<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2023:1739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-30T12:08:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.282.510/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1739">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-30T12:04:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1739 Gerechtshof Amsterdam , 18-07-2023 / 200.282.510/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2023:1739:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verschuldigdheid parkbijdrage voor percelen op een bungalowpark. Eindarrest. Onvoldoende komen vast te staan dat bij de aankoop van een perceel op het bungalowpark mondeling is afgesproken dat geen parkbijdrage verschuldigd is voor dat perceel na samenvoeging met een ander perceel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2023:1739:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM   </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 			: 200.282.510/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland		: 8004334 /CV EXPL 19-6466</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 juli 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonend te [woonplaats] ( [land] ),</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>advocaat: mr. B. Pietersz te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. K. Straathof te Alkmaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in deze zaak op 11 oktober 2022 een tussenarrest (hierna: het tussenarrest) gewezen, waarbij [appellant] is toegelaten tot bewijslevering. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt naar dat arrest verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 13 januari 2023 hebben getuigenverhoren plaatsgehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarna hebben [appellant] en [geïntimeerde] een memorie na enquête ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte is arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij het tussenarrest is [appellant] toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat partijen zijn overeengekomen dat [appellant] geen parkbijdrage verschuldigd is voor het perceel [perceelnummer 1] (hierna te noemen: [perceelnummer 1] ) na samenvoeging van [perceelnummer 1] en het perceel [perceelnummer 2] (hierna te noemen: [perceelnummer 2] ). [appellant] heeft vervolgens één getuige ( [appellant] ) doen horen. In contra-enquête heeft [geïntimeerde] één getuige ( [naam 1] ) doen horen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het hof zal thans onderzoeken of [appellant] in zijn bewijslevering is geslaagd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Getuige [appellant] heeft, voor zover relevant, verklaard:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij hebben gezien dat de perceel [perceelnummer 1] , dat naast ons perceel [perceelnummer 2] ligt, steeds meer was</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vervallen en vervuild. Wij waren in de zomervakantie van 2014 daar, en toen was ons</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">opgevallen dat er ratten waren op perceel [perceelnummer 1] . Wij wilden met [naam 1] spreken, maar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij had geen tijd. Hij zou later naar ons perceel komen om de problemen te bespreken.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [naam 1] kwam toen naar ons toe en wij hebben samen kavel [perceelnummer 1] bekeken, en zagen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">samen de ratten rondlopen. Wij wilden dat [naam 1] er wat aan deed. Hij kon geen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">oplossing bieden. Het gesprek heeft een hele tijd geduurd, maar er kwam geen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">oplossing. Toen hebben mijn man en ik samen nagedacht over een mogelijke oplossing.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Daarop hebben wij [naam 1] voorgesteld om perceel [perceelnummer 1] te kopen, het huis te slopen en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">daar een tuin van te maken. Dit onder de voorwaarde dat er geen parkbijdrage betaald</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hoefde te worden. Dit gebeurde ook in de zomervakantie van 2014, in hetzelfde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gesprek. [naam 1] ging hiermee akkoord en wij hebben met een handdruk deze afspraak</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bezegeld. Ook dit gebeurde in hetzelfde gesprek. Er is daarna niet meer gesproken over</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">een parkbijdrage. Ik weet niet of in dat gesprek de samenvoeging van perceel [perceelnummer 1] en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [perceelnummer 2] aan de orde is gekomen. Bij dat gesprek waren [naam 1] , mijn man en ik aanwezig.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik ben na deze zomer niet meer bij gesprekken over dit onderwerp geweest.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mijn man is naar de notaris gegaan voor de akte van levering. Ik ben daar niet bij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aanwezig geweest. Voor die afspraak met de notaris heb ik met mijn man besproken dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de afspraak dat wij geen parkbijdrage hoefden te betalen in de akte zou moeten staan.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na afloop van de afspraak met de notaris heb ik van mijn man gehoord dat de afspraak</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">niet in de akte is opgenomen, omdat dat volgens de notaris niet kon omdat het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">standaardbepalingen in de akte betroffen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er heeft één gesprek met [naam 1] plaatsgevonden, tijdens dat gesprek hebben mijn man</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en ik kort overlegd, [naam 1] was daar bij. Ik heb de leveringsakte op voorhand niet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gezien. Ik weet niets over facturen voor perceel [perceelnummer 1] , mijn man heeft dit geregeld en ik</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ging hier niet over. Ik wist niet dat er in de leveringsakte iets stond opgenomen over</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bouwgrond voor een recreatiebungalow. Dat was niet wat wij voor ogen hadden. Het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gesprek heeft ongeveer vijftien minuten geduurd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [appellant] is de echtgenote van [appellant] en bij zijn praktijk in loondienst. Haar verklaring is in dit licht gewogen. Overigens, omdat [geïntimeerde] geen bewijslast draagt, geldt de waarderingsregel van artikel 164 Rv. niet voor de hierna vermelde verklaring die [naam 1] in contra-enquête heeft afgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Getuige [naam 1] is de directeur van [geïntimeerde] . Hij heeft, voor zover relevant, verklaard:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er stond een huisje op het perceel. Op een gegeven moment krijg ik bericht dat [appellant]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het huisje gekocht heeft. Wij kregen hier bericht over van de notaris. De notaris zou ons</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in 2015 een mail gestuurd hebben met de mededeling dat het huisje zou zijn of zou</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">worden overgedragen. Een heer [naam 2] was eigenaar van het huisje alvorens het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werd verkocht aan de familie [appellant] . Voor dit bericht zijn er geen gesprekken geweest</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">met de familie [appellant] over perceel [perceelnummer 1] . Ik heb met de familie [appellant] niet gesproken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">over een parkbijdrage voor of na de levering van perceel [perceelnummer 1] . Ik heb met hen pas later</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">contact gehad. In de langlopende rechtszaak die begon in 2013 werd de parkbijdrage ter</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">discussie gesteld. Ik heb met [appellant] niet gesproken over samenvoeging van de percelen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] , ook niet na de levering. Na de samenvoeging heb ik ook niet met de familie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [appellant] gesproken over de parkbijdrage. De familie [appellant] heeft na de levering een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hovenier ingeschakeld en bouwactiviteiten verricht. Daarover is een heftige discussie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ontstaan, maar dit is opgelost. In februari 2015 hebben zij perceel [perceelnummer 1] geleverd</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gekregen. In 2019 heb ik voor het eerst gehoord dat zij de facturen van de parkbijdrage</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voor perceel [perceelnummer 1] niet willen betalen en een beroep doen op een gestelde gemaakte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">afspraak dat geen parkbijdrage voor perceel [perceelnummer 1] betaald zou hoeven worden. Wij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hebben steeds facturen gestuurd en in de periode tot 2019 geen reactie gehad op de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">facturen. Op 17juni 2015 heb ik een betaling ontvangen met betalingskenmerk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘ [perceelnummer 1] / [perceelnummer 2] ’.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb de leveringsakte enkele maanden na de levering gezien. Dit is gebruikelijk bij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ons. Wij controleren na elke levering de akte op hun juistheid. Wij letten hierbij vooral</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op de standaardbepalingen, zoals die over de parkbijdrage, het gebruik van de algemene</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">delen van het park en de kettingbedingen. In deze akte was daar niet van afgeweken. Ik</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ben niet bij de notaris geweest bij de levering.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb nooit met dhr. en mw. [appellant] samen gesproken, ook niet over de aankoop van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">perceel [perceelnummer 1] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Het hof constateert dat de afgelegde verklaringen elkaar tegenspreken. Het hof acht [appellant] niet geslaagd in het door hem te leveren bewijs. Weliswaar bevat de door [appellant] afgelegde getuigenverklaring elementen die steun bieden aan de door [appellant] te bewijzen stelling, maar mede in het licht van de inhoud van de leveringsakte van [perceelnummer 1] (zie het tussenarrest onder 3.f) en de verklaring van [naam 1] , die daaraan geen steun bieden, is onvoldoende komen vast te staan dat [appellant] met [naam 1] bij de aankoop van [perceelnummer 1] mondeling heeft afgesproken dat [appellant] geen parkbijdrage verschuldigd is voor [perceelnummer 1] na samenvoeging van [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] . Gelet op het voorgaande kan in het midden blijven of een eventuele toezegging van [naam 1] ook een toezegging van [geïntimeerde] is omdat [naam 1] op dat moment namens [geïntimeerde] optrad. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Dat [appellant] heeft verklaard dat de notaris heeft geweigerd mee te werken aan aanpassing/doorhaling van het kettingbeding over de parkbijdrage kan haar niet baten. Immers, dit is geen verklaring uit eigen waarneming. Zij was niet aanwezig bij de afspraak van [appellant] met de notaris. Daarbij komt dat [appellant] geen verklaring van de notaris in het geding heeft gebracht die dit onderdeel van de verklaring van [appellant] bevestigt. Ook heeft [appellant] de notaris niet als getuige voorgedragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Ook weegt hof in het nadeel van [appellant] mee dat hij de gestelde mondelinge afspraak nimmer schriftelijk aan [geïntimeerde] heeft bevestigd, terwijl daar zowel na de beweerdelijke mondelinge afspraak met [naam 1] als na het passeren van de notariële akte alle aanleiding toe zou zijn en hij daar ook evident belang bij had. Voor dat uitblijven heeft [appellant] geen afdoende verklaring gegeven. Evenmin heeft hij na ontvangst van de eerste parkbijdragefactuur voor [perceelnummer 1] [geïntimeerde] gewezen op de afspraak die volgens hem was gemaakt. Tot slot ligt de vermeende afspraak ook niet in de rede, omdat het verdienmodel van [geïntimeerde] is gebaseerd op het incasseren van de parkbijdrage.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>Gezien overweging 4.20 van het tussenarrest, is de conclusie van het voorgaande dat de onderdelen van de grieven 3 en 4 en grief 1, voor zover die betrekking hebben op [perceelnummer 1] , van [appellant] geen succes hebben. Dit betekent dat de rechtbank de vorderingen van [geïntimeerde] terecht heeft toegewezen en die van [appellant] terecht heeft afgewezen en dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <para>
        [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het bestreden vonnis;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot heden begroot op € 760,= aan verschotten en € 2.508,= voor salaris en op € 163,= voor nasalaris, te vermeerderen met € 85,= voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.C. Toorman, J.C.W. Rang en M.E. Hinskens-van Neck en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>