<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2024:1122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-30T10:46:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000413-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1122">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-30T10:45:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1122 Gerechtshof Amsterdam , 05-04-2024 / 23-000413-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2024:1122:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekzaak unus. Hoger beroep te laat ingesteld, niet is gebleken  van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. Verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2024:1122:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>proces-verbaal terechtzitting</para>
  <mediaobject>
    <imageobject>
      <imagedata align="center" scale="100" fileref="d793d465-cc75-4b08-b365-73ff7376668f" depth="2" width="622" format="image/png" />
    </imageobject>
  </mediaobject>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>datum arrest			5 april 2024</para>
    <para>parketnummer 		23-000413-23 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>datum vonnis eerste aanleg 	31 oktober 2022</para>
    <para>parketnummer 		96-347263-21</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op <emphasis role="bold">5 april 2024. </emphasis></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tegenwoordig: </para>
    <para>mr. N.A. Schimmel				raadsheer, </para>
    <para>en R.S. Toornvliet en Y. Amama		griffiers.</para>
    <para>					.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. M.D.J. Teengs Gerritsen, advocaat-generaal. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De verdachte gedagvaard als:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>
    </para>
    <para>geboren [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats]</para>
    <para>
      [adres]
    </para>
    <para>,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>is niet verschenen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadsheer deelt mede dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze is betekend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadsheer merkt op dat de mededeling uitspraak op 21 januari 2023 in persoon is betekend en dat tot en met uiterlijk 6 februari 2023 hoger beroep kon worden aangetekend. De brief van de verdachte, waarin hij te kennen geeft dat hij in hoger beroep wenst te gaan, is binnengekomen op 7 februari 2023.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De advocaat-generaal voert het woord en vordert dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting. </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 april 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 31 oktober 2022 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is die dag bij verstek veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mededeling uitspraak is op 21 januari 2023 in persoon uitgereikt. Gelet op het bepaalde in artikel 408 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, had de verdachte binnen 14 dagen, dus uiterlijk op 6 februari 2023, hoger beroep moeten instellen. </para>
      <para>De verdachte heeft een schrijven, met daarin de wens om hoger beroep in te stellen, naar de rechtbank verzonden. Deze is op 7 februari 2023 ter griffie ontvangen. Daarmee heeft de verdachte een dag te laat hoger beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld en niet van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden is gebleken die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, zal de verdachte daarin niet ontvankelijk worden verklaard. Daarbij merkt het hof op dat de brief van de verdachte weliswaar is gedagtekend op 4 februari 2023, maar dit een zaterdag is en gelet op het gegeven dat op maandag geen post wordt verzorgd, dit niet valt aan te merken als bijzondere omstandigheid, omdat de verdachte had moeten weten dat zijn schrijven niet tijdig zou binnenkomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffiers is vastgesteld en door de raadsheer en griffier Toornvliet is ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>