<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:127</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-22T11:01:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">000612-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:127">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:127</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-22T10:58:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:127 Gerechtshof Amsterdam , 09-01-2024 / 000612-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:127:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>art. 533 Sv - fictieve inverzekeringstelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:127:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<para>
beschikking
</para>
<para />
<para>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="06047673-4896-4d76-957e-879f4b1bccc8" format="image/png" scale="100" width="13" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="b4ac41ef-21d3-48e2-8114-9ba9de7f9738" format="image/png" scale="100" width="13" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="a9791d16-e5b4-4bb5-9ce8-684f82ca207e" format="image/png" scale="100" width="571" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
</para>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
GERECHTSHOF AMSTERDAM
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
<parablock>
<para>
afdeling strafrecht
</para>
<para>
rekestnummer(s): 000612-23 (530 Sv) en 000613-23 (533 Sv)
</para>
<para>
parketnummer in hoger beroep: 23-003448-21
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verzoeker01] ,
</emphasis>
</para>
<para>
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1986,
</para>
<para>
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. A.T. Leigh,
</para>
<para>
[adres01] .
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</uitspraak.info>
<section role="procesverloop">
<title>
<nr>
1
</nr>
Procesverloop
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het verzoekschrift is op 4 augustus 2023 ingekomen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Op 24 november 2023 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 28 november 2023 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
2. Inhoud van het verzoek
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
</para>
</parablock>
<orderedlist numeration="loweralpha">
<listitem>
<para>
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 260,00;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 4.126,10;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.
</para>
</listitem>
</orderedlist>
<para />
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
3
</nr>
Beoordeling van het verzoek
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Bij arrest van dit hof van 24 juli 2023 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 533 Sv
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Vast is komen te staan dat appellant op 11 augustus 2021 is opgehouden voor verhoor en hij op 12 augustus 2021 in vrijheid is gesteld en dat daarbij de termijn voor het ophouden voor verhoor met 12 minuten is overschreden. Appellant is niet in verzekering gesteld.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Volgens de advocaat van verzoeker is gezien de termijnoverschrijding sprake van fictieve inverzekeringstelling en moet de schade die verzoeker vanwege de detentie heeft geleden worden vergoed.
</para>
<para>
Naar het oordeel van het hof voorziet de wet niet in toekenning van een schadevergoeding in de onderhavige procedure zolang geen sprake is geweest van een inverzekeringstelling maar slechts van het ophouden voor verhoor (vergelijk ECLI:NL:GHAMS:2018:4644). Het hof zal verzoeker in zoverre niet-ontvankelijk verklaren.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 530 Sv
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak tot een bedrag van € 4.126,10.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,00.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
4
</nr>
Beslissing
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof :
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 533 Sv.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Wijst het verzochte ex artikel 530 Sv toe.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 4.806,10 (vierduizend achthonderdzes euro en tien cent).
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.R.O. Mooy, F.A. Hartsuiker en P.F.E. Geerlings, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de jongste raadsheer en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 9 januari 2024.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<parablock>
<para>
De voorzitter beveelt:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 4.806,10 (vierduizend achthonderdzes euro en tien cent) op bankrekeningnummer [iban_nummer01] t.n.v. Willemsen advocatuur o.v.v. [ovv01] .
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Amsterdam, 9 januari 2024,
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
<para />
<parablock>
<para>
mr. P.F.E. Geerlings, jongste raadsheer.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>