<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2023:162</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-31T20:19:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ZM/IND/94940</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:162">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:162</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-31T16:35:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:162 Gerechtshof Amsterdam , 30-01-2023 / ZM/IND/94940</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2023:162:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechterlijke machtiging vanwege dementie. Verbinding met ECLI:NL: GHAMS:2023:161(23-001322-20).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2023:162:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf (artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg (Wfz) juncto artikel 24 Wet zorg en dwang (Wzd))</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekestnummer: ZM/IND/94940</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking van het gerechtshof Amsterdam op het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 Wzd, ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag ] 1943, </para>
      <para>adres: [adres] , thans gedetineerd in Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan,</para>
      <para>bijgestaan door zijn advocaat mr. P. Jeeninga, advocaat te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten behoeve van betrokkene voor de duur van 6 maanden te verlenen. Dit verzoekschrift van is op 9 januari 2023 op de griffie bij de rechtbank Amsterdam geregistreerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een beschikking op verzoek tot onderbewindstelling/instelling mentorschap van 9 november 2015;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een indicatiebesluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), opgemaakt door [naam 1] , van 14 maart 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een Pro Justitia rapport, opgemaakt door [naam 2] , klinisch psycholoog, van 23 oktober 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een Pro Justitia rapport, opgemaakt door [naam 3] , psychiater, van 25 oktober 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een Pro Justitia rapport, opgemaakt door [naam 4] , psychiater, van 31 oktober 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een informatierapport van de politie over de verdachte van 29 november 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een verklaring niet voorkomen in het curatele- en bewindregister van 1 december 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 december 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een advies van het CIZ aan het openbaar ministerie, opgemaakt door [naam 5] , van 9 december 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 januari 2023 in het gerechtshof Amsterdam.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Ter zitting was aanwezig en heeft het hof de volgende personen gehoord:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de waarnemend mentor van de betrokkene;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de advocaat van de betrokkene;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de advocaat-generaal;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam 5] , juridisch adviseur Wet zorg en dwang bij het CIZ.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        <?linebreak?>Het hof heeft vastgesteld, gelet op de inhoud van voornoemde stukken, dat de betrokkene niet in staat was zich te doen horen. De advocaat-generaal en de advocaat hebben met deze conclusie ingestemd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Standpunt van het openbaar ministerie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft het hof verzocht een rechterlijke machtiging te verlenen tot de opname en het verblijf van de betrokkene. Ten aanzien van de criteria en de duur van de rechterlijke machtiging heeft de advocaat-generaal verwezen naar het verzoekschrift van 9 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Standpunt van de betrokkene</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat van de betrokkene heeft zich niet verzet tegen het verzoekschrift, nu het in het belang van de betrokkene is om hem zo snel mogelijk weer op het juiste spoor te zetten en hem de juiste zorg te bieden. Namens de advocaat van de betrokkene is aan het hof medegedeeld per e-mail van 26 januari 2023 dat de mededeling van het [inrichting] – dat men de betrokkene daar niet wil opnemen – het belang van een rechterlijke machtiging nogmaals onderstreept, aangezien deze een opnameverplichting binnen een wettelijke termijn met zich brengt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat de betrokkene zich weliswaar op dit moment niet uitdrukkelijk verzet tegen opname, maar daarin wisselend is. Op basis daarvan, alsmede gelet op de aard van de aandoening en stoornis, is het hof van oordeel dat geen sprake is van een bestendige instemming. De opname en het verblijf zijn dan ook onvrijwillig.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, in de vorm van de ziekte van Alzheimer, in combinatie met een psychotische stoornis (die thans in remmissie is). Het is aan de hand van de Pro Justitia rapportages duidelijk dat de psychogeriatrische aandoening van de betrokkene op de voorgrond staat. Bij hem ontbreekt ieder ziekte-inzicht dan wel ziektebesef.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Deze aandoening en stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of aanzienlijk risico op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>levensgevaar voor een ander;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ernstig lichamelijk letsel voor een ander;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ernstige verwaarlozing;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de situatie dat de algemene veiligheid van personen en goederen in gevaar is.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Om ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden is de opname en het verblijf noodzakelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De opname en het verblijf is ook geschikt om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Het hof komt tot de conclusie dat is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet zorg en dwang. De rechterlijke machtiging tot opname en verblijf zal dan ook worden verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De rechterlijke machtiging zal worden verleend voor de hieronder vermelde duur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Het hof overweegt ten overvloede dat – ervanuit gaande dat het Zorgkantoor in samenspraak met het openbaar ministerie zich zal inspannen om op de meest korte termijn een geschikte plaats te vinden – tot die tijd gebruik gemaakt zou kunnen worden van het bepaalde in artikel 9 lid 2 onder i van de Penitentiaire Beginselenwet teneinde de betrokkene vanuit het PPC te kunnen doorplaatsen naar een geschikte instelling.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Wijst toe</emphasis> het verzoek van de officier van justitie en <emphasis role="bold">verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf</emphasis> ten aanzien van</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [betrokkene]
          </emphasis>,</para>
        <para>geboren te [geboorteplaats] ) op [geboortedag ] 1943.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze rechterlijke machtiging wordt verleend voor een periode van <emphasis role="bold">6 maanden</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze machtiging is gegeven op 30 januari 2023 door:</para>
        <para>mr. R.D. van Heffen, voorzitter,</para>
        <para>mr. L.I.M. van Bergen en mr. A.W.T. Klappe, raadsheren,</para>
        <para>in tegenwoordigheid van mr. R.J. den Arend, griffier,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en is ondertekend door de voorzitter en de griffier </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen de beschikking van dit hof staat voor de betrokkene en de officier van justitie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen door een advocaat middels het indienen van een verzoekschrift bij de griffie van de Hoge Raad, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>=========================================================================</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [...]
          </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>