<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2023:1873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-15T14:00:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.327.151/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1873">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-10T13:02:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1873 Gerechtshof Amsterdam , 01-08-2023 / 200.327.151/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2023:1873:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bekrachtiging beschikking waarvan beroep. Inschrijving van de minderjarige op de door de vader verzochte basisschool is in zijn belang. Doorslaggevend in de belangenafweging is dat het voor een kind van groot belang is dat hij naar school gaat in de nabije omgeving van waar hij woont.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2023:1873:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht en belastingrecht</para>
    <para>Team III (familie- en jeugdrecht)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 200.327.151/01 </para>
      <para>Zaaknummer rechtbank: C/13/732287 / FA RK 23/2398 (MR/PS)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(verkorte) beschikking van de meervoudige kamer van 1 augustus 2023 in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,</para>
      <para>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. B. Stelling te Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats B] ,</para>
      <para>verweerder in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. J.M. Uittenhout te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende is verder aangemerkt:</para>
      <para>- de minderjarige [minderjarige] (hierna te noemen: [minderjarige] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn adviserende taak is in de procedure gekend:</para>
      <para>de Raad voor de Kinderbescherming, </para>
      <para>gevestigd te Den Haag, locatie [plaats B] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure bij de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van de procedure bij de rechtbank naar de beschikking van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 3 mei 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De moeder is op 10 mei 2023 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van de bestreden beschikking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De vader heeft op 18 juli 2023 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij het hof zijn verder de volgende stukken binnengekomen:</para>
      <para>- een bericht van de moeder van 29 juni 2023, met als bijlage het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij de rechtbank op 26 april 2023;</para>
      <para>- een bericht van de moeder van 20 juli 2023, met producties 5 en 6.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 31 juli 2023 plaatsgevonden. Hierbij waren aanwezig: </para>
      <para>- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;</para>
      <para>- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;</para>
      <para>- de raad, vertegenwoordigd door meneer V. Aelbers.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>De vader en de moeder (hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders) hebben een affectieve relatie gehad. De relatie is in 2014 beëindigd. Uit deze relatie is geboren:</para>
        <para>- [minderjarige] , [in] 2014 te [plaats B] .</para>
        <para>De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Beide ouders hebben een nieuwe relatie en wonen met hun huidige partner samen. Uit de huidige relatie van de moeder is een dochter geboren. Uit de huidige relatie van de vader zijn twee kinderen geboren. De huidige partner van de vader heeft een zoon die ook bij hen woont. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij beschikking van de rechtbank van 17 november 2021 is, voor zover hier van belang, bepaald dat [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft. Tevens is bepaald, met wijziging van de beschikking van de rechtbank van 9 december 2020, dat [minderjarige] door de week als er school is van maandagochtend tot vrijdag uit school, en één weekend per maand, bij de vader zal verblijven. De overige weekenden, van vrijdag uit school tot maandagochtend naar school, en de schoolvrije dagen verblijft [minderjarige] bij de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        [minderjarige] ging tot en met het schooljaar 2022/2023 naar [basisschool 1] in [plaats B] , welke school per 1 augustus 2023 sluit.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de bestreden beschikking is, voor zover hier van belang e uitvoerbaar bij voorraad, het verzoek van de vader om aan hem vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] met ingang van het schooljaar 2023/2024 in te schrijven c.q. te plaatsen op basisschool [basisschool 2] in [plaats B] , toegewezen. </para>
        <para>Het primaire verzoek van de moeder om aan haar vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] in te schrijven op basisschool [basisschool 3] , dan wel basisschool [basisschool 4] , is afgewezen. De subsidiaire verzoeken van de moeder om te bepalen dat [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij haar zal hebben, waarbij dan de huidige zorgregeling tussen [minderjarige] en haar zal gelden voor de vader, en om aan haar vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] in te schrijven op basisschool [basisschool 5] te [plaats A] , zijn afgewezen. Verder heeft de rechtbank bepaald dat ieder de eigen kosten draagt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De moeder verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre en opnieuw rechtdoende, aan haar vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] met ingang van schooljaar 2023/2024 in te schrijven op basisschool [basisschool 4] , dan wel een beslissing te nemen die het hof juist acht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De vader verzoekt het hoger beroep van de moeder ongegrond te verklaren en de moeder te veroordelen in de proceskosten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het wettelijk kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) dient het hof in een geschil als deze, waarbij de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind belast zijn en er een verschil van mening bestaat over de schoolkeuze van het kind, een zodanige beslissing te nemen als het hof in het belang van het kind wenselijk voorkomt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(nadere overwegingen volgen bij de uitwerking van de beschikking)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 3 mei 2023, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de kosten van de procedure in hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M. van Baardewijk, M.T. Hoogland en J.M.C. Louwinger-Rijk, in tegenwoordigheid van mr. F. de Jongh als griffier en is op 1 augustus 2023 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>