<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2023:449</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-26T14:00:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.282.260/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:449">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:449</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-26T13:59:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:449 Gerechtshof Amsterdam , 21-02-2023 / 200.282.260/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2023:449:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Appellant is niet geslaagd in zijn bewijsopdracht dat hij een mondelinge geldleningsovereenkomst heeft gesloten met geïntimeerde. Volgt bekrachtiging vonnissen waarvan beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2023:449:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer					: 200.282.260/01</para>
      <para>zaaknummer rechtbank (Noord-Holland)	: 7725938 \ CV EXPL 19-2105 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 februari 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonend te [woonplaats 1] ,  </para>
      <para>appellant, </para>
      <para>advocaat: mr. J.L. Stoevenbeld te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats 2] , </para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. S.G.H. Langeweg te Koog aan de Zaan. </para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verder verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna wederom [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak heeft het hof op 7 juni 2022 een tussenarrest (hierna: tussenarrest) uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt verwezen naar dat tussenarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het tussenarrest heeft [appellant] op 7 juli 2022 in enquête één getuige doen horen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid in contra-enquête getuigen te doen horen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van het getuigenverhoor is proces-verbaal opgemaakt dat deel uitmaakt van de gedingstukken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] heeft hierna een memorie na enquête genomen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft van zijn kant een memorie van antwoord na enquête genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is wederom arrest bepaald.  </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Verdere beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij het tussenarrest is [appellant] toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat hij voorafgaand aan december 2018 een mondelinge overeenkomst heeft gesloten met [geïntimeerde] op grond waarvan hij € 20.000,00 heeft geleend aan [geïntimeerde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [appellant] heeft in enquête zijn accountant [naam 1] (hierna: [naam 1] ) als getuige laten horen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op grond van de inhoud van de afgelegde getuigenverklaring is het hof van oordeel dat [appellant] niet is geslaagd in het hem opgedragen bewijs. Daartoe is het volgende redengevend. Allereerst heeft [naam 1] met betrekking tot het te bewijzen thema verklaard dat hem uit eigen wetenschap niets bekend is over een mondeling gesloten geldleningsovereenkomst tussen [appellant] en [geïntimeerde] . Wat hij daarover weet is hetgeen [appellant] hem heeft verteld, aldus [naam 1] . De verklaring van [naam 1] legt reeds daarom onvoldoende gewicht in de schaal. Ook de verklaring van [naam 1] over het telefoongesprek dat [appellant] - in bijzijn van [naam 2] en [naam 1] op kantoor van laatstgenoemde - heeft gevoerd, levert geen bewijs op van de hiervoor onder 2.1 vermelde stelling. [naam 1] heeft immers verklaard dat hij niet zeker weet dat [appellant] het telefoongesprek daadwerkelijk met [geïntimeerde] voerde, maar dat hij van [appellant] had gehoord dat het gesprek met [geïntimeerde] was. Ook heeft [naam 1] verklaard dat hij het telefoonnummer niet heeft ingetoetst. Daarbij komt dat - naar [naam 1] heeft verklaard - het telefoongesprek in het Arabisch plaatsvond en [naam 1] om die reden de inhoud van het telefoongesprek niet heeft kunnen verstaan. Ten slotte is van belang dat [naam 1] heeft verklaard dat hij niet heeft gezien dat [appellant] een geldbedrag heeft verstrekt aan [geïntimeerde] .  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het vorenoverwogene leidt tot het oordeel dat in rechte niet is komen vast te staan dat [appellant] voorafgaand aan december 2018 een mondelinge overeenkomst heeft gesloten met [geïntimeerde] op grond waarvan hij € 20.000,00 heeft geleend aan [geïntimeerde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Mede in aanmerking genomen hetgeen reeds is beslist in het tussenarrest is de  slotsom dat de grieven falen en dat de bestreden vonnissen zullen worden bekrachtigd. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.   </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de vonnissen waarvan beroep;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 332,- aan verschotten en € 2.884,- voor salaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.L.D. Akkaya, T.S. Pieters en W.J.J. Wetzels en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2023.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>