<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2023:911</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-21T11:32:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002817-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:911">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:911</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-21T11:23:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:911 Gerechtshof Amsterdam , 19-04-2023 / 23-002817-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2023:911:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging van het vonnis m.u.v. de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging: de door de rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf wordt omgezet in een taakstraf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2023:911:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<parablock>
<para>
afdeling strafrecht
</para>
<para>
parketnummer: 23-002817-22
</para>
<para>
datum uitspraak: 19 april 2023
</para>
</parablock>
<parablock>
<para>
TEGENSPRAAK
</para>
</parablock>
<parablock>
<para>
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 27 oktober 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 15-198078-22 en 15-312649-21 (TUL) tegen
</para>
</parablock>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verdachte01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1969,
</para>
<para>
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres01] .
</para>
</parablock>
<section>
<title>
Onderzoek van de zaak
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 april 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Vonnis waarvan beroep
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen, na het eventueel instellen van beroep in cassatie, uitgewerkt zal opnemen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Vordering tenuitvoerlegging
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 december 2021 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. Deze vordering is bij vonnis van de politierechter van 27 oktober 2022 toegewezen. De vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De raadsman heeft verzocht de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf te verlengen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof overweegt als volgt.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Hoewel het voor de effectiviteit en de geloofwaardigheid van de regeling omtrent voorwaardelijke straffen en de daarbij behorende algemene (en bijzondere) voorwaarden van essentieel belang is dat overtreding van dergelijke voorwaarden niet vrijblijvend is en dat daaraan gevolgen worden verbonden, zal het hof de verdachte het voordeel van de twijfel geven en hem daarmee een kans geven om de juiste weg in te slaan en niet opnieuw te vervallen in het plegen van strafbare feiten. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard veel baat te hebben bij reclasseringstoezicht, dat in het kader van openstaande taakstraffen nog loopt. Daarom zal het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf een taakstraf gelasten voor de duur van 240 uren, te vervangen door vier maanden hechtenis.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
BESLISSING
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 december 2021 met parketnummer 15-312649-21, te weten een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, een
<emphasis role="bold">
taakstraf
</emphasis>
voor de duur van
<emphasis role="bold">
240 (tweehonderdveertig) uren
</emphasis>
, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
<emphasis role="bold">
4 (vier) maanden hechtenis
</emphasis>
.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. S.M.M. Bordenga en mr. R.A.E. van Noort, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Damo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 april 2023.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Mrs. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en R.A.E. van Noort zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>