<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:1218</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-06T16:23:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001306-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1218">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1218</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-06T16:21:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1218 Gerechtshof Amsterdam , 30-04-2024 / 23-001306-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:1218:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging vonnis waarvan beroep, met uitzondering van de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging. Afwijzen vordering tenuitvoerlegging. Het hof vult de bewijsmiddelen aan met de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:1218:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-001306-22 </para>
    <para>datum uitspraak: 30 april 2024 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 mei 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 13-329335-21 en </para>
    <para>13-008927-20 (TUL) tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1987, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder feit 5 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep onder feit 5 gegeven vrijspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>16 april 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet in hetgeen door de verdachte en diens raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd geen reden om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank ten aanzien van het bewezenverklaarde en de aard en omvang van de opgelegde straf en maatregelen. Het hof verenigt zich dan ook met het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en zal dit bevestigen, met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat het hof:  </para>
    </parablock>
    <para>- de bewijsmiddelen aanvult met de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover deze inhoudt: “Het kwam voor dat [naam] en ik voor, tijdens en na de seks ruzie met elkaar hadden.”;</para>
    <para>- vaststelt dat, blijkens het proces-verbaal van bevindingen dat als bewijsmiddel 12 is opgenomen in de aanvulling verkort vonnis van de rechtbank, [naam] in de periode van 30 oktober 2021 tot en met 15 november 2021 56 keer is gebeld door het telefoonnummer [telefoonnummer], welk nummer in gebruik was bij de verdachte en</para>
    <para>- in het verkort vonnis van de rechtbank op pagina drie in de vierde alinea het woord ‘geregeld’ wegstreept.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 13-008927-20</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 december 2020 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering tenuitvoerlegging zal worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich voor het einde van de proeftijd schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare feiten. De tenuitvoerlegging kan derhalve worden bevolen. Uit het voortgangsverslag van de Reclassering Nederland d.d. 10 april 2024 blijkt echter dat de verdachte een intensieve individuele behandeling bij de Forensische polikliniek de Waag ondergaat. Deze behandeling wordt doorkruist als de verdachte, die in verband met de onderhavige strafzaak al een lange periode in detentie heeft doorgebracht, opnieuw (ook al is het kortdurend) gedetineerd raakt. Het hof vindt tenuitvoerlegging van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf dan ook niet wenselijk en zal de vordering afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 5 tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af de vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Amsterdam van 24 december 2021, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 december 2020, parketnummer 13-008927-20, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. N.E. Kwak en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 april 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>