster] en [appellante] goede vrienden waren en dat de gestelde betalingen als het ware uit een grote pot, naar eer en geweten en ten behoeve van [erflaatster] zijn gedaan. Voor het overige verwijst [appellante] naar de stukken die ze al heeft overgelegd en waarover het hof in zijn tussenarrest, mede in het licht van het verweer van [geïntimeerde] , heeft geoordeeld dat ze als zodanig onvoldoende grondslag bieden voor de door [appellante] gestelde tegenvordering. </para>
        <para>In zijn antwoordakte voert [geïntimeerde] aan dat de gestelde verrekenposten op basis van de nadere toelichting van [appellante] niet alsnog kunnen worden aanvaard. Hij handhaaft dat de door [appellante] gestelde verrekening moet worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.4..	De nadere toelichting van [appellante] draagt niet bij aan haar stelling dat het bedrag van € 14.550,65 <emphasis role="italic">rechtens</emphasis> (geheel of gedeeltelijk) ten laste van [erflaatster] moet komen. Het beroep op verrekening van dit bedrag wordt daarom verworpen. Daarmee wordt de voorlopige slotsom in het tussenarrest definitief. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof zal het bestreden vonnis vernietigen voor zover [appellante] daarbij is veroordeeld om € 301.500, met rente, aan [geïntimeerde] te betalen. [appellante] zal worden veroordeeld om € 266.200 aan de erven [erflaatster] te betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 oktober 2019. Zoals aangekondigd in het tussenarrest worden ook buitengerechtelijke kosten à € 3.106 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag waarop het verzoek om een Europees betalingsbevel is ingediend (6 december 2019). </para>
        <para>Zoals eveneens aangekondigd in het tussenarrest zal [appellante] ook worden veroordeeld in de kosten van het principale en incidentele hoger beroep. Het hof begroot deze kosten als volgt:</para>
      </parablock>
      <para>- griffierecht	€	1.756,00</para>
      <para>- salaris advocaat principaal appel	€	11.070,00 (tarief VI, 2,5 punt à € 4.428)</para>
      <para>- salaris advocaat incidenteel appel	€	2.214,00 (0,5 punt à € 4.428)</para>
      <para>totaal	€	15.040,00</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover [appellante] daarbij is veroordeeld om aan de erven [erflaatster] € 301.500, met rente, te betalen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en in zoverre opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellante] om aan de erven [erflaatster] € 266.200 te betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 oktober 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, en vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten à € 3.106, deze kosten vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 december 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor het overige;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in principaal en incidenteel hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 15.040;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. P.J. van Eekeren, M.M.M. Tillema en A.C. van Schaick en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>