<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2023:1151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-10T09:15:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.313.494/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1151">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-10T09:14:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1151 Gerechtshof Amsterdam , 23-05-2023 / 200.313.494/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2023:1151:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>overeenkomst tussen handelaar en consument; ambtshalve toetsing informatieplichten handelaar; vernietiging uitspraak kantonrechter en toewijzing alsnog van de vordering van de handelaar; (artikel 6:230l BW)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2023:1151:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 			   	: 200.313.494/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer rechtbank Noord-Holland	: 9759133 / CV EXPL 22-1733 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 mei 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant] , h.o.d.n. [X] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonend te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>advocaat: mr. A. Quispel te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] is bij dagvaarding van 11 juli 2022 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (hierna: de kantonrechter), van 26 april 2022, gewezen tussen [appellant] als eiser en [geïntimeerde] als gedaagde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter rolle van 26 juli 2022 is tegen [geïntimeerde] verstek verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] heeft een memorie van grieven met producties genomen en heeft bewijs van zijn stellingen aangeboden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog - uitvoerbaar bij voorraad - zijn vordering zal toewijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte heeft [appellant] arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft bij inleidende dagvaarding gevorderd dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling van in hoofdsom € 6.142,50, vermeerderd met incassokosten en rente per saldo van € 6.913,15, te vermeerderen met rente vanaf de datum van de dagvaarding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat hij aan [geïntimeerde] een airconditioningsinstallatie heeft verkocht en geleverd voor het bedrag van € 6.142,50 (inclusief installatiekosten) en dat [geïntimeerde] de daartoe opgemaakte factuur van 30 mei 2021, met een betalingstermijn van veertien dagen, ondanks aanmaning en sommatie, onbetaald heeft gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de vordering afgewezen op de grond dat sprake is van een overeenkomst als bedoeld in artikel 6:230l BW, terwijl zonder concrete toelichting over de wijze van totstandkoming van de overeenkomst hij niet heeft kunnen vaststellen dat aan [geïntimeerde] op duidelijke en begrijpelijke wijze de in dat artikel bedoelde informatie was verstrekt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>In grief 1 heeft [appellant] alsnog een toelichting gegeven op de wijze van totstandkoming van de overeenkomst. Het hof acht zich daardoor voldoende voorgelicht om te kunnen vaststellen dat [appellant] aan de op hem rustende pre-contractuele informatieplichten heeft voldaan, in dier voege dat [geïntimeerde] weloverwogen een besluit heeft kunnen nemen over de aankoop van de installatie. Ook overigens komt de vordering het hof ongegrond noch onrechtmatig voor, zodat de vordering toewijsbaar is.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De slotsom is dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd behoudens de veroordeling van [appellant] in de kosten, nu in eerste aanleg zijn vordering op goede grond is afgewezen. nu de kantonrechter tot de in het bestreden vonnis bepaalde uitkomst heeft kunnen komen. De vordering van [appellant] wordt als na te melden toegewezen en [geïntimeerde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover daarbij de vordering van [appellant] is afgewezen; en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in zoverre opnieuw rechtdoende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerde] om aan [appellant] te betalen € 6.913,15, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 maart 2022;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis voor het overige;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [appellant] begroot op € 448,23 aan verschotten en € 836 voor salaris; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. T.S. Pieters, G.C. Boot en A.S. Arnold en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2023.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>