<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:861</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-29T09:54:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.295.539/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:861">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:861</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-29T09:54:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:861 Gerechtshof Amsterdam , 22-03-2022 / 200.295.539/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:861:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Compensatie voor vertraging bij een vliegreis. Gecedeerde vorderingen. Eiswijziging in een verstekzaak. Buitengerechtelijke incassokosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:861:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 					: 200.295.539/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland	: 8478574 \ CV EXPL 20-3595 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 maart 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">EUCLAIM B.V .,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Arnhem ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>advocaat: mr. F. Arts te Nijmegen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONUR AIR TASIMACILIK A.Ş.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Istanbul, Turkije,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna EUclaim en Onur Air genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>EUclaim is bij dagvaarding van 15 maart 2021 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, (hierna: de kantonrechter) van 16 december 2020, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer bij verstek gewezen tussen EUclaim als eiseres en Onur Air als gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen Onur Air is ook in hoger beroep verstek verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>EUclaim heeft een memorie van grieven ingediend, tevens houdende akte wijziging eis, met producties, en arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>EUclaim heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – haar in hoger beroep gewijzigde eis zal toewijzen, met veroordeling van Onur Air in de kosten van het geding in beide instanties, met nakosten en rente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>EUclaim heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof gaat uit van de volgende feiten, die EUclaim heeft gesteld en die onbetwist zijn gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Onur Air heeft overeenkomsten met passagiers gesloten op grond waarvan zij zich verbonden heeft hen op 22 juli 2018 per vliegtuig te vervoeren van Amsterdam naar Antalya, Turkije (vluchtnummer OHY 852).</para>
        <para>Het vliegtuig is met een vertraging van meer dan drie uur in Antalya aangekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Een aantal passagiers heeft de vordering op Onur Air ter zake van een recht op compensatie voor de vertraging van de vlucht gecedeerd aan EUClaim. Het betreft in elk geval de volgende passagiers (met referentienummers):</para>
      <para>1. [passagier sub 1] – 201273</para>
      <para>2. [passagier sub 2] – 201273</para>
      <para>3. [passagier sub 3] – 201273</para>
      <para>4. [passagier sub 4] – 201275</para>
      <para>5. [passagier sub 5] – 201275</para>
      <para>6. [passagier sub 6] – 201275</para>
      <para>7. [passagier sub 7] – 201276</para>
      <para>8. [passagier sub 8] – 201276</para>
      <para>9. [passagier sub 9] – 201276</para>
      <para>10. [passagier sub 10] – 201911</para>
      <para>11. [passagier sub 11] – 201911</para>
      <para>12. [passagier sub 12] – 201911</para>
      <para>13. [passagier sub 13] – 202586</para>
      <para>14. [passagier sub 14] – 202586</para>
      <para>15. [passagier sub 15] – 203349</para>
      <para>16. [passagier sub 16] – 203349</para>
      <para>17. [passagier sub 17] – 203913</para>
      <para>18. [passagier sub 18] – 203913</para>
      <para>19. [passagier sub 19] – 204095</para>
      <para>20. [passagier sub 20] – 204095</para>
      <para>21. [passagier sub 21] – 204095</para>
      <para>22. [passagier sub 22] – 205660</para>
      <para>23. [passagier sub 23] – 205660</para>
      <para>24. [passagier sub 24] – 206275</para>
      <para>25. [passagier sub 25] – 206275</para>
      <para>26. [passagier sub 26] – 206275</para>
      <para>27. [passagier sub 27] – 210218</para>
      <para>28. [passagier sub 28] – 210218</para>
      <para>29. [passagier sub 29] – 210218</para>
      <para>30. [passagier sub 30] – 210218</para>
      <para>31. [passagier sub 31] – 213969</para>
      <para>32. [passagier sub 32] e/v [passagier sub 31] – 213969</para>
      <para>33. [passagier sub 33] – 213969</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>In dit geding heeft EUclaim vorderingen ingesteld op grond van haar standpunt dat de passagiers recht hebben op een compensatie van € 400,- per persoon.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De kantonrechter heeft verstek verleend tegen Onur Air. Hij heeft de vordering afgewezen op grond van zijn oordeel dat de onderbouwing ervan tegenstrijdig en onbegrijpelijk is. Het hoger beroep is gericht tegen die afwijzing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij memorie van grieven heeft EUclaim haar eis vermeerderd, althans veranderd. Niet is gebleken dat zij de vermeerdering of verandering tijdig bij exploot kenbaar heeft gemaakt aan Onur Air, zoals art. 130 lid 3 Rv voorschrijft. Het hof zal de vermeerdering of verandering dus buiten beschouwing laten en recht doen op de eis zoals EUclaim die in eerste aanleg heeft ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het hof begrijpt dat EUclaim in eerste aanleg als hoofdsom heeft willen vorderen: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>	33 passagiers à € 400 per passagier = € 13.200. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gelezen is de onderbouwing van de vordering niet tegenstrijdig of onbegrijpelijk. De vordering komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond voor. Het hof zal dit bedrag toewijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <parablock>
        <para>Aan buitengerechtelijke kosten heeft EUclaim € 1.980 gevorderd.</para>
        <para>Dat is 15% van € 13.200 (15% van € 400 per passagier). EUclaim heeft voldoende gesteld om aan te nemen dat zij buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft verricht. Zij heeft echter onvoldoende gesteld om aan te nemen dat het redelijk was om voor iedere passagier afzonderlijk buitengerechtelijke incassowerkzaamheden te verrichten. Het betreft werkzaamheden ter incasso van aan haar gecedeerde vorderingen waarvoor gezamenlijke incassowerkzaamheden redelijkerwijs voldoende moeten zijn geweest. Bij de berekening van de vergoeding wordt aansluiting gezocht bij de staffel van de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten en het bijbehorende Besluit. Die staffel komt uit op: </para>
        <para>€ 625 + 5% over (€ 13.200 - € 5.000) met een maximum van € 875.</para>
        <para>Het bedrag van € 875 zal het hof toewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd. De vordering zal worden toegewezen als na te melden. Onur Air zal als hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>laat de bij memorie van grieven ingestelde vermeerdering of verandering van eis buiten beschouwing;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Onur Air om tegen behoorlijk bewijs van kwijting € 14.075,- aan EUclaim te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 13.200,- vanaf 22 juli 2018 tot aan de dag van de voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Onur Air in de kosten van het geding in beide instanties, in eerste aanleg aan de zijde van EUclaim begroot op € 1.072,89 aan verschotten en € 563,- voor salaris en in hoger beroep tot op heden op € 2.209,83 aan verschotten en € 1.114,- voor salaris en op € 163,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 85,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en A.L.M. Keirse en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>